Posts tonen met het label publiceren. Alle posts tonen
Posts tonen met het label publiceren. Alle posts tonen

maandag 23 mei 2022

Waarderingen

 


Dankbaar ben ik met

 

een publicatie van ‘Prikkeldraad en roem’ in het online tijdschrift

&

 de plaatsing van ‘Van enorme handen glijden’ op de shortlist van de

Editio Debutantenschrijfwedstrijd 2022


vrijdag 14 september 2018

Van kort verhaal naar volwaardige roman: ‘Eksteroogs diagnose’ – deel XII


Brief aan de uitgever

Tips, tips? Don’t do what I have done
Je roman kan nog zo goed geschreven zijn, hij is pas volwaardig als hij is uitgegeven en zijn weg gevonden heeft naar de lezer.

Stel, je wilt je manuscript niet in eigen beheer uitgeven, maar voorleggen aan een gerenommeerde uitgever. Daar hoort in de eerste plaats een begeleidend schrijven bij.
Hoe die op te stellen, daar hebben al genoeg mensen aandacht aan besteed.
Wel kan ik je verzekeren dat je geen brief moet versturen zoals ik op vierentwintigjarige leeftijd gedaan heb.

Voorbeeldbrief
Het was mijn allereerste keer. En hij was lang. Ingekort:


                                                                                              ‘1 april 19..    


Geachte uitgever,

Tussen puinhopen van snippers papier van mislukte gedichten, twee PTT-uitgaven – een telefoongids van Amsterdam en een postcodeboek van het gehele land – werd na jarenlange zwangerschap het hier ingeslotene geboren.

De moeder heet:         Poëzie
De vader:                    Lyriek
We noemen hem:       ‘Sintelpad van vleselijk gruis’

Ik zou het zeer op prijs stellen, wanneer u de moeite neemt ‘Het Sintelpad van vleselijk gruis’ door te lezen en het zou mij verheugen, wanneer u het ook zou willen uitgeven, bij wijze van doop.

Zou u zich echter niet geroepen voelen dit te doen, mag ik dan zo vrij zijn het volgende ter sprake te brengen?
Een mens die zich in deze wereld slechts geroepen voelt te schrijven als een gek, kan toch niet over zo’n 50 jaar onder de grond worden gestopt zonder ooit te hebben gepubliceerd?
Want wat zal geschieden?
Máánden later zal mijn achterkleindochter op de aan haar nagelaten zolderkamer in Groningen mijn 3000 gedichten, 25 romans, 45 verhalenbundels, 12 essays, 78 toneelstukken. 1 opera, 12 musicals en 4 verschillende versies voor een moderne uitvoering van de Bijbel vinden, waarna zij zich prompt naar uw uitgeverij zal begeven, om alles ter publicatie aan te bieden, opdat mijn familie uit alle van mij mee geërfde schulden zal kunnen worden verlost.
Het ergste van alles zal echter zijn, dat mijn lichaam zal worden opgegraven om (….) sectie op mijn lichaam te laten verrichten om de doodsoorzaak vast te kunnen stellen: lettermoeheid. (….)
Dat kunt u mijn lichaam toch niet aandoen?

(…)

In afwachting en bij voorbaat hartelijk dank voor uw bereidwilligheid het werk door te nemen, teken ik,

Hoogachtend,’

En het effect?
Ik geloof dat degene die deze brief bij de uitgeverij onder ogen kreeg, heeft geschud van het lachen of van ergernis. Hierdoor moet de door mij meegeleverde retour-porto op de grond zijn gevallen en zoek geraakt. Op 3 april van dat jaar ontving ik namelijk een kaartje van betreffende uitgeverij, met bevestiging van ontvangst en het verzoek: ‘s.v.p. retour-porto bijsluiten.’
Ik wist toch bijna zeker dat ik dat wel gedaan had?
Onderdanig zond ik de benodigde postzegels na.
Lollige brief en (extra) postzegels mochten niet baten. Mijn manuscript werd afgewezen. Op kwaliteit. En terecht.

Ergo…
Schrijf je begeleidend schrijven bondig en zakelijk. Besteed net zo veel aandacht aan je begeleidend schrijven als je aan je manuscript en synopsis hebt besteed. Niet net zo veel tijd, maar wel met zo veel aandacht.

Tips, meer tips!
Oké, nog eentje dan.
Schrijf je begeleidend schrijven zonder fouten. Je begeleidend schrijven is je visitekaartje, een eerste kennismaking.
Er wordt gezegd dat een redacteur niet meer de moeite neemt om je synopsis, laat staan je manuscript in te zien als er in het begeleidend schrijven al een foutje zit.
Zou dit echt waar zijn?
Stel dat je ergens een lidwoord vergeten bent. Zou dan een redacteur inderdaad je synopsis en manuscript geen blik meer waardig gunnen, met het risico dat hij of zij een meesterwerk misloopt?

donderdag 10 mei 2018

Van kort verhaal naar volwaardige roman: ‘Eksteroogs diagnose’ – deel IX


De grootste angst van iedere pc-schrijver

Vervolmaking
De afgelopen maand ben ik o.a. bezig geweest met het vervolmaken van de synopsissen van ‘Eksteroogs diagnose’ en ‘De IJskoning’. Ik was van plan beide romans tegelijkertijd naar verschillende uitgevers op te sturen. Ook heb ik in de afgelopen maand gewerkt aan een begeleidend schrijven voor elk van die uitgevers. Op maandag 30 april was ik met deze bezigheden bijna klaar. En wat gebeurt er? Mijn computer springt op zwart.

