Posts tonen met het label Sophia Désedan. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Sophia Désedan. Alle posts tonen

vrijdag 25 april 2025

Een teken van leven

 

door Sophia Désedan

 

 

Hoe ik ‘m in z’n ivoren schrijverstorentje aantrof

Tussen de rommel. Ik ging me zowaar nog schuldig voelen ook en begon meteen de handen uit de mouwen te steken. Maar toen wilde ie ‘t zelf doen.
‘Laat nou maar,’ zei ik. ‘Als ik ’t doe, is ’t zo gebeurd.’


 Waar heb je toch al die tijd uitgehangen!
‘Zo, meneer Steiner. Je bent een meester in afwezigheid. Waar heb je toch al die tijd uitgehangen! Niet alleen maar achter je schrijfbureau, mag ik hopen?’
‘En waar ben jij geweest. Jij hebt al vanaf 2018 geen teken van leven meer gegeven op deze website.’
‘Da’s niet waar. In 2023 heb ik nog “Het Grote Eric Steiner Interview” voor je geactualiseerd. Kort daarop plaatste jij je laatste stukkie.’
‘De pot verwijt dus de ketel. Sophia, je bent mijn compagnon. Helemaal aan het begin beloofde je mij, ook eens af en toe op deze site een artikel te plaatsen, in het bijzonder wanneer ik het te druk heb.’


Noem me geen ‘Soof’ 
‘Te druk? Te druk?! Noem jij dat te druk? Wat zitten schrijven aan verhalen en romans? Je bent zeker vergeten dat ik ‘n zoon heb, hè? Daar heb ik m’n handen vol aan. Ja, nog steeds. Vertel mij wat over het te druk hebben, Eric! Jij gaat nog wel anders praten als je zelf kinderen hebt!’
‘Mijn verhalen en romans, dat zijn mijn kinderen, Soof.’ 
‘Noem me geen “Soof”. Mooi gezegd: je verhalen en romans je kinderen noemen! Ze verplichten je tot niks, mijn Johan wel. Nou, kom op! Vertel me waar jij de laatste tijd zo druk mee bent geweest.’
‘O, zo veel.’

Verplichtingen

O, zo veel? Dan kan ’t ook niks zijn geweest, Eric. Je hebt vast weer zitten schiften op komma’s en punten. Da’s heel wat anders dan een zoon van negentien weer in huis nemen, zorgen dat ie goed te eten krijgt, z’n studie blijft volgen, niet te veel op social media rondhangt en op tijd naar bed gaat. Een moeder alleen, da’s heel wat anders dan een schrijver alleen, Eric! Wat voor verplichtingen heb jij nou naar je verhalen en romans toe.’
‘Ze willen uitgegeven worden.’


Die hang naar perfectie van hem!
‘En daarom moet je ze keer op keer nog ‘n stukkie perfecter maken, hè? Ik ken je. Je blijft er net zo lang mee bezig, met dat zogenaamde verbeteren, tot je er dood bij neer zult vallen.’
‘Je hebt wel een beetje gelijk, Sophia. Maar daarnaast ben ik met een heel groot project bezig.’
‘Vertel.’


Een ‘nieuw’ project 
‘Ik heb "Gestolde Liefde" weer ter hand genomen. Je weet wel, die roman die ik in eerste versie tijdens National Novel Writing Month heb geschreven in 2009, 2010, 2011, 2015 en 2021. 
Het heet nu "Gestolde Passie." Die titel dekt beter de lading. Van die NaNoWriMo-manuscripten is nu een tweede versie af. Ik heb ook een heel nieuw deel geschreven. Dat behandelt de eerste veertien jaar van mijn hoofdpersonage: ‘Batmans cape.’ Dat is nu ook in tweede versie.
"Gestolde Passie" beslaat nu zo’n 1000 bladzijden. Maar dat zegt niets. Alleen de scenes die met elkaar te maken hebben mogen bewaard blijven. Nog veel te de doen dus.
Vandaar mijn afwezigheid hier op deze plek.’


Was ’t nou zo moeilijk?
‘Goed zo, Eric. Was dat nou zo moeilijk, om mij en je lezerspubliek weer een beetje op de hoogte te brengen van je literaire activiteiten?’
‘Het valt me een stuk gemakkelijker als ik het jou vertel. Als jij er nou eens een leeswaardig artikel van maakte’
‘Ammehoela! …Oké, alleen deze keer dan. Daarna mag je zelf hier weer aan de slag, schrijvertje! Probeer het maar eens, tijdens vorige projecten is het je ook gelukt.’
Ik kwam overeind en pakte m’n spullen bijeen. ‘Als je je best doet, misschien doe ik dan ook weer mee.’
‘Ja, mama.’
‘Noem me geen mama. Grrr, mannen! Vooral schrijvers! Ik krijg er ’n punthoofd van.’


Groetjes,
Sophia Désedan.

woensdag 21 maart 2018

Van kort verhaal naar volwaardige roman: ‘Eksteroog’ – deel VIII B


door
Sophia Désedan


Hadden je meelezers nog meer kritiekpunten?

Een paar spelling- of taalfoutjes, een verkeerde uitdrukking. Hier en daar kon nog wel een te uitleggerig zinnetje worden geschrapt.
Een van de nieuwe meelezers had zo zijn twijfels bij de relevantie van sommige Kefaloniafragmenten, of die het verhaal wel ondersteunden.

En wat heb je d’r mee gedaan, met die laatste opmerking?
Ik heb die fragmenten nog meer in verband proberen te brengen met de hoofdthema’s van de roman.

Zoveel kritiekpunten waren d’r dus niet. Waarom heeft ‘t dan nog zo lang geduurd, voordat je je bereid verklaarde voor dit interview?

