dinsdag 2 september 2014

Ninakwamnie – deel XI

Reeks over een Nina Hagen concert dat op 23 mei werd afgelast en dat daardoor bij mij allerlei herinneringen opriep.

Schritt für Schritt ins Paradies

Verjaardagscadeautje
Het vierde concert van Nina Hagen beleefde ik juli 2001 in het Oost-Friese Leer. Het was een verjaardagscadeau van mijn jeugdvriend Hans, waar ik hem nog steeds erg dankbaar voor ben. Hij heeft ook voor vervoer gezorgd. Ferdi.* Die was als enige in Hans’ vriendenkring op dat moment in het bezit van een auto.
Gedrieën vertrokken wij vanuit het dorp waar ik ben opgegroeid en waar ik toen al negentien jaar niet meer woonde, maar waar ik nog regelmatig kwam om Hans en mijn moeder, die sinds ’82 een dorpje verderop in een bejaardentehuis zat, te kunnen bezoeken. Nadat zij was overleden in 1996 kwam ik iets minder vaak in het dorp van mijn jeugd. Waarom? Als ik hierover zou beginnen… Dat is een heel ander verhaal, een roman waard. Misschien komt die er ooit nog eens.

Doodsangst nummer I: De Duitse snelweg op
Het was drukkend warm die dag. Misschien lag het aan de warmte dat ik in paniek raakte toen Ferdi een paar kilometer voorbij de grens van Bourtange de oprit naar de snelweg nam. Ik wist zeker dat hij op de linker weghelft zat.


‘Stop!’ riep ik. ‘Keer om! Je bent een spookrijder, straks zit je onder een vrachtwagen en dan zijn we hartstikke dood!’
Hans, die vaker dan ik bij mensen in de auto over Duitse wegen meegereden was, kalmeerde mij op zijn nuchtere toon. Ik schaamde mij een beetje. Dat ik me zo had laten gaan. Hij draaide zich om naar mij, ik die zoals gewoonlijk altijd op de achterbank zat als we samen reisden omdat hij voluit met de bestuurder wilde spreken. Hij zei: ‘Je bent een beetje zenuwachtig, hè? Dat je haar weer te zien krijgt, je Nina Hagen?’

Ostfriesische Gemütlichkeit
Toen wij in Leer aangekomen waren en uitstapten, was het nog steeds drukkend warm. We liepen van de parkeerplaats af richting Zollhaus, een uit rood baksteen opgetrokken Negentiende Eeuws fabrieksachtig gebouw, waarin het concert van Nina Hagen zou plaatsvinden.
De concertzaal was lang en hoog met veel oud hout. Achteraan had het een bar met krukken die de zaal in stak. Vooraan, nee het was overal al tamelijk vol. Het viel mij op dat wij moeiteloos tussen de mensen naar voren konden lopen voor een geschikte plek. Wat mij ook opviel was de hoeveelheid ruimte die de mensen elkaar lieten. En toen het echt vol was geraakt, kreeg je nog steeds de ruimte om een stap opzij, naar voren of naar achteren te doen.
Links en rechts hingen aan de wanden posters van Nina Hagen. Ik zei tegen Hans en Ferdi: ‘Als het concert afgelopen is, moeten we er voor zorgen dat we op zijn minst er eentje van te pakken krijgen.’

De concertaanvang
De lampen dimden, de muzikanten verschenen op het podium en zetten een nummer in. Een nieuw nummer, maar toch meende ik het te herkennen. Ja, het was een cover van de Duitse groep Ton, Steine, Scherben, ik had het zelf op plaat: Schritt für Schritt ins Paradies. Hans kende het nummer ook. We raakten enthousiast.
Nina Hagen begon te zingen. Zonder dat zij op het podium verscheen. Logisch, want de eerste regels van het nummer luiden: ‘Je hoort mij zingen, maar je ziet mij niet. Je weet niet voor wie ik zing, maar ik zing voor jou.’


Wie zo een concert begint, heeft in de eerste seconde de mensen mee en kan zonder schroom het podium opstappen, een podium huiselijk gemaakt met tapijt, sofa en schemerlamp.

