maandag 18 november 2013

Het Kleine Eric Steiner Interview.

Ik geloofde er geen ene sikkepit van
Zaterdagmiddag, twee uur. Daar zat ie dan. Voor es een keertje niet achter, maar voor de computer. Op de bank. Naast zich: een trots stapeltje boeken, met de ruggen naar mij toegekeerd. Tien keer viel d’r onder elkaar te lezen: ‘Lezen en laven.’ Tien exemplaren van de verhalenbundel, waarin ook zijn verhaal ‘Zoek’ opgenomen was.
Hij zag d’r een beetje moe uit.
‘En hoe is ’t gegaan, de presentatie?’ vroeg ik.
‘Geweldig,’ zei ie. Ik geloofde er geen ene sikkepit van.

Warm bad
‘Het was alsof ik langzaamaan in een warm bad werd gelegd,’ ging ie verder. ‘Dat kwam denk ik vooral door mijn vrienden en kennissen. Een paar keer werd ik overrompeld door wie er nu weer op mij toe stapte om mij de hand te drukken, of een zoen te geven, een bos bloemen te overhandigen.’

Opzet
‘Dat warme bad kwam denk ik ook door de opzet van de avond. Een cafésfeer. Je hoefde niet naar voren, het podium op. Je kon gewoon aan je tafeltje blijven zitten, tussen je vrienden en kennissen. Als het je beurt was, kreeg je een microfoon aangereikt.


Twee probleempjes, misschien wel drie.
‘Ik had een paar probleempjes tijdens het voorlezen. Het licht. Dat was toch net niet voldoende.
En de tekst. Mijn tekst die ik voor het eerst in boekvorm voor mijn neus had. Niet zoals thuis uitgeprint of op de computer, waarop ik had geoefend om zo goed mogelijk het fragment uit mijn verhaal voor te kunnen dragen. Maar hier, tussen al mijn vrienden en kennissen, in dat warme bad… Het was alsof ik die tekst voor het eerst zag. En zo las ik ‘m ook voor. 
Misschien lag het toch vooral aan het licht.
Maar wat mij het nog meest verbaasde. Ik las voor met trillende stem. Hoe was dat nu mogelijk? Ik had wel eens eerder voorgelezen voor een wat groter publiek, en ik had mij goed voorbereid. Ik hoefde toch niet zenuwachtig te zijn? Ik voelde mij ook niet zenuwachtig. Heel vreemd.’

Intelligente en fijnzinnige hersentjes
‘Ja, meneer Steiner,’ zei ik, ‘je intelligente en fijnzinnige hersentjes dachten dat je niet zenuwachtig was. Maar je stembanden wisten wel beter. Heb je je geschaamd?’
‘Nee,’ zei ie, en ik geloofde hem, omdat ie niet in de verdediging schoot. ‘Achteraf kon ik er hartelijk om lachen. Het gaf niet, die trillende stem. Wel vond ik belangrijk of ik verstaanbaar was geweest. En dat was ik volgens een van de toehoorders. Ik hoop wel dat het voor de laatste keer is geweest, die trilling in de stem.’
‘Maak je daar nu maar geen zorgen over,’ zei ik. ‘Het is gewoon een kwestie van ervaring. Des te vaker je het doet, des te gemakkelijker het je zal afgaan. - Wanneer de gelegenheid zich weer voordoet, zou ik voorlopig wel een eigen printje van je tekst meenemen. En een leeslampje. Je hebt tegenwoordig hele kleine, die kun je zó op de rand van je boek klemmen. Dan hoeft ’t in ieder geval daar niet meer aan te liggen. – Hoe was de rest van de avond?’

Geïntroduceerd
‘Uitgever Ton van Eck deed de presentatie en leidde de schrijvers in. Toen hij bij mij was aangekomen, zei hij dat ik in ‘Lezen en Laven’ nog onder eigen naam stond afgedrukt. Of hij mijn pseudoniem alvast mocht noemen? Dat vond ik goed.
Eric Steiner & Co. Waar die Co. voor stond, wilde hij graag van me weten. Dus vertelde ik hem dat Co. voor Compagnon staat. En dat die Compagnon Sophia Deçàdent heet. Dat jij mijn muze en stok achter de deur bent en dat jij er voor zorgt dat ik mij regelmatig aan het schrijven zet.’
‘Misschien moet je voorlopig maar ’s wat meer onder de mensen,’ zei ik. ‘Dat zal je voorlezen zeker ten goede komen.’

Sophia Deçàdent absent
Hij reageerde er niet op, dat schrijvertje van me. Hij vertelde dat ie die uitgever en de hele zaal liet weten dat ik hier op deze blog ook af en toe een stukkie schrijf. En dat die uitgever toen vroeg, waarom ik eigenlijk niet meegekomen was, naar deze avond.
‘En wat heb je gezegd?’
‘Gewoon de waarheid. Dat je een beetje verlegen bent en liever onbekend wilt blijven voor zo’n groot publiek. En toen vroeg hij of misschien ook jijzelf een pseudoniem was. Daar heb ik maar Ja op gezegd.’

Handtekeningen zetten en kapper bezoeken
‘En zijn er op de avond al veel bundels verkocht?’
‘Heb ik niet zo op gelet. Ik mocht wel veel handtekeningen zetten. En straks ga ik naar mijn kapper om hem een exemplaar te overhandigen. Toen hij me vrijdagochtend knipte en vroeg of ik nog leuke dingen ging doen van ’t weekend, vertelde ik ‘m van die boekenpresentatie. Hij wist dat ik schreef en zei dat hij er graag eentje van mij wilde kopen. Die breng ik ‘m dus straks, met een opdracht er in.’
‘Weet je zeker dat je dat vanmiddag nog wilt doen? Die avond heeft je heel veel gedaan. Je ziet er moe uit.’
‘Ja, ik heb een gat in de dag geslapen.’

Grenzen stellen en nagenieten
‘Alles op zijn tijd, Eric. Die kapper kun je volgende week ook nog wel bezoeken. Geniet nou eerst maar eens lekker na van die avond. Ga de stad in. Een wandeling over de markt en een terrasje zullen je goed doen. Ik nodig je uit.’
‘Ja, en dan kunnen we gezellig verder praten. Ik heb je nog zo veel te vertellen, Sophia. Over al die andere schrijvers. Over…’
Ik moest ‘m de mond snoeren. Voorlopig was het eventjes genoeg. Anders zou dit interview nog uitmonden in een heel boek, en dat kon toch moeilijk de bedoeling zijn.

Groetjes,

Sophia Deçàdent.


N.B.: ‘Lezen en Laven – reisverhalen voor dorstigen’ is samengesteld door uitgever Ton van Eck en Femmy Fijten. De bundel is o.a. te bestellen via bol.com.
Voor wie meer wil weten over de boekenpresentatie van ‘Lezen en Laven’, op de website van Femmy staat een mooie impressie.



Geen opmerkingen:

Een reactie posten