Verdwazing
Met een knal, als van een springende gloeilamp. Mijn bureaulamp bleek het ook niet meer te doen, in heel de woonkamer was geen stroom. Ik werd omgeven door een intense stilte, alsof de wereld was vergaan.
Ik keek naar buiten. Waarom eigenlijk? Ik verwachtte een stroomstoring in de wijk. Maar daarvoor hoef je op klaarlichte dag niet naar buiten te kijken. Op klaarlichte dag branden er geen straatlantaarns. En de overburen hadden ook geen lamp branden, want daar scheen de zon recht naar binnen.
Het naar buiten kijken was puur een vorm van verdwazing. Mijn verstand wist wel dat het mijn computer was, maar mijn gevoel hoopte op een andere oorzaak.
Verdwaasd bleven verstand en gevoel uiteindelijk bij hetzelfde hangen: als mijn bestanden en vooral mijn verhalen, novellen en romans, waar ik in de afgelopen jaren zo veel energie in heb gestopt, maar niet verloren zijn gegaan. De angst van iedere pc-schrijver.

Ontnuchtering
In de gang bleek ik ook geen stroom meer te hebben. Het licht in de badkamer deed het nog wel. In de meterkast in de gang frummelde ik wat aan schakelaars, en toen had ik overal weer stroom. Verderop, in de woonkamer, hoorde ik de printer zichzelf opstarten.
En mijn computer? Wat ik ook probeerde, die bleef dood.

Verlies
Mijn ICT-man gebeld. Om kort te gaan: vijf dagen later stond er op mijn bureau een gloednieuwe computer.
En de bestanden van de ouwe: zijn er geen verloren gegaan?
Uiteraard beschik ik over een externe harde schijf voor back-ups. Die was de avond voorafgaande aan de crash nog om 23:00 uur geactualiseerd. In afwachting van mijn nieuwe computer was ik er maar vanuit gegaan, dat daar niet de kortsluiting in had huisgehouden.
Nog zo’n angst van de pc-schrijver. Honderd ICT-mannen en –vrouwen kunnen mij vertellen dat de kans op een van een computer naar een externe harde schijf ‘doorgeslagen kortsluiting’ 0,1 % is - ik als halve digibeet blijf die angst in mijn hoofd en maag voelen, tot ik met eigen ogen heb gezien dat alles behouden is gebleven.

Urenverlies
Waar het mij speciaal om ging, waren de laatste twee uur vóór de crash. Juist in die uren was ik bezig geweest met een voor een bepaalde uitgever bestemde synopsis, die telkens net een regel over het toegestane aantal bladzijden heen ging. Daar heb ik intensief aan zitten sleutelen, om precies te zijn aan één enkele zin, om een antwoord te krijgen op de vraag: hoe krijg ik dezelfde hoeveelheid informatie met een regel minder aan tekst? Het was me nog gelukt ook.
Een kwartier later sprong dus mijn computer op zwart, en hevig verontrust kon ik me niet meer herinneren of ik in dat laatste kwartier wel tussentijds had opgeslagen.

Geruststelling
De back-up van de externe harde schijf bleek niet te hoeven worden aangesproken. Alle bestanden van de oude computer konden zonder problemen naar de nieuwe overgeheveld worden. En alles stond er op, inclusief mijn laatste synopsisverbetering.
Ik kan weer verder.

N.B.: ‘Eksteroogs diagnose’ heet tegenwoordig ‘De geschonken tijd’


woensdag 21 maart 2018

Van kort verhaal naar volwaardige roman: ‘Eksteroog’ – deel VIII B


door
Sophia Désedan


Hadden je meelezers nog meer kritiekpunten?

Een paar spelling- of taalfoutjes, een verkeerde uitdrukking. Hier en daar kon nog wel een te uitleggerig zinnetje worden geschrapt.
Een van de nieuwe meelezers had zo zijn twijfels bij de relevantie van sommige Kefaloniafragmenten, of die het verhaal wel ondersteunden.

En wat heb je d’r mee gedaan, met die laatste opmerking?
Ik heb die fragmenten nog meer in verband proberen te brengen met de hoofdthema’s van de roman.

Zoveel kritiekpunten waren d’r dus niet. Waarom heeft ‘t dan nog zo lang geduurd, voordat je je bereid verklaarde voor dit interview?