Het concert samengevat
Alleen die verdraaide hitte. De kleren begonnen je aan het lijf te plakken, eerst onder je oksels, daarna aan je rug, je borstkas, buik en ten slotte je benen. Links en rechts werden de nooduitgangen geopend om voor wat verkoeling te zorgen. Ook bier zorgde enigszins voor verkoeling. Arme Ferdi. Die mocht zichzelf koel houden met spa rood.
Van die hitte scheen Nina Hagen geen last te hebben. Zij gaf zich honderd procent. Het was het beste en het mooiste concert dat ik van haar heb gezien. Ze zong goed, ze deed vriendelijk en relaxed, niet meer zo theatraal als tijdens eerdere bijgewoonde concerten. Ze speelde thuis, in eigen land. Lag het daaraan? Of had ook zij iets van die Ostfriesische Gemütlichkeit geproefd?

Het concertverloop
Na Schrit für Schrit ins Paradies volgden er tussen haar eigen nummers door nog meer covers. My Sweet Lord van George Harrison, I’m a Believer van de Monkees, Good Vibrations van de Beach Boys. Uiteraard veel werk van haar in februari 2001 verschenen album ‘Return of the Mother’, waaronder – al weer een cover - Der Wind Hat Mir Ein Lied Erzählt, in de jaren veertig van de vorige eeuw bekend geworden door Zarah Leander.
Ook bracht zij traditionele Hindoemuziek ten gehore. Chanties, zeg maar mantra’s, waarbij ze zichzelf begeleidde op een Indiaas harmonium.
Toen de laatste tonen van de laatste toegift geklonken hadden, was het uitkijken naar de Nina Hagen posters aan de zijwanden. Maar die waren al weg.

Doodsangst nummer II: De grijsblauwe nacht in
Op weg naar huis, voldaan en tevreden, Hans en ik een beetje roezig van het bier en Ferdi als bestuurder van zijn auto zo nuchter als maar kon. Ik vond hem een beetje stil. Opnieuw begon ik doodsangsten uit te staan. Met een behoorlijke snelheid op een kaarsrechte weg naderden wij een scherpe bocht naar links. Even dacht ik dat Ferdi bezig was in te dutten. Naast hem leek Hans ook niets door te hebben. Dat voor ons was geen weg die opging in de grijsblauwe nacht. Wanneer Ferdi niet binnen een minuut zou afremmen om die bocht te kunnen nemen, dan zouden wij regelrecht te pletter slaan tegen twee grijsblauwe sluisdeuren.
Ik had nog geen zin in het paradijs. Kalm en beheerst zei ik: ‘Zeg, Ferdi, zou je niet eens afremmen? Je moet zo meteen nog de bocht om.’
‘O ja,’ zei hij.

* U zult begrijpen dat Ferdi een pseudoniem is om de persoon in kwestie zo veel mogelijk in zijn privacy te beschermen. 

woensdag 20 augustus 2014

Ninakwamnie – deel X

Reeks over een Nina Hagen concert dat op 23 mei werd afgelast en dat daardoor bij mij allerlei herinneringen opriep.

Vele gezichten, viele Geschichten

Foto’s als inspiratiebron
Hierbij een door mij gemaakte fotocollage van Nina Hagen door de jaren heen, vanaf haar tamelijk lieve DDR-periode tot Le Grande Dame van nu. Achter elke foto steckt einer Geschichte, steekt een verhaal. Ik zou zeggen, vooral tegen de schrijvers onder ons: laat uw verbeelding spreken.


Ook op de bühne heeft Nina Hagen verschillende gezichten, qua acteertalent en mimiek, maar vooral natuurlijk op het muzikale en vocabulaire vlak. Kijk en luister maar eens naar de in 1986 door de ARD uitgezonden Nina Hagen’s TV show (met een gastoptreden van Herman Brood). Vergeet daarbij niet haar verhaal. Zij heeft werkelijk iets te vertellen, iets zinnigs en iets onzinnigs, maar altijd vindingrijk.


dinsdag 12 augustus 2014

Ninakwamnie – deel IX

Reeks over een Nina Hagen concert dat op 23 mei werd afgelast en dat daardoor bij mij allerlei herinneringen opriep.