Dat komt omdat ik niet meteen en ook niet zonder onderbrekingen met de opmerkingen en kanttekeningen aan de slag ben gegaan. Op mijn beurt heb ik van de twee nieuwe meelezers elk een manuscript doorgelezen en beoordeeld. Verder heb ik de hele maand november gebruikt om mijn National Novel Writing Month roman te schrijven: ‘Gesprekken met mijn moeder.’
Pas in december kon ik echt de slag gaan met de opmerkingen van mijn drie meelezers.

En dan nog vind ik dat je d'r behoorlijk lang over gedaan hebt

Ik heb echt niet stilgezeten, hoor. Nou ja, dus wel. Achter de computer.
Nog heel wat meer zaken heb ik binnen de roman met elkaar in verbinding gebracht. Zinnen die te veel op elkaar leken en bepaalde uitdrukkingen, geëlimineerd. Daarbij ontdekte ik dat ik nogal vaak bepaalde ‘stopwoorden’ gebruikte: misschien, heel, vaak, soms, veel, dus, toch, maar en hun synoniemen. In boeken van gerenommeerde schrijvers bleken die nauwelijks voor te komen. Ook in de roman ‘De IJskoning’ en ander werk van mij kwam ik die stopwoorden tegen. Vervolgens ben ik beide romans per stopwoord ter hand gaan nemen.
Daarna het geheel nog eens doorgelezen om te zien of door al dat vele schrappen de zinnen niet opeens geforceerd overkomen. Sommige woorden moesten toch weer terug worden geplaatst.

Vreemd hoor, dat je nu pas achter die stopwoorden gekomen bent.

Afstand schept inzicht.

Leg dat eens uit?

Eerst probeer je in het verhaal te komen, vervolgens in het hoofd van je personage. Als je verhaal en je hoofdpersonage er eenmaal staan, dan ga je kijken naar de stijl, zoek je naar verbanden, voeg je verbanden toe om er echt een eenheid van te maken. Daarna is het tijd om de hele tekst strak te trekken. Je zit nog steeds bovenop de woorden. Pas wanneer je wat afstand hebt kunnen nemen van het verhaal en je hoofdpersonage, ben je in staat om de kleine onvolkomenheden als bepaalde stopwoorden te ontdekken. Nu ik me er bewust van geworden ben dat ik ze gebruik, zal ik in denk ik ook staat zijn om ze direct bij eerste herlezing lezing te schrappen. – Afstand schept inzicht.

En na die schrappingen was je dan eindelijk klaar?

Bijna, bijna. Tussen 17 en 27 februari heb ik zowel ‘Eksteroog’ als ‘De IJskoning’ in zijn totaliteit nog één keer doorgelezen. Daarbij ben ik toch nog weer een paar tegenstrijdigheden tegengekomen (ja, nu pas, want ook hier geldt: afstand schept inzicht). Die heb ik weggewerkt. Ook tijdens een laatste spellingscontrole kwam ik nog een paar spellingfouten tegen die Word tot nu toe over het hoofd had gezien. Vreemd eigenlijk…  Maar goed, beide romans zijn nu dus definitief klaar voor de uitgever.

Geloof je ‘t zelf? Over ‘De IJskoning’ heb je  zo vaak gezegd dat die klaar zou zijn voor de uitgever. En telkens weer kwam je d’r op terug.
‘t Wordt tijd om ze los te laten, Eric! Bij elke herlezing zul je weer een foutje of een punt ter verbetering ontdekken. Maar dat zal een uitgever ook doen. Dus, loslaten! Stuur die beide romans eindelijk eens op. Nu!

Gelijk heb je.

N.B.: ‘Eksteroogs diagnose’ heet tegenwoordig ‘De geschonken tijd’


woensdag 14 maart 2018

Van kort verhaal naar volwaardige roman: ‘Eksteroog’ – deel VIII A



door
Sophia Désedan


’t Was 30 augustus dat je voor ’t laatst iets te melden had over je vorderingen aangaande je roman ‘Eksteroog.’ Heel wat lezers zullen zich afvragen  hoe ‘t daar in vredesnaam mee gesteld is. Had je een writers block of zo?

Verre van dat.
Zoals ik je in deel VI van deze serie vertelde, was ik in februari 2017 begonnen de opmerkingen te verwerken die mijn meelezer op de verbeterde versie van ‘Eksteroog’ had gemaakt. Je kunt je misschien herinneren dat ze de roman nogal somber vond en wat meer lichtheid wenste.
Hiervoor heb ik 8 hoofdstukken van tezamen 40 pagina’s aan de roman toegevoegd, waarin onder andere de karakters van en de relatie tussen mijn hoofdpersonage Reinier Verbriest en zijn ex-vriendin Martha verder zijn uitgewerkt. Van die hoofdstukken spelen er zich 5 (23 pagina’s) af op het Griekse eiland Kefalonia, waar beiden zeven jaar geleden op vakantie zijn geweest.

Wat ben je toch een boekhoudertje.


…Het zit in de genen. Mijn grootvader van mijn moeders’ kant was kruidenier. …Zal ik verder gaan?  Goed dan.

Ondanks de wens naar meer lichtheid, achtte ik het gaandeweg nodig om toch nog twee iets zwaardere hoofdstukken van elk 3 bladzijden tussen te voegen. Ook kwam ik tot de conclusie dat bestaande tekst hier en daar iets moest worden uitgebreid. Beide ‘acties’ waren vooral nodig om extra verbindingen te kunnen leggen, om tot een nog betere structuur en spanningsboog te kunnen komen.
Uiteindelijk had ik na zeven maanden arbeid een roman op mijn computerbeeldscherm staan dat van 202 naar 267 pagina’s was uitgegroeid.
Op 28 augustus heb ik deze compleet nieuwe versie ter beoordeling naar mijn meelezer opgestuurd. Op haar verzoek heb ik dat ook gedaan naar twee andere collega schrijvers.
In september en oktober mocht ik van alle drie het manuscript met kanttekeningen en opmerkingen terugontvangen.

En hoe was hun oordeel?