Dat komt omdat ik niet meteen en ook niet zonder onderbrekingen met de opmerkingen en kanttekeningen aan de slag ben gegaan. Op mijn beurt heb ik van de twee nieuwe meelezers elk een manuscript doorgelezen en beoordeeld. Verder heb ik de hele maand november gebruikt om mijn National Novel Writing Month roman te schrijven: ‘Gesprekken met mijn moeder.’
Pas in december kon ik echt de slag gaan met de opmerkingen van mijn drie meelezers.

En dan nog vind ik dat je d'r behoorlijk lang over gedaan hebt

Ik heb echt niet stilgezeten, hoor. Nou ja, dus wel. Achter de computer.
Nog heel wat meer zaken heb ik binnen de roman met elkaar in verbinding gebracht. Zinnen die te veel op elkaar leken en bepaalde uitdrukkingen, geëlimineerd. Daarbij ontdekte ik dat ik nogal vaak bepaalde ‘stopwoorden’ gebruikte: misschien, heel, vaak, soms, veel, dus, toch, maar en hun synoniemen. In boeken van gerenommeerde schrijvers bleken die nauwelijks voor te komen. Ook in de roman ‘De IJskoning’ en ander werk van mij kwam ik die stopwoorden tegen. Vervolgens ben ik beide romans per stopwoord ter hand gaan nemen.
Daarna het geheel nog eens doorgelezen om te zien of door al dat vele schrappen de zinnen niet opeens geforceerd overkomen. Sommige woorden moesten toch weer terug worden geplaatst.

Vreemd hoor, dat je nu pas achter die stopwoorden gekomen bent.

Afstand schept inzicht.

Leg dat eens uit?

Eerst probeer je in het verhaal te komen, vervolgens in het hoofd van je personage. Als je verhaal en je hoofdpersonage er eenmaal staan, dan ga je kijken naar de stijl, zoek je naar verbanden, voeg je verbanden toe om er echt een eenheid van te maken. Daarna is het tijd om de hele tekst strak te trekken. Je zit nog steeds bovenop de woorden. Pas wanneer je wat afstand hebt kunnen nemen van het verhaal en je hoofdpersonage, ben je in staat om de kleine onvolkomenheden als bepaalde stopwoorden te ontdekken. Nu ik me er bewust van geworden ben dat ik ze gebruik, zal ik in denk ik ook staat zijn om ze direct bij eerste herlezing lezing te schrappen. – Afstand schept inzicht.

En na die schrappingen was je dan eindelijk klaar?

Bijna, bijna. Tussen 17 en 27 februari heb ik zowel ‘Eksteroog’ als ‘De IJskoning’ in zijn totaliteit nog één keer doorgelezen. Daarbij ben ik toch nog weer een paar tegenstrijdigheden tegengekomen (ja, nu pas, want ook hier geldt: afstand schept inzicht). Die heb ik weggewerkt. Ook tijdens een laatste spellingscontrole kwam ik nog een paar spellingfouten tegen die Word tot nu toe over het hoofd had gezien. Vreemd eigenlijk…  Maar goed, beide romans zijn nu dus definitief klaar voor de uitgever.

Geloof je ‘t zelf? Over ‘De IJskoning’ heb je  zo vaak gezegd dat die klaar zou zijn voor de uitgever. En telkens weer kwam je d’r op terug.
‘t Wordt tijd om ze los te laten, Eric! Bij elke herlezing zul je weer een foutje of een punt ter verbetering ontdekken. Maar dat zal een uitgever ook doen. Dus, loslaten! Stuur die beide romans eindelijk eens op. Nu!

Gelijk heb je.

N.B.: ‘Eksteroogs diagnose’ heet tegenwoordig ‘De geschonken tijd’


donderdag 16 februari 2017

Van kort verhaal naar volwaardige roman: ‘Eksteroog’ – deel I


door
Sophia Désedan 

In je ‘Schrijversjaarverslag 2016’ noemde je als een van je twee grote projecten: de roman ‘Eksteroog.’ Lezers die je al een tijdje op deze blog volgen, zullen zich afvragen waar dit stuk proza van jouw hand opeens vandaan komt, want op deze site heb je d'r tot nu toe nauwelijks aandacht aan besteed.

Komt ‘Eksteroog’ zo maar uit de lucht vallen?

Nee, het manuscript bestaat al sinds 1998. Sommige fragmenten zijn in hun oorspronkelijke vorm van twintig jaar eerder. En de oerknal voor deze roman, zoals ik in een vorig blog geschreven heb, vond plaats rond mijn vierde levensjaar, in een telkens terugkerende droom.
Die droom heb ik gedurende mijn adolescentie twee keer gebruikt voor een kort verhaal. Die verhalen heb ik in ‘Eksteroog’ verwerkt.

Wanneer heb je aan ‘Eksteroog’ geschreven?