Afgevoerd

Slechte zangprestaties
Teleurgesteld in vooral mijn omstanders die in Popcentrum Hedon Nina Hagen vanwege haar door een verkoudheid veroorzaakte slechte zangprestaties belachelijk hadden staan maken, liep ik onder een donkergrauwe hemel terug naar het station.

Omstanders en omstandigheden
Op het perron op een bank gezeten, de handen in de jaszakken en de benen gestrekt, begon ik een beetje te mokken. Mokken, ja. Op die omstanders. Waarom was ik er niet gebleven, waarom had de ME die zogenaamde fans niet afgevoerd?
Van het een kwam het ander, ik begon te mokken over en op van alles. Vooral op die NS, want door weersomstandigheden elders in het land mocht ik van hen in plaats van tien minuten minstens vijfenzeventig minuten wachten op mijn eerstvolgende trein. Ik had net zo goed op dat concert van Nina Hagen aanwezig kunnen blijven.

Nina Hagens verkoudheid
Intussen was het gaan stortregenen en mijn stemming werd er niet beter op. Waarom eigenlijk blijven mokken? Vijfenzeventig minuten zijn maar vijfenzeventig minuten, ik zat droog onder de booggewelven van het station en Nina Hagens verkoudheid, die ze vast tijdens een plensbui als deze had opgelopen, zou zeker overgaan en dan zou ik tijdens een volgend concert haar weer zien in volle glorie zónder spottende fans.

Ellendige regen
Bleef ik doorgaan met mokken, omdat ik mij was gaan vervelen? Alle winkels en kiosken op het station waren gesloten, achter mij stond een passagierstrein waarover linksboven daarvan een bord meldde: ‘Niet instappen’ en verder was er op mijn perron en op al die andere perrons niemand die of niets dat kon zorgen voor afleiding. Alleen die ellendige regen. Een paar meter van mij af, kletterde een hele stroom via een afvoerbuis zó op de tegels.

Nina Hagen fans?
Twee perrons verderop ontwaarde ik beweging. Een jongen en een meisje van een jaar of twintig, hand in hand en met gezwinde tred. Ook fans van Nina Hagen die net als ik minstens een uur voordat het concert afgelopen zou zijn Hedon hadden verlaten?
Een paar minuten later stonden ze voor mij. Ze waren een beetje doorweekt, keken niet op de borden en vroegen aan mij of de trein richting Nijmegen zo kwam. Nee, zei ik. Er was omgeroepen dat dit nog wel even kon duren. Ik wierp een blik op de klok achter hen. Nog minstens een half uur.
‘Zijn jullie ook naar het concert van Nina Hagen geweest?’ voegde ik er aan toe. Ik zou ze te grazen nemen, ik wist nog niet op welke manier, maar ik zou ze te grazen nemen als ze haar - mijn Nina Hagen! - door het slijk zouden halen.
Het meisje zei: ‘Nina Hagen, wie is dat?’

De zin van vroegtijdig een Nina Hagen concert verlaten
De jongen keek over mij heen en zei: ‘Ik zie een krant liggen.’ Beiden stapten de trein in, waar linksboven daarvan een bord nu juist meldde dat je er buiten moest blijven.
Kranten en tijdschriften bijeen verzamelend liepen ze naar voren. Voorbij de treinflank, helemaal aan het eind van het perron zag ik een sein op groen springen. Ikzelf sprong overeind en begon te zwaaien, naar de machinistencabine, naar de jongen en het meisje die zich omdraaiden toen de deuren dichtklapten. Mijn gebaren waren tevergeefs. De trein zette zich in beweging en reed het station uit.
De verkeerden waren afgevoerd en de Muze had mij er weer een anekdote bij gegeven.

dinsdag 5 augustus 2014

Ninakwamnie – deel VIII

Reeks over een Nina Hagen concert dat op 23 mei werd afgelast en dat daardoor bij mij allerlei herinneringen opriep.

