maandag 21 oktober 2013

Officiële mededeling met betrekking tot ‘De IJskoning.’

‘Ze zijn gezeten aan een tafel vol lekkere hapjes, hij breed baard grijnzend met zijn ene hand om haar schouders en zijn andere hand om haar bolle buik - zij glanzend en glimmend van innerlijk geluk. Er onder heeft zij geschreven: Maart 1973. Nog een klein maandje te gaan. Fotoalbums vol babyfoto’s, met trotse moeder - met trotse vader. Tante Nicolet die mij in de armen neemt. Dat gezicht van haar… Trots en triest tegelijk, misschien wel een beetje jaloers.’ - ‘De IJskoning’, p. 127





Blij en dankbaar geven wij kennis van de geboorte van
de (hopelijk) definitieve versie van de roman

‘DE IJSKONING’

geboren op 17 oktober 2013

‘De IJskoning’ hebben wij nog niet gewogen,
maar hij telt 83 hoofdstukken, 431 bladzijden en 127.579 woorden.

Wij wensen hem van harte toe dat hij zijn weg mag vinden naar de lezers.

Auteur Eric Steiner en zijn Muze Sophia Deçàdent 
rusten samen met hun kindje de komende tijd eens flink uit,
tussen 15:00 en 16:00 uur.



Maar ik, Eric Steiner, kan het niet laten om hier nog even een paar wetenswaardigheden over ‘De IJskoning’ op te voeren.

‘Werktijden’
De IJskoning is ontstaan tussen:
10 maart 2002 - 2 februari 2005
22 januari 2006 - 30 januari 2007
5 september, 15 en 19 oktober 2007, 19 november 2007 - 20 april 2008.
10 maart 2010 - 9 september 2010,
8 januari 2011 - 24 oktober 2011,
6 - 14 april 2012, 23 juli - 21 oktober 2012,
25 maart 2013 en 17 oktober 2013

Is drie keer scheepsrecht?
Al twee keer eerder dacht ik dat de roman af zou zijn.
Op 2 februari 2005 (39 hoofdstukken, 286 pagina’s)
&
Op 30 januari 2007 (41 hoofdstukken, met een proloog en een epiloog, totaal 306 pagina’s)

Oudste en jongste Notitieboekfragmenten en hun definitieve vorm
Oudst gebruikte fragment (Notitieboek I, 1978-1981)
Notitie 18 (1978): ‘Zonder het zelf te beseffen was zij in staat Marilyn Monroe op volmaakte wijze te imiteren.’
Definitieve vorm in de roman:
‘Hij knikt naar Alice Boskoop, dat blonde, beetje bollige ding dat in haar gespeelde onschuld de loop van Marilyn Monroe perfect weet te imiteren.’ (p. 16)

Jongst gebruikte fragment (Notitieboek VI, maart 1995-2009; daarna en ook al eerder gebeurde het allemaal digitaal)
Notitie 3680 (2002): ‘hij begon te zweten, zijn maag vulde zich met een ([heerlijk] gevoel van) onzekerheid en hoop. En toen hij opstond en verder liep, was het net of zijn voetzolen van watten waren, en tot in zijn dijbenen was er een soort van elektriciteit die je ook wel eens krijgt als je op je stuit(je) gevallen bent.’
Definitieve vorm in de roman:
‘Ik liep met de trein mee, met mijn blik onafgebroken op Mariekes gezicht. Mariekes lieve gezicht. Ik kreeg er watten van onder mijn voetzolen. Van daaruit, tot in mijn dijbenen en staartbeen, ontwikkelde zich een tinteling die via mijn ruggenmerg meteen doorschoot naar mijn hoofd. Ja, zij was het, alleen zij! Ik begon te zweven.’ (p. 384-385).

Op de grond
Maar ik blijf met beide benen op de grond. Binnenkort kunnen wel de flessen ontkurkt. Wie toost er mee? 

dinsdag 15 oktober 2013

Sophia’s blog: Hummen.

Jullie zullen begrijpen dat ik na die Rebabblingcursus geen zin had in weer een gespreksgroep. Vandaar dat m’n huisarts me naar ‘n zogenaamde counselingtherapeut stuurde.

Ik die man dus vertellen dat ik overal m’n neus in stak, maar niet kiezen kon. Hij humde veel. Heel erg veel. Hij zei alleen iets als hij iets verduidelijkt wilde hebben. En ik ben al zo’n babbelkous.

Om kort te gaan, ik kon niet met ‘m overweg. Hij liet me maar oeverloos door zwammen en zelf deed ie niks. Ja, hummen. En toch om de haverklap vragen om een toelichting, wat behoorlijk op m’n zenuwen begon te werken. ‘m Verder blijven opzoeken leek me dan ook de grootste onzin die ik mezelf kon aandoen. Wist ik veel dat counseling inhoudt dat je aan zelfgenezing moet doen, want dat heeft die theemuts van een counselingtherapeut me er niet bij verteld.