Het schrijven aan ‘Eksteroog’ valt grofweg in te delen in 4 fases.
Fase 1: 3 september 1998, 12 oktober 1999 - 21 maart 2000, 16 december 2002;
Fase 2: 18-22 april 2009, 17 juni-31 oktober 2009, 16 januari 2013;
Fase 3: 10-27 april 2015; 18 mei 2015; 28 oktober-1 november 2015;
Fase 4: 4 juni - 25 augustus en 11 oktober - 1 november 2016.

Kun je iets vertellen over de ontwikkelingsgeschiedenis van Eksteroog?

Tussen 1978 en 1980 tekende ik in een schriftje de eerste aanzetten op voor een roman, getiteld: ‘Versagen in eenzaamheid.’ Die roman heb ik ergens in de jaren tachtig afgewezen, maar het schriftje met de eerste aanzetten heb ik bewaard.

Fase 1
In mijn Schrijverslogboek schreef ik op 3 september 1998: ‘Fragmenten uit Versagen in Eenzaamheid met potlood aangestreept, bestemd voor diverse korte verhalen + begin gemaakt van ‘Manuscript, gevonden tussen twee identieke woningen.’
Op 28 november 1999 heb ik de titel veranderd in ‘Eksteroog’, omdat de oorspronkelijke te veel de afloop verraadt.
Op 16 december 2002 maakte ik een verslag van een MRI-onderzoek dat ik die dag had, en waarvan ik toen al wist dat ik deze informatie zou kunnen gebruiken voor ‘Eksteroog.’

Fase 2
Net als ‘De IJskoning’ was ‘Eksteroog’ aanvankelijk als verhaal opgenomen in de bundel ‘Gezichten in het struikgewas.’ Op 18 april 2009 koppelde ik ‘Eksteroog’ van ‘Gezichten’ los, om het te kunnen laten uitgroeien tot een novelle. Op die dag telde het 39 pagina’s.
Dat ik na zoveel jaar er weer mee aan de slag ging, terwijl ik midden in researchwerk voor mijn roman ‘De behouden stilte’ zat, heb ik te danken aan een collega op mijn werk, een vrouw die zeer geïnteresseerd was geraakt in ‘Eksteroog’ nadat ik haar erover had verteld.
Op 31 oktober 2009 was de tekst zo ver uitgebreid, dat je kon spreken van een kleine roman: 136 pagina’s.
Op 16 januari 2013 heb ik fragmenten over de bouw van een torenflat tussengevoegd.

Fase 3
Opnieuw bleef het manuscript enige tijd liggen. Projecten als ‘De IJskoning’ eisten al mijn schrijftijd op.
In oktober 2014 haalde ik een fragment uit ‘Eksteroog’ om het uit te werken tot een verhaal voor een Verhalenschrijfopdracht van Het Schrijverscafé. (Voor informatie over Het Schrijverscafé, zie voetnoot bij Schrijversjaarverslag 2016). Misschien was dit de aanleiding om verder te gaan met de roman?
Extra gemotiveerd raakte ik, nadat een collega-schrijver van het Schrijverscafé mij in het najaar van 2015 vroeg om haar roman in wording door te nemen en van commentaar te voorzien. In ruil daarvoor zou zij hetzelfde doen met een van mijn manuscripten. Dat werd dus ‘Eksteroog.’
Toen ik het manuscript in november 2015 naar haar opstuurde, besloeg het 162 pagina’s.

Fase 4
Nadat ik het manuscript in februari 2016 met lovende woorden, suggesties en kanttekeningen terugontvangen had, ging ik er weer mee aan het werk. Dit deed ik in de tweede helft van 2016, omdat ik in de eerste helft van dat jaar druk bezig was met de laatste redactieslag van ‘De IJskoning.’ Überhaupt is het verstandig om een manuscript waar je zo lang en zo dicht met de neus bovenop hebt gezeten, een flinke tijd te laten rusten.
Op aanraden van mijn collega-schrijver verbeterde of schrapte ik zinnen en fragmenten. Ook op haar aanraden gaf ik de nevenpersonages meer diepgang en een nog sterker eigen verhaal. 
Losliggende draadjes die ik onderweg tegenkwam, knoopte ik op eigen initiatief aaneen, en als ze er weinig toe deden schrapte ik ze. 
Ook op eigen initiatief verschoof ik vanwege de spanningsopbouw enkele hoofdstukken. 
Om de nogal sombere geschiedenis meer lucht te geven, voegde ik een paar hoofdstukken toe. Als basismateriaal heb ik hiervoor onder andere een aantal blogartikelen gebruikt. Bijvoorbeeld: ‘Waarom baby’s lachen als ze geboren worden’ en ‘Van mijn bed gelicht.’
Op 1 november 2016 lag er voor mijn collega-schrijver een manuscript van 201 pagina’s klaar.

Fase 5?
Inmiddels heb ik ‘Eksteroog’ van haar mogen terugontvangen. Er vallen nog steeds een paar dingen te verbeteren voordat deze roman naar een uitgever kan.



N.B.: ‘Eksteroogs diagnose’ heet tegenwoordig ‘De geschonken tijd’


zondag 22 januari 2017

Schrijversjaarverslag 2016

                                                   
                                 'Wat heb ik allemaal geschreven in 2016?'