De tweede en derde keer

Links, rechts en achteraan
De tweede en derde keer dat ik Nina Hagen live heb zien optreden was in Hedon te Zwolle, ergens midden jaren negentig.
Tijdens het eerste concert stond ik in de vierde, vijfde rij aan de linkerkant van het podium, voor de basgitarist. Die in mijn herinnering kale man bracht met zijn basgitaar tonen ten gehore die mij wel bevielen. Al stond ik dan links, al klonken de gitaarsolo’s wat verder weg - voor mij was het allemaal prachtig in balans, inclusief prima donna Nina Hagen.
Het tweede concert in Hedon besloot ik het eens aan de rechterkant van het podium te proberen, op vier-vijf rijen afstand van de gitarist. Dat beviel mij stukken minder. Het was allemaal veel te schel voor mijn oren. Dat had ik tijdens een concert nog niet vaak meegemaakt.
Ik besloot mij voor de bar op te stellen. Die bevond zich achter in de zaal, onder het balkon en dat balkon reikte ongeveer tot op een kwart van de zaal. Hier, aan de bar, kwam het geluid helemaal niet meer tot zijn recht. Veel te dof. En weer zocht ik een andere plek op.

Zakdoek
Tijdens dat tweede optreden in Hedon hoorde ik tussen de nummers door mensen om mij heen allerlei zure en zogenaamd grappige opmerkingen maken over Nina Hagen. Misschien ook wel te begrijpen als je voor dit concert helemaal vanuit Amsterdam of Rotterdam gekomen bent en dat zij er dan weinig van bakt. Er was iets met haar zangkunst. Ze klonk af en toe schor, ze haalde de hoge tonen niet, soms brak haar stem. Tussen de nummers door verontschuldigde ze zich regelmatig. Ze was snipverkouden en probeerde van dat gegeven nog iets komisch te maken door tussen en zelfs in de nummers op een overdreven manier haar zakdoek tevoorschijn te halen en er op even overdreven manier in te snuiten.

Zuur
Iemand zei: ‘Als ze zo verkouden is, waarom treedt ze dan op? Is ze alleen maar uit op geld?’
Al die daarna nog volgende zure en zogenaamd grappige opmerkingen, ik begon mij er aan te ergeren. Om mij heen proefde ik een als maar negatiever wordende atmosfeer, die het voor mij onmogelijk maakte om te kunnen genieten van de paar mooie momenten die Nina Hagen nog te bieden wist.
Ik ben eerder weggegaan. 

dinsdag 22 juli 2014

Ninakwamnie – deel VII

Reeks over een Nina Hagen concert dat op 23 mei werd afgelast en dat daardoor bij mij allerlei herinneringen opriep.

Intermezzo (over lichaam en ziel)

Consequentie.
Na wat ik vorige week over mijn moeder geschreven heb, kan ik op deze plek moeilijk meteen vrolijk mijn Nina Hagenverhaal voortzetten. Eerst moet ik nog het volgende kwijt.

Band.
Eerlijk gezegd, we zijn nooit meer op dat telefoongesprek teruggekomen, mijn moeder en ik. Ik geloof wel dat het onze band heeft versterkt, maar uit schroom en uit angst voor opnieuw tranen bij haar durfde ik (en misschien ook wel mijn moeder) er nooit meer over te beginnen.
Het is mij onbekend of ze met mijn zus of haar eigen zusters of andere familieleden over haar angsten gesproken heeft, ik heb er nooit iemand naar gevraagd.

Behoud.
Wel heeft ze tegenover haar dominee haar angsten geuit, haar angsten voor het hiernamaals. Ze dacht dat er voor haar geen plek zou zijn in de hemel. Dat vertelde de dominee ons tijdens haar begrafenisdienst. Misschien heeft hij haar kunnen geruststellen. Een geruststelling die hij nadat ze was overleden als motto voor haar begrafenispreek heeft gebruikt: ‘In het huis mijns Vaders zijn vele woningen.’ (Johannes 14:2).
Ook voor haar zou er plaats zijn in de hemel.

