vrijdag 14 september 2018

Van kort verhaal naar volwaardige roman: ‘Eksteroogs diagnose’ – deel XII


Brief aan de uitgever

Tips, tips? Don’t do what I have done
Je roman kan nog zo goed geschreven zijn, hij is pas volwaardig als hij is uitgegeven en zijn weg gevonden heeft naar de lezer.

Stel, je wilt je manuscript niet in eigen beheer uitgeven, maar voorleggen aan een gerenommeerde uitgever. Daar hoort in de eerste plaats een begeleidend schrijven bij.
Hoe die op te stellen, daar hebben al genoeg mensen aandacht aan besteed.
Wel kan ik je verzekeren dat je geen brief moet versturen zoals ik op vierentwintigjarige leeftijd gedaan heb.

Voorbeeldbrief
Het was mijn allereerste keer. En hij was lang. Ingekort:


                                                                                              ‘1 april 19..    


Geachte uitgever,

Tussen puinhopen van snippers papier van mislukte gedichten, twee PTT-uitgaven – een telefoongids van Amsterdam en een postcodeboek van het gehele land – werd na jarenlange zwangerschap het hier ingeslotene geboren.

De moeder heet:         Poëzie
De vader:                    Lyriek
We noemen hem:       ‘Sintelpad van vleselijk gruis’

Ik zou het zeer op prijs stellen, wanneer u de moeite neemt ‘Het Sintelpad van vleselijk gruis’ door te lezen en het zou mij verheugen, wanneer u het ook zou willen uitgeven, bij wijze van doop.

Zou u zich echter niet geroepen voelen dit te doen, mag ik dan zo vrij zijn het volgende ter sprake te brengen?
Een mens die zich in deze wereld slechts geroepen voelt te schrijven als een gek, kan toch niet over zo’n 50 jaar onder de grond worden gestopt zonder ooit te hebben gepubliceerd?
Want wat zal geschieden?
Máánden later zal mijn achterkleindochter op de aan haar nagelaten zolderkamer in Groningen mijn 3000 gedichten, 25 romans, 45 verhalenbundels, 12 essays, 78 toneelstukken. 1 opera, 12 musicals en 4 verschillende versies voor een moderne uitvoering van de Bijbel vinden, waarna zij zich prompt naar uw uitgeverij zal begeven, om alles ter publicatie aan te bieden, opdat mijn familie uit alle van mij mee geërfde schulden zal kunnen worden verlost.
Het ergste van alles zal echter zijn, dat mijn lichaam zal worden opgegraven om (….) sectie op mijn lichaam te laten verrichten om de doodsoorzaak vast te kunnen stellen: lettermoeheid. (….)
Dat kunt u mijn lichaam toch niet aandoen?

(…)

In afwachting en bij voorbaat hartelijk dank voor uw bereidwilligheid het werk door te nemen, teken ik,

Hoogachtend,’

En het effect?
Ik geloof dat degene die deze brief bij de uitgeverij onder ogen kreeg, heeft geschud van het lachen of van ergernis. Hierdoor moet de door mij meegeleverde retour-porto op de grond zijn gevallen en zoek geraakt. Op 3 april van dat jaar ontving ik namelijk een kaartje van betreffende uitgeverij, met bevestiging van ontvangst en het verzoek: ‘s.v.p. retour-porto bijsluiten.’
Ik wist toch bijna zeker dat ik dat wel gedaan had?
Onderdanig zond ik de benodigde postzegels na.
Lollige brief en (extra) postzegels mochten niet baten. Mijn manuscript werd afgewezen. Op kwaliteit. En terecht.

Ergo…
Schrijf je begeleidend schrijven bondig en zakelijk. Besteed net zo veel aandacht aan je begeleidend schrijven als je aan je manuscript en synopsis hebt besteed. Niet net zo veel tijd, maar wel met zo veel aandacht.

Tips, meer tips!
Oké, nog eentje dan.
Schrijf je begeleidend schrijven zonder fouten. Je begeleidend schrijven is je visitekaartje, een eerste kennismaking.
Er wordt gezegd dat een redacteur niet meer de moeite neemt om je synopsis, laat staan je manuscript in te zien als er in het begeleidend schrijven al een foutje zit.
Zou dit echt waar zijn?
Stel dat je ergens een lidwoord vergeten bent. Zou dan een redacteur inderdaad je synopsis en manuscript geen blik meer waardig gunnen, met het risico dat hij of zij een meesterwerk misloopt?

woensdag 5 september 2018

Schrijfblokkaderemmers


Alcohol en andere drugs
Het zal per schrijver verschillen. Bij mij helpen alcohol en andere drugs niet om van een schrijfblokkade af te komen. Ik raak er alleen maar geremder van. Bovendien heb ik begrepen dat de meeste drugs pas echt hun effect  prijsgeven wanneer je ze al een tijdje hebt gebruikt, wanneer je er aan gewend bent geraakt, zeg maar verslaafd.