Het kan nog net. In januari een terugblik geven van mijn schrijfactiviteiten in het afgelopen jaar. Daarvoor heb ik mijn Schrijverslogboek als bronmateriaal gebruikt. In een lopend verhaal samengevat, komen mijn schrijfactiviteiten hier op neer.

Kleine projecten I
In november 2015 had ik meegedaan aan National NovelWriting Month om de eerste versie van deel vier van mijn roman ‘Gestolde Liefde’ te kunnen schrijven. Als warming up voegde ik daar begin januari 2016 notitienummers van nog te verwerken materiaal aan toe.

In januari, mei en juni reviseerde ik een verhaal dat ik december 2015 geschreven had voor het Schrijverscafé*: ‘Patti Smith en de knuffelbeesten.’ Een aantal lezers van het Schrijverscafé vond dat er te veel dramatiek in zat. Daarop besloot ik het fragment over het overlijden van een kat af te koppelen en daar een apart verhaal van te maken, verteld door de puberende knaap die in ‘Patti Smith en de knuffelbeesten’ de antagonist is.

Grote projecten
Tussen 11 januari en 25 mei en tussen 1 en 10 oktober verwerkte ik in mijn roman ‘De IJskoning’ opmerkingen en tips van een meelezer/collega schrijver. Ik ken haar sinds 2012, dankzij het Schrijverscafé. Zij heeft inmiddels twee romans gepubliceerd en alleen daarom al acht ik haar oordeel over mijn werk van grote waarde.
Haar opmerkingen en tips waren zó inspirerend, dat ik nog eens met een kritisch oog door ‘De IJskoning’ heen ging en allerlei wijzigingen aanbracht. Daarbij kwam ik er achter dat ik nogal vaak het woord ‘niet’ gebruikte. Tussen 8 november en 27 december heb ik waar mogelijk alternatieven voor het woord ‘niet’ in het manuscript opgenomen.

Naar aanleiding van opmerkingen van een andere meelezer/collega schrijver - ook dankzij het Schrijverscafé leren kennen, zij heeft een eerste roman gepubliceerd -  verbeterde ik tussen 4 juni en 25 augustus en tussen 11 oktober en 1 november mijn roman ‘Eksteroog.’ Ook voegde ik er in deze maanden zo’n dertig bladzijden aan toe.

Kleine projecten II
In ruil voor het lezen en beoordelen van ‘Eksteroog’, las en beoordeelde ik van mijn meelezer het manuscript van haar tweede roman. Dit deed ik tussen 12 augustus en 4 oktober.

Zowel in ‘De IJskoning’ als in ‘Eksteroog’ was ik op ‘nieten’ jacht gegaan. Omdat alternatieven voor het woord ‘niet’ zoeken en plaatsen op een gegeven moment je concentratievermogen aantast, bovendien nogal saai wordt, heb ik tussendoor interessantere dingen ter hand genomen.
Zo heb ik twee wat oudere verhalen toegeschreven naar een Schrijverscafé-schrijfopdracht en heb ik met drie verhalenwedstrijden meegedaan. Een van de drie ingezonden verhalen is opgenomen in een bundel. Tussen 27 november en 2 december en tussen 12 en 22 december voerde ik een spellingscontrole uit over de vier delen van ‘Gestolde Liefde.’

Leven en schrijven
En heb ik in 2016 ook nog geleefd en iets beleefd? Dat zullen ongetwijfeld sommige lezers zich afvragen. Indien niet alleen voor mijzelf interessant en als de Muze het toestaat, vinden jullie een antwoord op die vraag te zijner tijd terug in mijn verhalen en romans. Maar daarvoor moeten ze dus wel eerst zijn gepubliceerd. Misschien zou ik ondertussen ergens al iets kunnen gaan voordragen uit eigen werk?

*) Het Schrijverscafé is een door Daretoo in het leven geroepen LinkedIn groep, waarin schrijvers ervaringen kunnen uitwisselen. We geven elkaar tips, helpen bij de oplossing van een bepaald schrijfprobleem. Binnen het Schrijverscafé bestaat ook de mogelijkheid om elkaar schrijfopdrachten te geven. Iedereen kan daaraan meedoen, alle deelnemers kunnen een schrijfopdracht geven. De inzendingen kunnen door alle deelnemers worden beoordeeld. 

zaterdag 31 december 2016

‘De IJskoning’: klaar voor de uitgever? – deel X (slot)

Op naar de uitgever, op naar de lezer!

Laatste redactieslag voltooid
De afgelopen tijd heb ik in ‘De IJskoning’ de synoniemen en zinnen die in de plaats zijn gekomen voor het woord ‘niet’ op hun leesbaarheid gecontroleerd. Kwamen ze geforceerd over, dan paste ik de tekst nogmaals aan. Soms bleek dat onmogelijk en plaatste ik een ‘niet’ terug. Zo zijn er 22 ‘nieten’ in ‘De IJskoning’ teruggekeerd. Ook heb ik nog 30 ‘nieten’ kunnen verwijderen.
Op dinsdag 27 december heb ik aan deze werkzaamheden een punt gezet. Daarmee is de laatste redactieslag op ‘De IJskoning’, waaraan ik in januari 2016 was begonnen, voltooid. De roman is klaar voor de uitgever. (In die richting heb ik al een bescheiden stap genomen).