Lichaam en ziel.
Ze heeft een mooi plekje gekregen, rechts achteraan, als laatste graf met zicht op cipressen, waar de zon op ging schijnen toen de dominee zijn laatste woorden gesproken had en iedereen zich omdraaide om de begraafplaats te verlaten.
Ik bleef staan. Ik kon niet weg. Even nog niet. De maanden daarna zou mijn moeder nog heel dicht bij mij zijn.

dinsdag 15 juli 2014

Ninakwamnie – deel VI

Reeks over een Nina Hagen concert dat op 23 mei werd afgelast en dat daardoor bij mij allerlei herinneringen opriep.

Ave Maria

Vertrouwen in hersentjes.
In de vorige ‘Ninakwamnie’ had ik het over een papiertje waarop ik zo veel mogelijk nummers had genoteerd die ik me kon herinneren van het Nina Hagen optreden in het Vredenburg van 1989. Ik meldde dat ik dat papiertje – nu, na zovele jaren - niet heb kunnen terugvinden.
Dat is nog steeds zo. Dat komt omdat ik niet verder heb gezocht. Tijd valt zoveel beter te besteden. Daarom is het soms verstandiger om op een gegeven moment met zoeken te stoppen en alleen nog maar te vertrouwen op het herinneringsvermogen van je hersentjes.

Oud en nieuw.
Van dat concert herinner ik mij ouder werk, zoals: TV Glotzer, Zarah en My Way. Aan My Way had ze een paar vrolijke zinnen over Berlijn toegevoegd, omdat de Muur net gevallen was. Verder speelde ze nummers van haar toen nieuwe album Nina Hagen. Daarop staat naast eigen, ook veel werk van anderen. Move Over van Janis Joplin. Dope Sucks van Herman Brood. Michail, Michail (Corbatchev Rap) van Nina Hagens pleegvader Wolf Bierman. En Ave Maria van Franz Schubert. Eigenlijk is alleen de melodie van Schubert, de tekst is van Maile Misajon, Billy Montana en Kyle Jacobs.

Hoogtepunt.
Ave Maria bracht zij in volle glorie, verkleed als een heilige madonna, met sluier en al. Ave Maria was voor mij het hoogtepunt van het Vredenburg concert, net zoals dat nummer voor mij het hoogtepunt is van dat album uit 1989. Om de muziek, om de zang, maar vooral om de tekst.

Dieptepunt.
Wanneer ik aan Nina Hagens interpretatie van Ave Maria denk, dan moet ik ook wel eens aan mijn moeder terugdenken.
Die ene keer, begin jaren negentig, zo’n vier jaar voor haar dood. Ze belde op. Ze snikte. Ze dacht te hebben gezondigd, ergens ver voordat ze mijn vader had leren kennen, misschien zelfs nog in een tijd van ver voor de oorlog.
Had ze het destijds maar op een papier van zich afgeschreven en dat papier zoek laten raken. Soms kun je bepaalde herinneringen op een gegeven moment maar beter zo snel mogelijk prijsgeven aan de totale vergetelheid.
Ze dacht dat God haar die zonde van meer dan veertig jaar terug nooit vergeven zou en dat haar straks de hel wachtte.

Moeders verdriet.
Ik begreep het niet en begon vragen te stellen. De antwoorden die ze gaf, ik begon er steeds minder van te begrijpen. Wat haar overkomen was, dat kon je toch onmogelijk een zonde noemen? Zelfs als je God erbij weg dacht? Waarom moest zij hier zo onder lijden, na zovele jaren nog?
Ik probeerde haar op andere gedachten te brengen. Ze vertelde nog meer. Ik deed mijn best haar ervan te overtuigen dat… Zonder aan te kondigen dat ze niet meer verder wilde of kon praten, verbrak ze de verbinding.

Toen heb Ave Maria opgezet.


dinsdag 8 juli 2014

Ninakwamnie – deel V

Reeks over een Nina Hagen concert dat op 23 mei werd afgelast en dat daardoor bij mij allerlei herinneringen opriep.