Mijn eerste meelezer vond dat de roman vergeleken met de vorige versie er stukken op vooruit is gegaan. Belangrijke informatie wordt nu niet meer te lang achtergehouden. De gevoelens en gedachten van mijn hoofdpersonage Reinier Verbriest zijn voldoende uitgewerkt. Vooral vond ze de roman meer in balans, minder somber. Ze schreef: ‘Prachtig die gelukkige momenten met Martha op een Grieks eiland en al die verwijzingen naar de mythologie.’ Over de door mij toegevoegde positieve laatste zin van de roman, merkte ze op: ‘Mooi, mooi!’
Ook de twee nieuwe meelezers waren tevreden over ‘Eksteroog.’ Van hen kreeg ik min of meer bevestigd wat mijn eerste meelezer had opgemerkt. Alle drie ken ik overigens van het Daretoo Schrijverscafé.*
Over de roman in zijn geheel was de meest strelende opmerking wel deze: ‘een plezier om te lezen voor iemand als ik, die stijl het allerbelangrijkst vindt.’
Zo, en nu heb ik wel genoeg veren in mijn # gestoken!

Juist. Ook dat moet je nog een beetje beter leren beheersen, Eric. Niet te bescheiden zoals in deel VI, en niet te pocherig zoals nu.

Was er ook kritiek?

Een van de nieuwe meelezers was niet zo tevreden over het eind, vond het zelfs een anticlimax. Sowieso had ze moeite met de laatste bladzijden.
En de derde meelezer, die vond de (toegevoegde) laatste zin geen lichter einde.
Als je drie verschillende oordelen over het slot krijgt, dan kun je ervan uitgaan dat je goed zit. De derde meelezer gaf mij daarin de doorslag. Hij las meer dan ik er in had gelegd.
Conclusie: het slot van ‘Eksteroog’ is multi interpreteerbaar. Wat wenst een schrijver nog meer?

(het tweede deel van dit interview volgt volgende week)


*) Een door Daretoo in het leven geroepen LinkedIn groep voor schrijvers, redacteuren, schrijfcoaches, etc.



N.B.: ‘Eksteroogs diagnose’ heet tegenwoordig ‘De geschonken tijd’

donderdag 20 juli 2017

Van kort verhaal naar volwaardige roman: ‘Eksteroog’ – deel VI


door
Sophia Désedan 

De plus- en verbeterpunten volgens de meelezer
&
Fase 5

In deel I van deze serie vertelde je dat 't schrijven aan de roman 'Eksteroog' in vier fasen op te delen valt en dat er naar aanleiding van opmerkingen van je meelezer nog een vijfde fase noodzakelijk was. Ik neem aan dat je daarmee inmiddels bent begonnen?

Inderdaad. Met een kleine onderbreking van een maand, ben ik daar vanaf februari mee bezig. En misschien zal het je verheugen: ik ben er bijna mee klaar.

Dat is geweldig!
Voordat je me meer over die fase 5 vertelt, wil ik graag van je weten wat je meelezer tot nu toe van je roman gevonden heeft. Misschien worden dan lezers op deze blog nog nieuwsgieriger naar je roman en zullen ze hem misschien wel kopen, als ie eenmaal in de boekhandel ligt.

Dank je. Mijn meelezer heeft ‘Eksteroog’ drie keer in twee verschillende versies gelezen. De eerste versie stuurde ik november 2015 naar haar op en besloeg 162 pagina’s. De twee telde na verwerking van haar verbeterpunten 205 pagina’s en over de inhoud daarvan had ze februari dit jaar aan pluspunten min of meer hetzelfde te melden als over de 162 pagina’s versie.

Ze vond de stijl bijzonder en origineel. Ze kende niemand die zo ‘met zulke fijnzinnige details.’ schrijft. ‘Zintuiglijk, alle zintuigen komen aan bod,’ schreef ze. - Sorry, ik vind het eigenlijk een beetje ongepast om zo mijn roman de hemel in te prijzen.

Nee, ga door, ga door. Niet zo bescheiden, Eric!

Nou ja, verder kon ze de indeling in kleine hoofdstukken en de wisseling van scenes thuis, bij vrienden en in het openbaar vervoer en de dromen nogal waarderen. Vooral de scenes van mijn hoofdpersonages in de rol van antiquair vond ze ‘ongelooflijk boeiend.’
Ze ervoer de roman ook als aangrijpend. En omdat het over een ongeneselijke ziekte gaat, nogal somber en beklemmend, het einde zelfs naargeestig. Ook na mijn aanpassingen in fase 4 vond zij dit nog steeds.

En zo komen er op de verbeterpunten voor fase 5. Welke waren die zoal?

In de tekst zelf had ze ca. 120 punten van verbetering. Die hadden betrekking op vage omschrijvingen, scenes op de verkeerde plek, woordvolgorde, en een paar overbodige woorden, omslachtigheden of taalfouten. En op personages die wat vaker mogen terugkeren, omdat ze anders niet bij de lezer blijven hangen.

Vanwege de spanningsopbouw had ik nogal wat zaken pas verderop of zelfs aan het eind van de roman uiteengezet. Mijn meelezer wilde graag dat ik een aantal van die zaken meer naar voren zou plaatsen. Dan raken ze je als lezer ook eerder, is de lezer eerder met het hoofdpersonage betrokken. Die betrokkenheid kreeg mijn meelezer eigenlijk pas echt op eind van de roman.

Verder liet ik nogal wat onbeschreven. Ze zag ze graag dat ik wat meer de gevoelens van mijn hoofdpersonage invulde. Het principe van Show don’t tell’ bleek hier niet te werken.
Ook meer uitwerking verdienden volgens haar o.a. het verloop van de ziekte en de relatie van mijn hoofdpersonage met zijn arts.

Dat ze de roman nogal somber en op het eind naargeestig vond, baarde mij extra zorg. Hier en daar geniet mijn hoofdpersonage. Mijn meelezer had graag gewild dat hij nog wat meer plezier aan zijn leven zou beleven. Dat zou ook de lezer wat lucht geven.