Ter vergelijking
Om u een indruk te geven wat er in deze maanden, mede dankzij de opmerkingen van mijn meelezer, zoal is veranderd: hieronder twee fragmenten uit Hoofdstuk 2:

Versie 2013:
‘Mijn moeder, ze heeft die waxinelichtjes geplaatst om ons te beschermen tegen de boze buitenwereld, de geesten die er ronddolen, de verdwaalde geesten die op zoek zijn naar een mens die door wat hem allemaal overkomen is eigenlijk niet meer zo goed weet hoe het verder met hem moet. En dan weet ze helemaal nog niets van wat ik vanmiddag voor die kroeg heb beleefd.
    Je kunt ze maar beter weer doven, mam. Voor mij helpen die waxinelichtjes niet. Ik geloof er niet in. Neem ze mee naar boven, naar je hobbykamer. Zet ze daar om je heen, straks na het eten, wanneer je er weer een uurtje gaat mediteren. En als je dat gaat doen, wil je dan ook eens gaan mediteren op een van die negatieve eigenschappen van jou? Die overdreven, verstikkende aandacht voor mij? Je vindt me interessant, vanaf het begin heb je mij voorlijk genoemd. Maar of dat nu een zegen is, dat voorlijk zijn? Vanaf het begin, vanaf het moment dat ik zelfstandig ben gaan denken heb je een hele tijd geprobeerd om van mij een toeverlaat te maken, een gesprekspartner. Dat is je niet gelukt en daarom ben je me maar gaan aanhalen. Ja, je probeerde van mij je knuffelbeertje te maken. Ook dat is je uiteindelijk niet gelukt. Vanaf mijn negende heb ik mij zo veel mogelijk buiten je omarmingen weten te houden. Die man hier recht tegenover mij, die man die zich mijn vader noemt, jouw wettige echtgenoot: daar hoor je je tegenaan te vlijen, met hem moet je praten, bij hem kun je je knuffeltjes vandaan halen. Niet bij mij.’

Versie 2016:
‘Mijn moeder, ze heeft die waxinelichtjes geplaatst om ons te beschermen tegen de boze buitenwereld. Je kunt ze maar beter weer doven, mam. Voor mij helpen ze niet. Ik geloof er niet in. Neem ze mee naar boven, naar je hobbykamer. Zet ze daar om je heen, straks na het eten, wanneer je er een uurtje gaat mediteren. En als je dat gaat doen, wil je dan ook eens stil blijven staan bij een van die negatieve eigenschappen van je? Die overdreven, verstikkende aandacht voor mij? Je vindt me interessant, vanaf het begin heb je mij voorlijk genoemd. Maar of dat een zegen is, dat voorlijk zijn? Vanaf het begin, vanaf het moment dat ik zelfstandig ben gaan denken heb je geprobeerd om van mij een toeverlaat te maken, een gesprekspartner. Tot ik mijn handen tegen mijn oren begon te drukken. Vervolgens ben je me maar gaan aanhalen. Godzijdank heb ik me al vanaf mijn negende buiten je omarmingen weten te houden. Die man hier recht tegenover mij, die man die zich mijn vader noemt, jouw wettige echtgenoot: daar hoor je je tegenaan te vlijen, met hem moet je praten, bij hem kun je je knuffeltjes vandaan halen. Niet bij mij.’

Aanprijzing
Al zeg ik het zelf: ‘De IJskoning’ leest als een trein. De lezer wordt wel gevraagd, af en toe terug te bladeren of het verhaal goed in zijn hoofd te houden, want ‘De IJskoning’ scherpt de geest. Er staat wijsheid in, er staat baarlijke nonsens in. Ja, de geest van de lezer wordt scherp gehouden. Scherp gehouden door:

prachtige zinnen
levensechte beschrijvingen
thema’s en symbolen die ondergronds verbindingen met elkaar aangaan
en: spannende momenten.

Binnen deze zinnen speelt zich een familiedrama af. Nu en dan kan er een traan worden weggepinkt. Maar er zijn ook momenten voor een lach. En als de lezer de laatste regel van ‘De IJskoning’ gelezen heeft, zal hij of zij denken: dit had ik niet verwacht. Maar het klopt met het geheel. Alles heeft met alles te maken, en wel zó dat de lezer na een weekje ‘De IJskoning’ nog eens wil lezen.