Late liefde


Unbeschreiblich Weiblich
Ik heb niet altijd van Nina Hagen gehouden. Na zo’n uitspraak, schieten mij als vanzelf weer de ritten in de Kever van een jeugdvriend te binnen. Februari 1979. Samen op weg om elk op een andere school middelbaar onderwijs te kunnen volgen in een plaats dertig kilometer verderop. De radio van die Kever bracht regelmatig een single van Nina Hagen ten gehore, afkomstig van haar eerste, in het Westen uitgebrachte elpee. Ik vond er geen bal aan.

Geheugen opfrissen
Ik was helemaal niet bezig met 1979, ik was bezig met 1989.
Soms is het verstandig om in je persoonlijk archief te duiken om het een en helder te krijgen. Uit dat persoonlijk archief had ik een paar dozen opengetrokken, in de hoop ergens het papiertje terug te vinden waarop ik een flink aantal nummers had genoteerd die Nina Hagen tijdens haar optreden in het Vredenburg van 1989 ten gehore heeft gebracht. Dat papiertje is ongeveer een dag na dat optreden gemaakt.

Een echte foto!
Ik heb dat papiertje niet gevonden. Wel vond ik een echte foto met Nina er op, zoals ze er midden jaren tachtig uit heeft gezien. Ik kan me niet herinneren hoe ik aan die foto gekomen ben. Misschien heb ik er een flink bedrag voor betaald. Misschien heeft iemand mij die foto geschonken, iemand die wist dat ik gek op Nina Hagen was. Ik weet het echt niet meer.

Elpeelijst
In dat persoonlijk archief kwam ik in het mapje met de Nina Hagen foto verder een lijst tegen van de elpees die ik tussen december 1971 en juni 1979 heb gekocht.
In maart 1972 is dat Led Zeppelin IV, in november 1974 Paranoid van Black Sabbath. Januari 1976 is het Desperado van The Eagles en in februari 1978 Imagine van John Lennon. Comes a time van Neil Young volgt in november 1978. De lijst sluit af met Lionheart van Kate Bush. De lp Nina Hagen Band, verschenen in 1978, komt niet op mijn elpeelijst voor.

Statistiek
In het mapje met de Nina Hagen foto kwam ik nog iets anders tegen. Mens, wat was ik vroeger fanatiek! Een soort horizontale staafdiagram, waaruit mijn interesse in zangers, zangeressen en bands in de loop der jaren valt af te lezen. Alleen de toen voor mij meest belangrijke zangers, zangeressen en bands staan op deze lijst, te beginnen met de Beatles, waar ik tussen ‘64 en ’70 helemaal gek van was. Daarna ging het richting Hard Rock met Deep Purple, Jimi Hendrix en The Who. Midden jaren zeventig begin ik Bob Dylan en Leonard Cohen te ontdekken. In 1980-’82 verschijnen Patti Smith en The Cure. De grote liefde voor Nina Hagen begint pas in 1985. Waarom zo laat?

In de Kever
Terug in de Kever. Deze keer maart 1979. Het was vroeg in de ochtend. De koplampen beschenen de boomtakken. We deinden mee op de onregelmatige golven die de boomwortels in het asfalt hadden gedrukt. Het was goed opletten. Er waren veel bochten en de bomen stonden vlak aan de weg. We zwegen. De jeugdvriend zat achter het stuur van zijn Kever en keek vrolijk. Ik keek ernstig. In de cassetterecorder had hij een bandje draaien. Ze kwamen voorbij: TV Glotzer, Rangehn, Unbeschreiblich Weiblich, Auf’m Bahnhof Zoo, Naturträne. En toen zette hij het bandje stop en hupten wij over een volgende boomwortelgolf heen. Ik vond het vreemd dat hij die muziek had gedraaid. Thuis op zijn kamertje had hij heel wat Pink Floyd, Electric Light Orchestra en Supertramp in zijn platenkoffer staan.
Hij vroeg: ‘Je bent zo stil. Vond je het niks?’
‘Nee,’ zei ik. ‘Op dat laatste nummer na dan. Die gaat wel. Maar de rest? Het komt niet door de zang. Het komt door de muziek. Ik heb mijn neus een beetje vol van Hard Rock. Die muziek kun je nu toch niet meer serieus nemen?’

Toen schoof hij Pink Floyd in de cassetterecorder en mijn ochtend was weer goed.