Maar een roman mag toch wel somber en naargeestig zijn? Vooral wanneer 't gaat over een ongeneselijke ziekte?

Dat vond ik aanvankelijk ook. Maar elke opmerking, elke suggestie van mijn meelezer neem ik serieus. Ik zal er altijd mee gaan experimenteren. En daar vertel ik je de volgende keer meer over.


N.B.: ‘Eksteroogs diagnose’ heet tegenwoordig ‘De geschonken tijd’



maandag 22 mei 2017

Van kort verhaal naar volwaardige roman: ‘Eksteroog’ – deel IV



door
Sophia Désedan 




Geïnspireerd door  Sgt. Pepper's Lonely Hearts Club Band
Geïnspireerd door de deze week te verschijnen nieuwe uitgave van The Beatles’ Sgt. Pepper's Lonely Hearts Club Band en de vele remasters van ander succesvolle muziekalbums uit het verleden waaraan vorig versies van de uiteindelijke nummers zijn toegevoegd, geef ik op deze plek en met toestemming van Eric Steiner twee vorige versies vrij van een monoloog uit z'n roman in uitvoering: ‘Eksteroog.’
(Zo, dat is me 'n volzin! Ik zou zelf wel schrijver kunnen worden!)

Take 3 ( december 2002)
‘Ik heb moeite moeten doen om haar aardig te vinden, Reinier. Je bent ten slotte mijn beste broer. Maar ik moet nu toegeven dat ik haar vanaf het begin niet heb gemogen. Ik bedoel: ze had iets, iets waardoor zij nooit een van ons had kunnen worden. Ben je ooit wel een tijd echt gelukkig met haar geweest? In onze ogen eiste zij jou helemaal voor zichzelf op. Het was een jaloerse vrouw die het niet kon velen dat je ook nog familie had. Familie die je kon bezoeken. Daarom ben je al die jaren weggebleven, is het niet? Ze heeft jou zover gekregen dat je moest kiezen tussen haar of je familie. En nadat je voor haar gekozen had, liet ze je in de steek. Je mag de hemel op je knieën danken dat het voorbij is, want als het langer had geduurd had het nog veel erger kunnen aflopen.’
(151 woorden)

Take 5 ( oktober 2009)
‘Ik heb moeite moeten doen om haar aardig te vinden, Reinier. Je bent ten slotte mijn liefste broer. Ik heb je bijzondere keuzes altijd met bewondering gerespecteerd. De keuze om zo maar te stoppen met je studie, geen arts wilde worden, geen carrière wilde maken. Van je hobby je beroep wilde maken. Zelfs je keuze om met Martha gelukkig te willen worden zoals je dat toen zo zei, heb ik gerespecteerd. Ik heb erg mijn best gedaan. Maar ik moet je nu bekennen dat ik haar vanaf het begin niet heb gemogen. Ik bedoel: ze had iets, iets waardoor zij nooit een van ons had kunnen worden. Ben je ooit wel eens een tijd echt gelukkig met haar geweest? In onze ogen eiste zij jou helemaal voor zichzelf op. Het was een jaloerse vrouw die het niet kon velen dat je ook nog familie had. Familie die je kon opzoeken. Daarom ben je al die jaren weggebleven, is het niet? Ze heeft jou zover gekregen dat je moest kiezen tussen haar en je familie. Je mag de hemel op je knieën danken dat het voorbij is. Als het langer had geduurd, dan had het nog veel erger kunnen aflopen.’ 
(199 woorden)

N.B.: ‘Eksteroogs diagnose’ heet tegenwoordig ‘De geschonken tijd’

donderdag 20 april 2017

Van kort verhaal naar volwaardige roman: ‘Eksteroog’ - deel III



door
Sophia Désedan 

Oer-manuscript

In deel I van deze serie zei je dat de oerknal voor de roman ‘Eksteroog’ een nachtmerrie uit je kleuterjaren is geweest en dat je die nachtmerrie in je puberteit twee keer hebt verwerkt in een kort verhaal.
Hoe zag de eerste versie van dat korte verhaal er uit?



Dat ik het verhaal hier niet in zijn geheel plaats, komt omdat ik mij er een beetje voor schaam. Het is nogal omslachtig en duidelijk het product van een beginnende schrijver.

En de tweede versie?
Die liet ik een jaartje later in het schoolkrantje opnemen. Helaas kan ik dat behoorlijk luxueus uitgegeven krantje niet meer terugvinden in mijn archief, maar het typoscript nog wel. De doorhalingen zijn overigens, net zo als bij versie 1, van latere datum.





En hoe staat dit fragment momenteel in ‘Eksteroog’ verwoord?


11.
Witte mannen met rode zakdoeken


De wekkerradio gaat en smelt tot één grote brei ineen. Ik sta op en voel mijn voeten een eind in de houten vloer wegzakken, alsof ze door pudding gaan. Het kost me de grootste moeite om de slaapkamerdeur te bereiken. Zodra ik met een vingertop de deurklink heb weten aan te raken, valt de deur uit zijn scharnieren en stort hij zich bovenop mij. Ik zak door de vloer.
Sterren fonkelen rondom. Een vleermuis met felle ogen en bebloede tanden scheert langs mij heen, keert terug en nestelt zich in mijn haren. Hij begint mijn hele schedelinhoud weg te vreten. Een vrouw grijpt me bij de hand en fluistert: ‘Vlug. Kom mee.’
Steeds harder rukt zij aan mijn hand, ik schreeuw het uit van de pijn. Langzaam scheurt mijn pols open - en de vrouw valt weg, het heelal in, met mijn hand in de hare.


Is de hele roman zo?
Natuurlijk niet. Het hierboven opgenomen fragment is immers slechts een droom? Daarom zal ik je de volgende keer het begin van de roman laten zien.