Oproep en wens
Ja, ‘De IJskoning’ is klaar voor de uitgever. Daarom roep ik iedereen op om dit bericht onder vrienden, kennissen en familie te verspreiden. Lees de fragmenten in ‘De IJskoning’ (klik daarvoor rechts van deze tekst op de cover van ‘De IJskoning’). Leest en zegt het voort: ‘De IJskoning’ is een prachtroman! Misschien wordt door deze reclame de kring van geïnteresseerden en potentiële kopers zo groot, dat een uitgever de publicatie van ‘De IJskoning’ eerder durft aan te gaan.

Ik wens u allen een goed Oud en Nieuw toe en vooral een gezond 2017 vol leesgenot.

Eric Steiner.

woensdag 14 december 2016

‘De IJskoning’: klaar voor de uitgever? - deel IX

Op 'Nieten' Jacht

Waaraan een tekst dient te voldoen
Een tekst dient gevarieerd te zijn, o.a. in zinslengte en in woordkeuze. Teveel dezelfde woorden vlak op elkaar kunnen het lezen van een tekst ophouden. Wie niet gelezen wil worden, moet ze vooral laten staan.
Ik wil gelezen worden.
Volgens mijn Schrijverslogboek kwam ik op 1 oktober jl. erachter dat ik in ‘De IJskoning’ nogal vaak het woord ‘niet’ gebruikte. Daar ben ik de afgelopen periode dus mee aan de slag geweest.

Energievreter
‘Nieten’ vervangen door synoniemen als ‘weinig’, ‘moeilijk’, ‘onmogelijk’ en ‘allerminst’ kostte mij nogal wat energie.
Soms was het nodig om een zin volledig om te bouwen, omdat een synoniem niet paste. Ook dat kostte veel energie.
Over het algemeen had ik na anderhalf of twee uren ‘nieten’ vervangen het wel gehad.
Vandaar dat ik tussendoor andere, meer interessante schrijfzaken ter hand genomen heb. (Daarover in een volgende blog meer.)
Het verklaart ook waarom ik nu pas klaar ben met het verwijderen van ‘nieten’ in ‘De IJskoning.’

Bij kopzorg en radeloosheid: ga langs bij Harry Mulisch
Het verwijderen van ‘nieten’ bezorgde mij nogal wat kopzorg. Ik werd er een beetje radeloos van. Na drie weken vroeg ik mij af: Hoe doen andere schrijvers dit? Ik ging te rade bij Harry Mulisch. De eerste 54 bladzijden van ‘De Aanslag.’


Welgeteld kwam in op deze bladzijden 105 ‘nieten’ tegen. Op de manier hoe ze over de pagina’s waren verdeeld, dacht ik: ik ben op de goede weg. Dus ik ging door.

Eindelijk klaar met die ‘nieten’ klus?
Op donderdag 8 december was ik dan eindelijk door de 432 bladzijden van ‘De IJskoning’ heen. Ik overzag de overgebleven en vet gemaakte ‘nieten’ en was aan het eind van deze bezigheid weinig tevreden. Op sommige bladzijden zaten nog steeds vijf, soms wel zeven ‘nieten.’
Van Harry Mulisch wist ik het inmiddels. Hoe gingen andere gerenommeerde schrijver met ‘nieten’ om?

Het gerenommeerde schrijversonderzoek
Achtereenvolgens nam ik ter hand:

‘Noodlot’ / Louis Couperus
‘Grijze zielen’ /  Philippe Claudel
‘Honderd jaar eenzaamheid’ / Gabriel García Márquez
‘Liefde in tijden van Cholera’ / Gabriel García Márquez
‘Sinaasappels zijn niet de enige vruchten’ / Jeanette Winterson
‘De Voorlezer’ / Bernhard Schlink

Mulisch meegerekend, kwam ik tot het volgende resultaat:

 

Rekensom
Ik heb bewust 54 pagina’s gekozen, omdat ‘De IJskoning’ 432 bladzijden telt.

8 x 54 = 432

Zouden bovenstaande boeken evenveel bladzijden tellen als ‘De IJskoning’, dan zouden we per boek op het volgende aantal ‘nieten’ uitkomen: (A) 840, (N) 1169, (G)1024, (H) 984, (L) 1288, (S) 1376, (V) 1786.

Conclusie
Mijn roman ‘De IJskoning’ had voordat ik met de schifting begon 1490 ‘nieten.’ Ik heb ze kunnen terugbrengen tot 966. Daarmee kan ik ‘De IJskoning’ plaatsen tussen ‘De Aanslag’ en ‘Noodlot.’

Intermezzo
Er valt veel te zeggen over hoe bovenstaande schrijvers het woord ‘niet’ hebben toegepast. Misschien wijd ik daar ooit nog eens een blog aan.

Het gerenommeerde schrijversonderzoek: nuttig voor het schrijven van de ideale roman?
Na dit onderzoek, weet ik wat mij te doen staat. Stoppen met ‘nieten’ schiften. Ja, want je kunt wel eeuwig blijven sleutelen aan de vervolmaking van je roman, de ideale roman is toch niet te schrijven. Wanneer de ideale roman te schrijven was, schreef ik niet meer, dan zou niemand meer schrijven. Als je weet hoe het moet, is er weinig lol meer aan.