Eigen ervaring
Voor mij dus alleen een glaasje wijn tijdens een feestje of als beloning voor gedane schrijfarbeid.
En die andere drugs? In mijn vroegere, wilde jaren heb ik wel eens bij gelegenheid hasj gerookt. Leuke ervaring. Vaak daarbij - in de juiste omgeving, bij de juiste vrienden - flink op de spreekstoel gezeten, mijzelf telkens enthousiast onderbrekend met de opmerking: ‘Dat schrijf ik morgen op!’
De volgende dag was ik echter alles vergeten. Het enige wat ik er aan overhield, waren anekdotes zoals hierboven beschreven. En… dagenlang geen woord meer op papier.
Ik had het kunnen weten. Ver van mij weg, vage kennissen die van blowen hun tijdverdrijf en levensdoel hadden gemaakt: ze zaten daar maar wat te zitten in hun walm. Te loooom. Zo voelde ik mij ook na een avondjes blowen. Loom en onverschillig. Dat moest stoppen. Meteen. Schrijven wilde ik.

Alternatief
Maar wat dan wel te doen als je geen woord meer op papier of op je computerbeeldscherm krijgt? Voor mij geldt een gezondere oplossing dan alcohol en andere drugs, en die kan ik een ieder van harte aanbevelen.
Stap naar buiten, ga een eind wandelen of fietsen. Frisse lucht en de aandacht verleggen, dat zijn voor mij dé middelen tegen een schrijfblokkade.

Die andere drug
Duurt een schrijfblokkade echter langer dan drie maanden, dan is die meestal niet meer op te heffen met frisse lucht en de aandacht verleggen alleen. Omdat zo’n blokkade waarschijnlijk van psychische aard is, te maken heeft met bijvoorbeeld die andere drug: een overdreven hang naar perfectionisme.
Een overdreven hang naar perfectionisme komt vaak voort uit faalangst.

Heb vertrouwen, schrijf maar raak
Laten wij daarom met zijn allen vertrouwen houden in ons schrijven.
Gooi tijdens het schrijven van een eerste versie vooral die innerlijke censor overboord, die innerlijke censor die telkens roept van ‘Dit is niet goed’ en ‘Dat zal je nooit lukken.’
Heb vertrouwen, schrijf maar raak. Ernest Hemingway zei: ‘Write drunk, edit sober.’
Dan hebben we geen alcohol of andere drugs meer nodig. Dan komt de inspiratie vanzelf.

woensdag 29 augustus 2018

De man en de kolibrie – een jeugdherinnering


Ritueel

Gedrieën op de grond.
De cake knarste tussen mij tanden.
Na een half uurtje vroeg Thomas: ‘Voel je al wat?’
Nee, ik voelde nog niets.
‘Nou, ik wel.’
Gefascineerd zaten Job en Thomas stripboeken door te bladeren. Wat daar zo bijzonder aan was?
‘Al die kleurtjes,’ zeiden ze. Over één bladzijde deden ze wel een kwartier.

Ongevoelig
Ik was niet ervaren. Misschien was ik er wel niet gevoelig voor. Misschien moest ik nog maar een stukje nemen.
Job zei: ‘Zou je dat nou wel doen?’

Bamboefluit en luchtbellen
Er stond een lp op met een Indiase bamboefluit. Die bamboefluit veranderde langzaam in een vrouwenstem. Die vrouwenstem zong zwoel en zweverig: Oe, hoe-hoe hoe hoe. Er doorheen klonk een klaterend beekje. Maar ik wist: dat zijn de luchtbellen in de leidingen van de centrale verwarming.
Ik voelde me lomer en lomer worden.

Verboden toegang
Ik zag een man op straat staan. Zodra ik weer mijn ogen sloot, was hij er. Ik wilde naar mijn ouderlijk huis, maar hij stak telkens zijn hand in de hoogte en liet me niet door.
Er was een trillen boven mijn fontanel. Een kolibrie die in mijn hoofdharen kriebelde. Ik was bang te zullen uittreden, voelde me duizelig en ging op de vloer liggen.
Niet veel later ben naar boven, naar mijn logeerbed gegaan. Weldra viel ik in slaap.

Ontnuchtering
De volgende dag, het was nog schemerig. Beneden in de keuken zaten Thomas en Job al aan de thee. Ik keek naar de klok en zei: ‘Goh. Nog maar acht uur, en jullie zijn al op?’
‘Je vergist je, Eric,’ zei Thomas. ‘Het is geen acht uur in de ochtend. Het is acht uur in de avond. Je hebt de hele nacht en de hele dag aan een stuk doorgeslapen.’
Dat vond ik echt zonde van de tijd.

woensdag 25 juli 2018

Heb je deze hete zomer nog een lange zin geschreven?