N.B.: ‘Eksteroogs diagnose’ heet tegenwoordig ‘De geschonken tijd’

donderdag 16 maart 2017

Van kort verhaal naar volwaardige roman: ‘Eksteroog’ - deel II


door
Sophia Désedan 


Waar gaat in één zin ‘Eksteroog’ over?
Over vriendschappen, aanhankelijkheid aan het leven en het verwerkingsproces van een ongeneeslijke ziekte.

Wat zou je op de achterflap van ‘Eksteroog’ kunnen zetten?
Zie Bibliografie. Het moge duidelijk zijn dat deze roman niet een zoveelste zelfhulpboek is. Daarvoor zijn tekst en thematiek te literair.

Hoe ben je op 't idee van ‘Eksteroog’ gekomen?
In 1986 bezocht ik mijn huisarts vanwege klachten aan een van mijn tenen. Ik had gedacht dat het om een eksteroog ging, maar het bleek een ontsteking te zijn.
De specialist die de ontsteking behandelde, zei dat ik waarschijnlijk te weinig gevoel in mijn voeten had. Anders was ik veel eerder naar de huisarts gegaan.
De specialist verwees mij door naar een neuroloog. Een keer per jaar controleerde de neuroloog het gevoel in mijn voeten. In jaar drie liet hij zich terloops ontvallen: ‘Het is zeer verstandig dat wij dit onderzoek blijven doen, want het is niet uitgesloten dat u over twintig jaar terechtkomt in een rolstoel.’
Ik heb deze neuroloog nog één keer bezocht, daarna niet meer.
Sinds drie jaar ben ik een van de weinige schrijvers in Nederland - misschien wel de enige - die zich buitenshuis met behulp van krukken voortbeweegt. Vooralsnog ga ik ervan uit dat het tot mijn levenseinde bij deze krukken zal blijven.

Is de roman ‘Eksteroog’ autobiografisch?
Voor een heel klein deel. In tegenstelling tot het hoofdpersonage in ‘Eksteroog,’ heb ikzelf de verwachting van mijn neuroloog wel meteen met vrienden besproken. Mijn vrienden zijn overigens niet de vrienden van mijn hoofdpersonage, al zullen sommigen zich misschien wel gedeeltelijk herkennen.
De in de roman beschreven MRI-scan heb ik zelf ondergaan, voor een aandoening aan mijn ogen die minder ernstig bleek dan vermoed: ik was eenvoudig toe aan een bril.
Van mijn zwager heb ik het verhaal van de hond die in een bushokje de broekspijp van een man onder piest.
De zelfmoordpoging van de vrouw en de treinaanrijding zijn authentiek, maar hebben in tegenstelling tot in de roman niets met elkaar te maken.
…Is het belangrijk om te weten of een roman autobiografisch is?...

Heb je veel research moeten doen voor ‘Eksteroog’?
Dat hing van het onderwerp af. Zo had ik vrijwel meteen informatie van het internet kunnen vissen over het NS-protocol en de ervaringen van NS-personeel bij treinaanrijdingen. Om mijn hoofdpersonage als eigenaar van een antiekzaak geloofwaardig over te laten komen, heb ik uren achtereen boeken en sites over antiek en veilingen door geplozen.



N.B.: ‘Eksteroogs diagnose’ heet tegenwoordig ‘De geschonken tijd’



donderdag 16 februari 2017

Van kort verhaal naar volwaardige roman: ‘Eksteroog’ – deel I


door
Sophia Désedan 

In je ‘Schrijversjaarverslag 2016’ noemde je als een van je twee grote projecten: de roman ‘Eksteroog.’ Lezers die je al een tijdje op deze blog volgen, zullen zich afvragen waar dit stuk proza van jouw hand opeens vandaan komt, want op deze site heb je d'r tot nu toe nauwelijks aandacht aan besteed.

Komt ‘Eksteroog’ zo maar uit de lucht vallen?

Nee, het manuscript bestaat al sinds 1998. Sommige fragmenten zijn in hun oorspronkelijke vorm van twintig jaar eerder. En de oerknal voor deze roman, zoals ik in een vorig blog geschreven heb, vond plaats rond mijn vierde levensjaar, in een telkens terugkerende droom.
Die droom heb ik gedurende mijn adolescentie twee keer gebruikt voor een kort verhaal. Die verhalen heb ik in ‘Eksteroog’ verwerkt.

Wanneer heb je aan ‘Eksteroog’ geschreven?

Het schrijven aan ‘Eksteroog’ valt grofweg in te delen in 4 fases.
Fase 1: 3 september 1998, 12 oktober 1999 - 21 maart 2000, 16 december 2002;
Fase 2: 18-22 april 2009, 17 juni-31 oktober 2009, 16 januari 2013;
Fase 3: 10-27 april 2015; 18 mei 2015; 28 oktober-1 november 2015;
Fase 4: 4 juni - 25 augustus en 11 oktober - 1 november 2016.

Kun je iets vertellen over de ontwikkelingsgeschiedenis van Eksteroog?

Tussen 1978 en 1980 tekende ik in een schriftje de eerste aanzetten op voor een roman, getiteld: ‘Versagen in eenzaamheid.’ Die roman heb ik ergens in de jaren tachtig afgewezen, maar het schriftje met de eerste aanzetten heb ik bewaard.

Fase 1
In mijn Schrijverslogboek schreef ik op 3 september 1998: ‘Fragmenten uit Versagen in Eenzaamheid met potlood aangestreept, bestemd voor diverse korte verhalen + begin gemaakt van ‘Manuscript, gevonden tussen twee identieke woningen.’
Op 28 november 1999 heb ik de titel veranderd in ‘Eksteroog’, omdat de oorspronkelijke te veel de afloop verraadt.
Op 16 december 2002 maakte ik een verslag van een MRI-onderzoek dat ik die dag had, en waarvan ik toen al wist dat ik deze informatie zou kunnen gebruiken voor ‘Eksteroog.’