Wat mij verder te doen staat
Nog één keer ‘De IJskoning’ doorlezen. Om na te gaan of de woorden of zinnen die de ‘nieten’ hebben vervangen niet geforceerd overkomen. En daarna officieel bekendmaken, dat deze roman geschikt is om richting uitgever te gaan.

donderdag 20 oktober 2016

‘De IJskoning’: klaar voor de uitgever? - deel VIII

Is geschiedenis in een roman eigenlijk wel toegestaan? – nogmaals Sarajevo 1992

Theorie:

Geen geschiedenis in een roman, tenzij…
Historische feiten horen thuis in geschiedenisboeken. Over het algemeen dient in een roman geen geschiedenis te worden opgenomen, zelfs als een van je personages geïnteresseerd is in geschiedenis. Geschiedkundige feiten mogen alleen worden opgenomen, wanneer zij iets te maken hebben met de roman zelf. Een liefdesverhaal dat zich in het Nederland van mei 1940 afspeelt, daarin kunnen bijvoorbeeld moeilijk Duitse uniformen en bommenwerpers ontbreken.

Indien geschiedenis in een roman, dan zo weinig mogelijk
Wanneer je geschiedkundige feiten in je roman opneemt, pas dan op dat het geen geschiedenisboek wordt en jij daarmee automatisch verandert van een fictieschrijver in een historicus, of in het ergste geval een leraar die de indruk wekt de lezer de les te willen lezen.

Research is onontbeerlijk
Als fictieschrijver dien je veel van de in je roman op te nemen geschiedenis af te weten. Je personages dienen meer te weten dan er in de roman komt te staan. Zij dienen over geschiedkundige feiten met elkaar van gedachten te kunnen wisselen. Zij zitten immers in de tijd?
Kortom: een schrijver weet meer van geschiedenis af dan wat er aan geschiedenis in de roman komt te staan, en het personage weet uiteindelijk weer meer dan de schrijver.

Praktijk:

Wat heeft mijn roman ‘De IJskoning’ te maken met de beschieting van Sarajevo?
Patrick is geïnteresseerd in het wereldgebeuren, in de tweede helft van de roman gaat hij Geschiedenis studeren. Maar dat is dus geen reden om de beschieting van Sarajevo in de roman op te nemen.
Al speelt de roman zich voor een deel in 1990 af, er wordt ook geen woord gerept over de Irak crisis. Omdat deze geen verbinding heeft met de personages.

De beschieting van Sarajevo in 1992 heeft dat wel. Waarom? Niet omdat het gezin jarenlang op vakantie is geweest in Joegoslavië. Dat is een te magere reden om aandacht te besteden aan de beschieting. Voldoende reden om er wel aandacht te besteden, ligt hoofdzakelijk bij Patricks ouders.

Patricks ouders waren in hun studentenjaren (eind jaren zestig) politiek geëngageerd. Maar nu zullen ze tegenover elkaar komen staan in hun mening over de uitgebroken oorlog in Joegoslavië.
De eerste keer dat ze het er over zullen hebben, is naar aanleiding van de bovengenoemde beschieting. Hun regelmatig terugkerende woordenwisselingen in de maanden daarna monden uiteindelijk uit in een flinke ruzie, wanneer de moeder besluit Joegoslavische vluchtelingen in huis op te nemen.
Het moge duidelijk zijn dat Joegoslavië slechts een zoveelste verontschuldiging is om elkaar in de haren te kunnen vliegen, want het botert al jaren niet meer tussen die twee.

Ik had de beschieting van Sarajevo ook nodig om mijn hoofdpersonage Patrick Vernooi zijn vertroebelde vriendschap met Caspar van Blokland te kunnen laten herstellen: 



woensdag 12 oktober 2016

‘De IJskoning’: klaar voor de uitgever? - deel VII

Wrijving tussen romantijd en historische feit: Sarajevo 1992


Nu ik de datum van de beschieting van vredesdemonstranten in Sarajevo ongeveer te pakken had (zondag 5 of maandag 6 april 1992), kon ik dit incident in ‘De IJskoning’ een concretere plek geven.
Heel wat manuscriptversies achtereen stond het incident geplaatst op maart 1992. Nu schoof hij dus een maand op, vlak voor Patricks verjaardag (zondag 12 april). Een mooie toevallige bijkomstigheid. Zijn verjaardag kon ik nu uiteraard moeilijk nog overslaan. En tekst had ik er ook voor. Ik gebruikte die van Pasen (19 en 20 april). Pasen hoefde slechts even genoemd te worden, om daarna meteen door te kunnen stomen naar de twee volgende hoofdstukken, en een van de grote wendingen in de roman: de viering van het vijfenzeventig jarig bestaan van het bedrijf waarvan Patricks vader mededirecteur is.
Maar laat ik niet op de feiten vooruitlopen, en vooral niet te veel van het verhaal verklappen.
Ik beperk mij tot het Sarajevo-incident.

(wordt vervolgd)