woensdag 6 juni 2018

Van kort verhaal naar volwaardige roman: ‘Eksteroogs diagnose’ – deel XI



Behouden droomfragment

De vorige keer vertelde ik waarom een bepaald fragment uit ‘Eksteroogs diagnose’ is geschrapt. Hij leek te veel op eentje uit ‘De IJskoning.’
De vorige keer liet ik jullie het uit ‘Eksteroogs diagnose’ geschrapte fragment lezen. Deze keer is het de beurt aan het behouden fragment uit ‘De IJskoning.’

Ik lig opgebaard in mijn netste pak. Nooit geweten dat ik er een had. De Latijns-Amerikaanse negerin met de glanzende borsten is in het zwart gekleed. Ze licht haar rouwsluier op en samen met Lilian Gish buigt ze zich over mij heen. Rudolph Valentino en Siegfried voegen zich bij hen. Gevieren bedekken zij mijn borst met heldenmedailles. In een koets lig ik opgebaard, een koets die Rudolph Valentino en Siegfried in het water duwen. Hebben ze dan niet door dat ik nog leef? Ik lig alleen maar in coma, ik hoor en zie alles. Jullie willen toch niet dat ik verdrink? Geef me op zijn minst een rietje mee, zodat ik kan blijven ademhalen!
Langzaamaan voel ik mijn rug nat worden, langzaam klotst het water onder mij heen en weer, langzaam komt het water tot aan mijn schouders. Aan de oever staan de kinderen van de Overmaats te schateren van plezier. Ik zink onder de waterspiegel. Om mij heen zwemmen zeehonden en dolfijnen.

(De IJskoning, fragment uit Hoofdstuk 73. Een leeg, zwart-wit geblokt plein)

Geen opmerkingen:

Een reactie posten