Fase 2
Net als ‘De IJskoning’ was ‘Eksteroog’ aanvankelijk als verhaal opgenomen in de bundel ‘Gezichten in het struikgewas.’ Op 18 april 2009 koppelde ik ‘Eksteroog’ van ‘Gezichten’ los, om het te kunnen laten uitgroeien tot een novelle. Op die dag telde het 39 pagina’s.
Dat ik na zoveel jaar er weer mee aan de slag ging, terwijl ik midden in researchwerk voor mijn roman ‘De behouden stilte’ zat, heb ik te danken aan een collega op mijn werk, een vrouw die zeer geïnteresseerd was geraakt in ‘Eksteroog’ nadat ik haar erover had verteld.
Op 31 oktober 2009 was de tekst zo ver uitgebreid, dat je kon spreken van een kleine roman: 136 pagina’s.
Op 16 januari 2013 heb ik fragmenten over de bouw van een torenflat tussengevoegd.

Fase 3
Opnieuw bleef het manuscript enige tijd liggen. Projecten als ‘De IJskoning’ eisten al mijn schrijftijd op.
In oktober 2014 haalde ik een fragment uit ‘Eksteroog’ om het uit te werken tot een verhaal voor een Verhalenschrijfopdracht van Het Schrijverscafé. (Voor informatie over Het Schrijverscafé, zie voetnoot bij Schrijversjaarverslag 2016). Misschien was dit de aanleiding om verder te gaan met de roman?
Extra gemotiveerd raakte ik, nadat een collega-schrijver van het Schrijverscafé mij in het najaar van 2015 vroeg om haar roman in wording door te nemen en van commentaar te voorzien. In ruil daarvoor zou zij hetzelfde doen met een van mijn manuscripten. Dat werd dus ‘Eksteroog.’
Toen ik het manuscript in november 2015 naar haar opstuurde, besloeg het 162 pagina’s.

Fase 4
Nadat ik het manuscript in februari 2016 met lovende woorden, suggesties en kanttekeningen terugontvangen had, ging ik er weer mee aan het werk. Dit deed ik in de tweede helft van 2016, omdat ik in de eerste helft van dat jaar druk bezig was met de laatste redactieslag van ‘De IJskoning.’ Überhaupt is het verstandig om een manuscript waar je zo lang en zo dicht met de neus bovenop hebt gezeten, een flinke tijd te laten rusten.
Op aanraden van mijn collega-schrijver verbeterde of schrapte ik zinnen en fragmenten. Ook op haar aanraden gaf ik de nevenpersonages meer diepgang en een nog sterker eigen verhaal. 
Losliggende draadjes die ik onderweg tegenkwam, knoopte ik op eigen initiatief aaneen, en als ze er weinig toe deden schrapte ik ze. 
Ook op eigen initiatief verschoof ik vanwege de spanningsopbouw enkele hoofdstukken. 
Om de nogal sombere geschiedenis meer lucht te geven, voegde ik een paar hoofdstukken toe. Als basismateriaal heb ik hiervoor onder andere een aantal blogartikelen gebruikt. Bijvoorbeeld: ‘Waarom baby’s lachen als ze geboren worden’ en ‘Van mijn bed gelicht.’
Op 1 november 2016 lag er voor mijn collega-schrijver een manuscript van 201 pagina’s klaar.

Fase 5?
Inmiddels heb ik ‘Eksteroog’ van haar mogen terugontvangen. Er vallen nog steeds een paar dingen te verbeteren voordat deze roman naar een uitgever kan.



N.B.: ‘Eksteroogs diagnose’ heet tegenwoordig ‘De geschonken tijd’


woensdag 19 augustus 2015

Sokken en schoenveters

Mijn lesje wel geleerd.
Mijn coauteur en stok achter de deur Sophia Deçàdent beklaagde zich er over dat haar vriend zijn sokken en kapotte schoenveters overal laat slingeren en dat daar wel meer mannen last van hebben.
Ze keek mij uitdagend aan. Ik wist niet wat ik daarmee moest, ik voelde mij niet aangesproken.
Sinds een jaar of tien gooi ik kapotte schoenveters altijd onmiddellijk in de afvalbak. En sokken prop ik voor het slapen gaan altijd in mijn schoenen. Of anders gooi ik ze meteen in de wasmand. Een schoon paar sokken haal ik pas de volgende ochtend uit de klerenkast. Ik heb mijn lesje namelijk wel geleerd.

Nieuwe veters zijn altijd op.
Een paar dagen voordat ik tot dat besluit gekomen was (hoe ik voortaan zou omgaan met sokken en schoenveters), had ik vanaf mijn werk een afspraak gemaakt met mijn huisarts. Voordat ik hem zou bezoeken, wilde ik vanuit de trein eerst nog even vlug naar huis voor een douche.
Als eerste handeling van mijn ontkledingsproces, boog ik mij op mijn bedrand voorover om mijn schoenveters los te knopen.
Waarschijnlijk trok ik telkens aan het verkeerde uiteinde, want de knoop kwam strakker en strakker te zitten. Na vijf minuten zuchten en pulken aan beide veters, besloot ik de schaar er in te zetten. Maar eerst moest ik nieuwe veters. Die waren natuurlijk nergens te vinden. Nieuwe veters zijn altijd op wanneer je ze nodig hebt.

Probleem opgelost?
De tijd voor een fatsoenlijke douche was intussen verstreken. Met een onontwarbare veterknoop aan beide schoenen ben ik naar mijn huisarts gegaan, en meteen daarna heb ik een hele trits nieuwe veters gekocht.
Thuis zette ik de schaar in de onontwarbare veters. Knip! Doormidden. Zodra ik ze had los geregen, wierp ik ze mijn slaapkamer in. Nieuwe veters in de schoenen, probleem opgelost.
Had je gedacht…

In de vroege ochtend: twee enthousiaste katten
De volgende ochtend sta ik bepakt en bezakt klaar om naar mijn werk te gaan. In de draai die ik naar mijn voordeur maak, zie ik vanuit een ooghoek dat mijn twee katten achter mijn hielen aan springen.
Er ligt een schoenveter op de vloer. Op elke beweging van mijn rechterschoen reageert de veter. Mijn katten raken nog meer enthousiast.
De schoenveter verdwijnt niet onder mijn schoenzool, maar onder mijn broekspijpuiteinde. Hoe kan dat nou?
Natuurlijk: het is een van de los geknipte schoenveters van gisteravond. En hij zit in mijn schoen, zelfs in mijn sok.