Groetjes,
Sophia Désedan.

maandag 7 oktober 2013

Sophia’s blog: systeem en rechtlijnigheid.

Twintig was ik en ‘t spektakel ving van voren af aan. Ik sleet welgeteld acht therapeuten en de laatste genas me van iets waarvoor ik niet gekomen was.

Om weer systeem en rechtlijnigheid in m’n bestaan te krijgen, adviseerde de zesde mij wiskunde te gaan studeren, of ‘n opleiding te volgen voor bibliothecaresse. Aan wiskunde had ik ‘n hekel en Multatuli las ik graag.

Maar ik koos voor de Sociaal Pedagogische Hulpverlening, omdat ik wist dat ze daar ook veel doen aan persoonlijkheidsontwikkeling. En toen raakte ik, dankzij die laatste therapeut - professor Dr. Schilder - zwanger.

Zodra m’n buik zichtbaar begon te worden, werd ik min of meer van die opleiding af gesodemieterd. Tenminste, de directeur stond aan de kant van m’n moeder en die is nogal conservatief. Die zei: ‘Eerst ‘t kind en dan de studie.’ En toen ben ik maar thuisgebleven. Maar ik loop op de feiten vooruit.

Korte mededeling over de voortgang van Eric Steiners roman ‘De IJskoning.’
Nog even geduld, beste mensen. Eric wil zijn roman nog één keer in zijn geheel doorlezen, dan de spellingscontrole er overheen – en de flessen kunnen worden ontkurkt.

Groetjes,
Sophia Désedan.

maandag 30 september 2013

Sophia's blog: De juiste beslissing

Als Eric Steiners redactrice, inspiratiebron, raadgeefster en stok achter de deur is m’n leven bewonderenswaardig stabiel geworden. Maar vooral heb ik dat natuurlijk te danken aan m'n zoontje Johan en ‘n lieve gozer van ‘n Leòn die m’n levenspartner geworden is. Stabieler kan m’n leven eenvoudig niet.

Dat was vroeger wel anders. Yoga, zelfhypnose, Zenboeddhisme, ultralinks socialisme, vegetarisch eten, ‘t bespelen van stemmingen, ‘Op Eigen Kracht Verder’ - overal dook ik met m’n neus in. Maar dat ik er wijzer van werd, hoe maar.

Mijn probleem was dat ik niet kon kiezen, dat ik geen beslissingen durfde te nemen. Ten einde raad sloeg ik maar weer ‘s willekeurig de ‘I Tjing’ op. Dat is al jaren m’n lievelingsboek. Ik las: ‘Je geestelijke leven moet bestendigheid hebben. In plaats van op tien verschillende paden elk een stap te zetten, moet je op één pad honderd stappen doen.’

Eén pad. In die maanden hield ik me bezig met het paranormale en ik besloot dat dit m’n laatste keus zou zijn, hier zou ik me helemaal op storten. Maar toen ik m’n horoscoop liet trekken en me werd verteld dat ik de veertig maar net halen zou, kwam ik in chaotische wanhoop terecht op de stoel van m’n huisarts. Die zei: ‘Je moet maar ‘s in therapie.’
Ja, al weer. Maar nu serieus.

Groetjes,
Sophia Désedan.  

dinsdag 24 september 2013

Sophia’s blog: Wat haat je het meest in jezelf?

’t Kan jullie misschien weinig interesseren, maar ‘k heb op onderstaande blog zowat de hele avond zitten zwoegen, omdat ’t verhaalde voor mij al weer zo lang geleden is.

Bij de eerstvolgende sessie moest de Rebabbling Groepstherapeut me meteen weer hebben.
‘Wat haat je het meest in jezelf?’ vroeg ie.
Ik flapte er uit: ‘M’n wantrouwen als ’n man tegen me zegt dat ie zeer op me gesteld is.’
‘Dat haat je het meest in mezelf?’ vroeg ie.
Ik knikte.
Tevreden was ie allerminst. Hij spoorde me aan: ‘Ga door. Ga door. Gooi ‘t maar in de kring.’
Om mij heen begonnen ze stuk voor stuk te gniffelen.

Dat er in ‘n prille vriendschap met ‘n man bij ons vrouwen nogal eens de vraag rijst: wat wil ie van me, dat kon ik ‘m en z’n groep moeilijk vertellen. Ook m’n ietwat feministische opvattingen hield ik voor me. Van dat ‘t er in de Middeleeuwen ‘n stuk beter aan toeging. De mannen noemden hun vrouwen in die tijd nog ‘lelie’ of ‘roos.’
Maar tijdens de renaissance - waar iedereen zo lyrisch over doet - kwam er de klad in. Toen fluisterden de mannen opeens in onze oren: ‘M’n muis,’ of: ‘M’n hartvarkentje,’ of: ‘M’n poesje.’ Toen al is de vrouw gedegradeerd tot lustobject, in diezelfde tijd toen Maarten Luther beweerde: ‘Er is geen kleed dat een vrouw of een jonkvrouw slechter staat dan als zij doet of zij intelligent is.’

