vrijdag 24 maart 2017

Het Literair Kletscafé


Hoge verwachtingen
Arnhem, op een vrijdagavond meer dan tien jaar geleden, Café Dudok. Een statig voormalige bankgebouw met hoge ramen, een hoge stoep en chique deuren. Alleen een rode loper ontbrak. Maar ook zonder rode loper voelde ik mij een schrijver die voor het eerst het boekenbal betreedt.
Nee, dicht bij de grond blijven, dacht ik, al zwol mijn hart van verwachting. Voor de derde keer in mijn leven had ik meegedaan aan een schrijfwedstrijd, misschien won ik vanavond wel een prijs.

Een werkelijk groot auteur
Mijn hart zwol vooral ook omdat er voorafgaande aan de prijsuitreiking en nadat vier lokaal bekende amateurschrijvers uit eigen werk hadden voorgedragen, een werkelijk groot auteur zou worden geïnterviewd. Een werkelijk groot auteur die met een van zijn boeken miljonair was geworden. Jan Siebelink.
Met mijn schrijverij miljonair worden, dat wilde ik ook wel. Ik zou graag uit Siebelinks mond willen horen hoe hij het ‘m had geflikt.

Sisklanken
Ik was niet de enige die weinig meekreeg van wat de lokaal bekende amateurschrijvers uit eigen werk voor te dragen hadden. Regelmatig klonken er sisklanken op uit het luisterend publiek. Uit het luisterend publiek keek ook menigeen achterom.
Ja, het kwam van het buffet. Achter het buffet stond personeel afgewassen en afgedroogde kopje en schoteltjes en glazen luidruchtig op hun plek terug te zetten. Vóór het buffet zaten en stonden hele drommen mensen, onder het genot van een drankje kletsten ze er vrolijk op los.
Die waren niet gekomen voor de prijsuitreiking. Evenmin waren ze gekomen voor de lokaal bekende amateurschrijvers. Zelfs niet voor een werkelijk groot auteur als Jan Siebelink. Hoogstens waren ze gekomen voor de rockband, die na de prijsuitreiking zou zorgen voor muziek waarop kon worden gedanst.

Van geen kwaad bewust
Die zich van geen kwaad bewuste drommen mensen aan het buffet moeten hebben gedacht: Wat is er in de zaal gaande? Waarom moet dat hier plaatsvinden, in ons stamcafé? Omdat het hun stamcafé was, konden ze moeilijk na elk gesis langer dan twee minuten stil blijven.

Akoestiek
Maar het lag niet alleen aan de bedrijvigheid van cafépersoneel. Het lag niet alleen aan het telkens weer op gang komen van het vrolijk geklets van de stamgasten. De sprekers op het podium waren ook om andere redenen moeilijk te verstaan. De woorden van de presentator en die van de lokaal bekende amateurschrijvers klonken ongekend dof. Die woorden leken na het verlaten van de luidsprekerboxen onmiddellijk te worden geabsorbeerd door de kleren van de mensen voor mij. En niet alleen achter mij maar ook tot hoog boven mij hoorde ik het rumoer van het buffet in tienvoud.

Hoe een Literair Kletscafé succesvol op te zetten
Dat de organisatoren uitgerekend dit café voor hun literaire bijeenkomst hadden uitgekozen. Zij moeten hebben gedacht:
zorg voor een hoge ruimte met hoge ramen, waarin het geluid flink kan galmen;
zorg voor een slechte geluidsinstallatie;
zorg voor niet meer dan één microfoon die met veel ruis en gepiep van de ene spreker naar de andere spreker kan gaan;
zorg ter opluistering en lokkertje voor een rockband, waar vooral niet-literatuurgeïnteresseerden op afkomen;
zorg dat het Literair Kletscafé voor iedereen gratis toegankelijk is, zodat er zo veel mogelijk mensen op afkomen die vooral niet in literatuur zijn geïnteresseerd;
en om de zaal compleet vol te krijgen: kies voor de vrijdag- of zaterdagavond!

Interview
De presentator kondigde Jan Siebelink aan. Ik zag het gebeuren, tussen de schouders door van het applaudisserend publiek voor mij: een werkelijk groot auteur nam plaats.
Het eerste wat hij in de naar hem uitgestoken microfoon zei, was: ‘Ik weet niet of het wel zo veel nut heeft om mij te interviewen. Daarvoor is de zaal veel te rumoerig en de installatie komt er niet bovenuit. Van wat er tot nu toe vanavond is gesproken, heb ik nauwelijks de helft meegekregen. Ik kom liever een andere keer terug en dan op een andere plek.’
Op herhaaldelijk aandringen van de presentator bleef Siebelink toch zitten. Op elke vraag van de interviewer gaf hij een antwoord. Een paar keer kwam hij er op terug, dat het weinig zin had. Dan werd er opnieuw vanuit het naar hem aandachtig luisterend publiek gesist. De presentator verzocht zelfs een keer om 'Stilte, daar aan het buffet.'

Prijzen winnen en miljonair worden
Siebelink, ik heb zo veel van hem verstaan dat ik nog steeds niet weet hoe je met je schrijverij miljonair kan worden. En een prijs gewonnen met mijn voor die schrijfwedstrijd ingezonden verhaal heb ik ook niet. Prijzen winnen zou mij pas jaren later lukken. Dat is fijn en hoopgevend. Maar met mijn proza miljonair worden, dat wil ik allang niet meer. Als schrijver kun je maar beter dicht bij de grond blijven. Maar een rode loper naar het boekenbal, dat sla ik niet af.

1 opmerking:

  1. Mooi verhaal Henk, ik moet weer denken aan de keer dat ik met een wild vriendje mee ging naar het echte boekenbal in Amsterdam. Ik was toen 20. Schrijvers interesseerde mij toen nog geen biet. Uitgaan, stralen, schitteren, flirten en drinken... dat deed het gros van de gasten. Gezien worden en er werd driftig gevreeën...van een prijsuitreiking, als die er was, herinner ik mij niets meer, maar ik heb nog wel een mooie foto waar ik op sta met een laag uitgesneden zwarte jurk aan en een glas in mijn hand, compleet met de wilde vriend die overigens al weer jaren dood is.

    BeantwoordenVerwijderen