Alleen nog een schaar
Ik trek aan de veter en voel dat hij ook om mijn dikke teen heen zit. Muurvast. Dankzij die knoop die ik er gisteren zelf in getrokken heb.
Over een kwartier gaat mijn trein. Er is geen tijd meer om schoen en sok uit te doen om schoenveter te kunnen verwijderen. Hier helpt alleen nog de schaar.
Maar ook scharen zijn altijd zoek op momenten dat je ze het hardst nodig hebt. Dus dat wordt te laat komen op je werk.

Conclusie
Vanaf die dag laat ik nooit meer mijn sokken rondslingeren. Vanaf die dag gooi ik nooit meer los geknipte schoenveters mijn slaapkamer in. Want schoenveters en sokken, ze zoeken elkaar op.*
Maar waar al die scharen in de loop der jaren gebleven mogen zijn?

* Dat schoenveters en sokken elkaar zouden opzoeken, dat is natuurlijk pure hekserij. Logischer lijkt me dat mijn katten met rondslingerende sokken zijn gaan spelen en dat ze in hun spel ook een veter met een onontwarbare knoop hebben meegenomen. Ja, mijn katten hebben er voor gezorgd dat die veter in een van mijn sokken is geraakt. Maar ikzelf ben verantwoordelijk voor het aantrekken van die sok.


woensdag 21 mei 2014

Sophia’s blog: Aanblaffen en uitschelden.

’t Is al weer ’n tijdje geleden dat ik jullie begon te vertellen over m’n zoektocht naar m'n geluk. Wie er ’t fijne van wil weten, moet onderaan dit stukkie maar even op de label Sophia Deçàdent klikken. Ben je zo weer bijgelezen.

M’n voorlaatste blog ging over m’n bezoek aan ’n counselingtherapeut. Dat was dus op niks uitgelopen. Teleurgesteld kwam ik weer tegenover mijn huisarts te zitten. En wat doet die man? Hij raadt me een groepstherapie aan! Hoe haalde ie ‘t in z’n hoofd! Hij wist toch dat ik nauwelijks een half jaar eerder een behoorlijk slechte ervaring opgelopen had met het in groepsverband vinden van mijn persoonlijke geluk? Ammehoela! Mij niet gezien.
De huisarts kalmeerde me. Dat wat hij voor mij op ’t oog had, was mij echt op ‘t lijf geschreven. En hij wist het uit kritisch-wetenschappelijke bron: de begeleider van deze therapiegroep was zeker geen charlatan.

’t Was een mooie, bonte kring. Van de begeleider moest je van alles tegen ‘n willekeurig iemand aanblaffen tot je stem schor geworden was. ’t  Liefst wilde ie dat je met die schorre stem gewoon doorging. Met aanblaffen. Dat was om je emoties naar boven te laten komen. Had je je emoties bevrijd, zoals die begeleider ‘t noemde, dan moest je proberen ze gekanaliseerd de baas te worden, door je voor ik weet niet wat uit te laten schelden door ‘n ander groepslid. Psychodrama’s waren het!

Dat ik ‘t tussen die naar geluk smachtende en op hun snoet gevallen maatschappelijk werkers en die zich in tranen verdrinkende zakenmannen en zakenvrouwen en die sadomasochistische ego-fanaten zo lang heb uitgehouden, snap ik wel. Ik durfde ook hier geen beslissingen te nemen.

Om dat voor de anderen te verbergen, deed ik zo lacherig en spotziek mogelijk mee. De groepsleider wist niks met me aan te vangen. En na een ik walg van jou evaluatie, gaf ie me ‘n papiertje, waar ‘t adres van ‘n vriend van ‘m op stond. Daar moest ik ‘t maar ‘ns verder proberen.


Groetjes,
Sophia Désedan.

woensdag 9 april 2014

Sophia’s Blog: Zien laten




Eric heeft volkomen gelijk. Ik mag me wel eens wat vaker laten zien op deze site. Niet voor niets ben ik z’n partner, de Co in de naam van ons schrijfbedrijfje. Maar ik heb ook nog ‘n zoontje en ‘n relatie. Die gaan voor, want je wil toch gelukkig blijven is ’t niet?
Maar ik heb ‘t Eric beloofd. Ja, ik zal me wat vaker laten zien op deze blog. Voorlopig doe ik ’t  even snel met ’n foto. Die is ’n beetje artistiek bewerkt, zodat ik niet meteen op straat word herkend, want daar houd ik niet van.

Nou, de groetjes en tot de volgende keer.

maandag 18 november 2013

Het Kleine Eric Steiner Interview.

door Sophia Désedan



Ik geloofde er geen ene sikkepit van
Zaterdagmiddag, twee uur. Daar zat ie dan. Voor es een keertje niet achter, maar voor de computer. Op de bank. Naast zich: een trots stapeltje boeken, met de ruggen naar mij toegekeerd. Tien keer viel d’r onder elkaar te lezen: ‘Lezen en laven.’ Tien exemplaren van de verhalenbundel, waarin ook zijn verhaal ‘Zoek’ opgenomen was.
Hij zag d’r een beetje moe uit.
‘En hoe is ’t gegaan, de presentatie?’ vroeg ik.
‘Geweldig,’ zei ie. Ik geloofde er geen ene sikkepit van.

Warm bad
‘Het was alsof ik langzaamaan in een warm bad werd gelegd,’ ging ie verder. ‘Dat kwam denk ik vooral door mijn vrienden en kennissen. Een paar keer werd ik overrompeld door wie er nu weer op mij toe stapte om mij de hand te drukken, of een zoen te geven, een bos bloemen te overhandigen.’