Deze wetenswaardigheden hield ik dus voor me. Omdat de groepstherapeut zo aandrong, dwong ik mezelf om wat concreter te zijn.
Ik vertelde hem dat afgelopen zaterdag ‘n kennis me had meegenomen naar de plaatselijke Chinees en dat ie daar tegen me had gezegd dat ie gek op me was. Waarop ik met ‘n doodserieus gezicht had gevraagd: ‘Wat wil je daarmee zeggen?’ En dat toen uit die gozer z’n snoet ‘t gestamel en gestotter en een zekere vloek was gekomen. ‘En toen kon ik alleen naar huis lopen,’ zei ik.

Jullie kunnen je voorstellen dat die therapeut en z’n hele Slampamper Rebabbling Therapiegroep in ‘n deuk hebben gelegen. En toen die theemuts van ’n therapeut ook nog durfde te beweren dat ik met ‘n mannencomplex zat, ben ik de volgende keer niet meer teruggekomen. Je hebt stijl, of je hebt ‘t niet.

Volgende week meer over m’n experimenteerjaren.


Groetjes,
Sophia Désedan.

maandag 23 september 2013

Sophia’s blog: De zaak opfleuren.

Op ’t ogenblik is Eric Steiner druk bezig met de laatste loodjes van z’n roman ‘De IJskoning.’ Die wil ie op 1 oktober af hebben.
Ik geloof d’r geen ene sikkepit van. Jullie kent ‘m zo langzamerhand wel: bij hem is nooit iets af. Altijd vindt ie vroeg of laat wel weer iets om aan te sleutelen. Hier ‘n woordje vervangen, daar ‘n fragmentje geschrapt. ’t Is nooit genoeg. Let maar eens op.
Hij neemt nu al 'n slag om de arm. Hij zegt niet ‘Op 1 november hoop ik mijn roman voltooid te hebben,’ nee: hij zegt dat ie op die datum graag z’n roman ‘proeflezersklaar’ heeft. 't Blijft ’n never ending story, als je ’t mij vraagt.

Maar goed. Zolang ie 't zo druk heeft met dat boek van 'm, zal ik hier de zaak eens ‘n beetje opfleuren. Werd ook wel tijd. De laatste keer dat jullie iets van mij hebt gelezen, was in juni. Toen had ik ’t over filosoferen in bed en op de bank. Nu wil ik 't hebben over m’n experimenteerjaren. Op ons vorig blogpodium, ondergebracht bij Hyves, heb ik daar al ’n paar keer ‘n deurtje over opengedaan. Om ’t vervolg ’n beetje te begrijpen, raad ik aan dat jullie eerst op die Hyves site ’n specifiek stukkie van me te lezen. Dan zijn jullie weer helemaal bij. ’t Heet 'In Therapie.'

(Door Eric Steiner & Co. oorpsronkelijk gepubliceerd op Hyves)

Morgen plaats ik 't vervolg.


Groetjes,
Sophia Désedan

maandag 16 september 2013

De Bijbel als springplank.


Niet Robinson Crusoe
Wat ik in mijn vorige blog beweerde, klopt niet helemaal. Het klopt helemaal niet. Natuurlijk kan het eerste boek dat mij werkelijk raakte moeilijk ‘Robinson Crusoe’ zijn. Het werkelijk eerste boek dat mij raakte, dat was de Bijbel.

Ritueel
Dagelijks na het avondeten lazen mijn ouders hieruit voor. Van de schepping tot Openbaringen. In Openbaringen kwamen ze niet ver. Wereldondergang en Laatste oordeel… Het werd al te onbegrijpelijk en vooral absurd. Wij als kinderen, met nog een heel leven voor de boeg, zouden er zeker nachtmerries van krijgen.
Dus sloegen mijn ouders de Bijbel dicht. De volgende dag begonnen ze monter van voren af aan. Zo heb ik in mijn jeugd minstens vier keer De Bijbel ten gehore gekregen.

Censuur
Stukken met verkrachtingen of gruwelijke moordpartijen braken mijn ouders, juist op het moment dat het spannend begon te worden, af. De volgende dag hervatten zij het Bijbellezen een flink stuk verderop.
Hooglied sloegen zij ook gedeeltelijk over. Want ‘borsten gelijk torens’ (Hooglied 8 vers 10), dat was toch echt niet voor kinderoren bestemd.

Springplank
Al vanaf jonge leeftijd ben ik via Bijbel en kerkgang in de christelijk leer onderwezen. Daarnaast betekende deze Bijbel voor mij een springplank naar de wereldliteratuur. Maar dat ben ik pas als volwassene gaan inzien.