Posts tonen met het label Willem-Alexander. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Willem-Alexander. Alle posts tonen

zondag 30 april 2017

Vijftig jaar


Niet veel te vrezen.
In tegenstelling tot de Koning, wenste ik zo weinig mogelijk ruchtbaarheid te geven aan mijn vijftigste verjaardag.
Waar was ik eigenlijk bang voor? Zeker wist ik dat ik niet door een stad zou worden uitgenodigd om daar tijdens een wandeling door allerlei buurten en langs allerlei festiviteiten mijn lustrum te vieren. En ik hoefde ook geen staatsbanket te geven aan degenen die op dezelfde dag als ik jarig waren.

Waar ik dan wel bang voor was
Ik was bang voor de reusachtige pop die vrienden aan het raam van mijn appartement zouden hangen, met om de hals een groot rond verkeersbord, voorzien van de tekst: ‘Eric Steiner 50 jaar!’
Ik was bang voor de stoel op mijn werk die mijn collega’s zouden hebben opgetuigd met slingers, kunstbloemen en een gouden jubileumkrans. Ik was bang voor wat ze op mijn bureau zouden hebben neergezet. Een schaal met een daarin een uit louter metworsten bestaande pop, Abraham geheten.

Niet de enige
Toevallig zou de dame met wie ik op het werk mijn kamer deelde, precies een half jaar vóór mij vijftig worden. Ook zij had een gruwelijke hekel aan de dingen die ik hierboven heb genoemd. Daarom spraken we met elkaar af dat wij tegenover de rest van het personeel onze mond zouden houden over hoe oud wij zouden worden.

In stilte en tumult
Haar verjaardag werd bij ons op het werk niet gevierd. We waren er nog niet zo lang geleden aangesteld en niemand wist dat ze jarig was, ik denk vooral omdat ik mijn mond had gehouden.
Daarna herhaalde ik nog regelmatig mijn verzoek dat zij ook haar mond zou houden over mijn verjaardag en leeftijd. Misschien heb ik dat net iets te vaak gedaan. 
Toen het eenmaal zo ver was, zag ik mijn stoel opgetuigd met slingers, kunstbloemen en een gouden jubileumkrans met in het midden: ‘Eric Steiner vijftig jaar!’ Op mijn bureau stond een schaal met daarin een metworsten Abraham.
Mijn collega’s sprongen tevoorschijn. Ze droegen gekke hoedjes en petjes, bliezen op pretfluitjes. Van werken kwam niets meer terecht. Een onvergetelijke dag.

maandag 29 april 2013

Koningsdag.

Jarig
Afgelopen zaterdag was ik op een verjaardagsfeest, waar een van de gasten de vraag liet rondgaan: ‘Wat doe jij op Koningsdag?’
De man rechts van mij bleek op 30 april jarig te zijn en was van plan om met zijn kinderen naar Amsterdam te gaan, net zoals hij dat precies 33 jaar geleden met de kroning van Beatrix ook gedaan had, maar dan zonder kinderen, want die bestonden toen nog niet.
‘En waar was je toen?’ vroeg ik. ‘Op de Blauwbrug?’
‘Nee, nee,’ glunderde hij. Wel had hij de avond er voor in een kraakpand overnacht, maar hij had niet met de acties meegedaan. Hij was royalist. ‘Kijk maar.’ Hij ritste zijn vest open. Daaronder zat een oranje overhemd. ‘Ik heb hem al een paar dagen aan,’ zei hij trots. ‘En ik zal hem aanhouden tot Koningsdag voorbij is.’

Op De Dam in oranje overhemd.
‘En daarmee ga je op De Dam staan?’ vroeg de vrouw recht tegenover mij.
‘Op De Dam!’ riep de man uit. ‘Nee, nee, dat is me veel te druk.’ Hij wilde gewoon ergens in de stad de sfeer gaan proeven, net zoals hij dat 33 jaar geleden ook gedaan had. Hij zou wel zien, waar.
‘Zonde,’ opperde de vrouw recht tegenover. ‘Het kan zo leuk voor de kinderen zijn.’
‘Mijn kinderen zijn veertien en negentien. Die hoeven ze echt niet meer te zien, hoor. Trouwens wat zie je nou. Op De Dam. Daarvoor is het toch veel te vol?’

Magische wereld.
De vrouw recht tegenover vervolgde: ‘Mijn kinderen zijn vier en zeven. Die zouden het geweldig gevonden hebben. Die leven nog echt in een magische wereld. Voor hen is het een sprookje wat er dinsdag gebeuren gaat. Een echte koning die gekroond wordt en die dan met zijn vrouw en Beatrix op het balkon komt staan. Ikzelf heb ze maar één keer in mijn leven in het echt gezien. Dat was toch zo’n vreemde ervaring, zo onwerkelijk. Dat die Gouden Koets vlak voor je neus langs komt en dat zij daar dan in zitten, dat je ze kan zien zwaaien naar je.’
‘Alsof een wassen beeldenmuseum tot leven komt,’ zei ik. ‘Het is misschien nog wel onwerkelijker dan een popster vlak voor je neus zien optreden.’
‘En wat ga jij met Koningsdag doen,’ vroeg de man rechts van mij.
‘Ik?’ zei ik. ‘Ik geloof dat ik dan voor de tv overhemden ga strijken, want ik heb eindelijk werk gevonden. Meteen de dag daarop begin ik.’