Opzet
‘Dat warme bad kwam denk ik ook door de opzet van de avond. Een cafésfeer. Je hoefde niet naar voren, het podium op. Je kon gewoon aan je tafeltje blijven zitten, tussen je vrienden en kennissen. Als het je beurt was, kreeg je een microfoon aangereikt.


Twee probleempjes, misschien wel drie.
‘Ik had een paar probleempjes tijdens het voorlezen. Het licht. Dat was toch net niet voldoende.
En de tekst. Mijn tekst die ik voor het eerst in boekvorm voor mijn neus had. Niet zoals thuis uitgeprint of op de computer, waarop ik had geoefend om zo goed mogelijk het fragment uit mijn verhaal voor te kunnen dragen. Maar hier, tussen al mijn vrienden en kennissen, in dat warme bad… Het was alsof ik die tekst voor het eerst zag. En zo las ik ‘m ook voor. 
Misschien lag het toch vooral aan het licht.
Maar wat mij het nog meest verbaasde. Ik las voor met trillende stem. Hoe was dat nu mogelijk? Ik had wel eens eerder voorgelezen voor een wat groter publiek, en ik had mij goed voorbereid. Ik hoefde toch niet zenuwachtig te zijn? Ik voelde mij ook niet zenuwachtig. Heel vreemd.’

Intelligente en fijnzinnige hersentjes
‘Ja, meneer Steiner,’ zei ik, ‘je intelligente en fijnzinnige hersentjes dachten dat je niet zenuwachtig was. Maar je stembanden wisten wel beter. Heb je je geschaamd?’
‘Nee,’ zei ie, en ik geloofde hem, omdat ie niet in de verdediging schoot. ‘Achteraf kon ik er hartelijk om lachen. Het gaf niet, die trillende stem. Wel vond ik belangrijk of ik verstaanbaar was geweest. En dat was ik volgens een van de toehoorders. Ik hoop wel dat het voor de laatste keer is geweest, die trilling in de stem.’
‘Maak je daar nu maar geen zorgen over,’ zei ik. ‘Het is gewoon een kwestie van ervaring. Des te vaker je het doet, des te gemakkelijker het je zal afgaan. - Wanneer de gelegenheid zich weer voordoet, zou ik voorlopig wel een eigen printje van je tekst meenemen. En een leeslampje. Je hebt tegenwoordig hele kleine, die kun je zó op de rand van je boek klemmen. Dan hoeft ’t in ieder geval daar niet meer aan te liggen. – Hoe was de rest van de avond?’

Geïntroduceerd
‘Uitgever Ton van Eck deed de presentatie en leidde de schrijvers in. Toen hij bij mij was aangekomen, zei hij dat ik in ‘Lezen en Laven’ nog onder eigen naam stond afgedrukt. Of hij mijn pseudoniem alvast mocht noemen? Dat vond ik goed.
Eric Steiner & Co. Waar die Co. voor stond, wilde hij graag van me weten. Dus vertelde ik hem dat Co. voor Compagnon staat. En dat die Compagnon Sophia Deçàdent heet. Dat jij mijn muze en stok achter de deur bent en dat jij er voor zorgt dat ik mij regelmatig aan het schrijven zet.’
‘Misschien moet je voorlopig maar ’s wat meer onder de mensen,’ zei ik. ‘Dat zal je voorlezen zeker ten goede komen.’

Sophia Désedan absent
Hij reageerde er niet op, dat schrijvertje van me. Hij vertelde dat ie die uitgever en de hele zaal liet weten dat ik hier op deze blog ook af en toe een stukkie schrijf. En dat die uitgever toen vroeg, waarom ik eigenlijk niet meegekomen was, naar deze avond.
‘En wat heb je gezegd?’
‘Gewoon de waarheid. Dat je een beetje verlegen bent en liever onbekend wilt blijven voor zo’n groot publiek. En toen vroeg hij of misschien ook jijzelf een pseudoniem was. Daar heb ik maar Ja op gezegd.’

Handtekeningen zetten en kapper bezoeken
‘En zijn er op de avond al veel bundels verkocht?’
‘Heb ik niet zo op gelet. Ik mocht wel veel handtekeningen zetten. En straks ga ik naar mijn kapper om hem een exemplaar te overhandigen. Toen hij me vrijdagochtend knipte en vroeg of ik nog leuke dingen ging doen van ’t weekend, vertelde ik ‘m van die boekenpresentatie. Hij wist dat ik schreef en zei dat hij er graag eentje van mij wilde kopen. Die breng ik ‘m dus straks, met een opdracht er in.’
‘Weet je zeker dat je dat vanmiddag nog wilt doen? Die avond heeft je heel veel gedaan. Je ziet er moe uit.’
‘Ja, ik heb een gat in de dag geslapen.’

Grenzen stellen en nagenieten
‘Alles op zijn tijd, Eric. Die kapper kun je volgende week ook nog wel bezoeken. Geniet nou eerst maar eens lekker na van die avond. Ga de stad in. Een wandeling over de markt en een terrasje zullen je goed doen. Ik nodig je uit.’
‘Ja, en dan kunnen we gezellig verder praten. Ik heb je nog zo veel te vertellen, Sophia. Over al die andere schrijvers. Over…’
Ik moest ‘m de mond snoeren. Voorlopig was het eventjes genoeg. Anders zou dit interview nog uitmonden in een heel boek, en dat kon toch moeilijk de bedoeling zijn.

Groetjes,

Sophia Désedan.

.


N.B.: ‘Lezen en Laven – reisverhalen voor dorstigen’ is samengesteld door uitgever Ton van Eck en Femmy Fijten. De bundel is o.a. te bestellen via bol.com.
Voor wie meer wil weten over de boekenpresentatie van ‘Lezen en Laven’, op de website van Femmy staat een mooie impressie.