Na acht uren achtereen bezig te zijn geweest met werkzaamheden die niets met schrijven te maken hebben, maar die mij wel de gelegenheid hebben geboden om na te denken over de voortzetting van een roman (soms prikkelt een voorval in mijn nabije omgeving dusdanig, dat ik denk: later - misschien al over een paar dagen – zal ik onder aangenamere temperaturen weer een heel eind vooruit komen), en na anderhalf uur reizen in achtereenvolgens een wild door bochten slingerende benauwd stinkende bus en een sterk onderkoelde trein, terwijl enkelen, of misschien wel tallozen van jullie op een terras of aan het strand zaten te genieten onder een parasol (nee, ik ben niet jaloers, want kijk:), na dan eindelijk zonder al te veel vertragingen thuis gekomen te zijn – de verleiding getrotseerd iets van een snackbar te halen – daar is het toch te heet voor - en na mij flink gedoucht te hebben en mijn lichaam gevoed met een door mijzelf toebereide rauwkost schotel, bestaande uit een komkommer, een tomaat en drie olijven (nee, ik wil met dit alles geen medelijden wekken; ik wil alleen maar een mooie, zo lelijke mogelijke zin bouwen van ik weet niet hoeveel woorden met aan het slot – wat nog het aller schandaligst is, maar onder deze temperaturen vergeeflijk – een tegenvallende wending– hier komt hij), heb ik toch nog de energie gevonden om jullie mee te delen dat ik bang ben geworden, mensen naar de mond te praten, of dingen te herhalen die al door anderen zijn gezegd of geschreven.

woensdag 6 juni 2018

Van kort verhaal naar volwaardige roman: ‘Eksteroogs diagnose’ – deel XI



Behouden droomfragment

De vorige keer vertelde ik waarom een bepaald fragment uit ‘Eksteroogs diagnose’ is geschrapt. Hij leek te veel op eentje uit ‘De IJskoning.’
De vorige keer liet ik jullie het uit ‘Eksteroogs diagnose’ geschrapte fragment lezen. Deze keer is het de beurt aan het behouden fragment uit ‘De IJskoning.’

Ik lig opgebaard in mijn netste pak. Nooit geweten dat ik er een had. De Latijns-Amerikaanse negerin met de glanzende borsten is in het zwart gekleed. Ze licht haar rouwsluier op en samen met Lilian Gish buigt ze zich over mij heen. Rudolph Valentino en Siegfried voegen zich bij hen. Gevieren bedekken zij mijn borst met heldenmedailles. In een koets lig ik opgebaard, een koets die Rudolph Valentino en Siegfried in het water duwen. Hebben ze dan niet door dat ik nog leef? Ik lig alleen maar in coma, ik hoor en zie alles. Jullie willen toch niet dat ik verdrink? Geef me op zijn minst een rietje mee, zodat ik kan blijven ademhalen!
Langzaamaan voel ik mijn rug nat worden, langzaam klotst het water onder mij heen en weer, langzaam komt het water tot aan mijn schouders. Aan de oever staan de kinderen van de Overmaats te schateren van plezier. Ik zink onder de waterspiegel. Om mij heen zwemmen zeehonden en dolfijnen.

(De IJskoning, fragment uit Hoofdstuk 73. Een leeg, zwart-wit geblokt plein)

woensdag 23 mei 2018

Van kort verhaal naar volwaardige roman: ‘Eksteroogs diagnose’ – deel X


Afgewezen droomfragment

Gooi niets weg
Met name om de vaart en de spanning er in te houden, zijn er in de loop der jaren uit de roman Eksteroogs diagnose’ heel wat overbodige woorden en zinnen, ja zelfs hele lappen tekst verwijderd.

Uit een enkele zin zou een heel nieuw verhaal kunnen voortvloeien. En die hele lappen tekst zouden na kleine aanpassingen als zelfstandig verhaal door het leven kunnen gaan. Mits zo’n verhaal niet te veel lijkt op de roman waarin hij geboren is.

Bestaansrecht
Uit ‘Eksteroogs diagnose’ is een lap tekst verwijderd die m.i. wel interessant is, maar die geen bestaansrecht heeft. Hij lijkt te veel op een scene uit die andere roman, ‘De IJskoning.’ De woorden en de zinnen zijn anders, maar de situatie is bijna identiek.

In 2009 besloot ik voor de tekst van ‘De IJskoning’ te kiezen. Vanaf dat moment kon die van ‘Eksteroogs diagnose’ alleen nog in een blog als voorbeeld dienen van een verwijderd fragment.

Bij deze.


Voorbeeld 
Een langzaam schuin naar beneden hellende gang met rechts vooraan een spiegel, waar overheen een laken is gehangen. Het laken beweegt op de stroming van de lucht, er moet ergens een deur open staan. Ja, achter mij. Het daglicht komt door een kier naar binnen vallen, het licht van een zomerse dag.

Knerpend grint. Voetstappen. Er verschijnt een vrouw die de deur verder opent en met twee kinderen voor zich naar binnen stapt. Het is Wenneke. Ze geeft Ronny en Rianne een zetje. Eerst willen ze niet, maar dan maken ze zich van haar los en beginnen ze giechelend op haar schaduw te trappen. Janet zegt dat ze daarmee moeten ophouden, maar ze trappen steeds harder op haar schaduw, die bij elke stap die ze verder in de gang doet als maar langer wordt.

Tegenover de spiegel is een deur. Ze wil aankloppen, maar haar wordt al opengedaan.

Een donker vertrek, de raamgordijnen zijn gesloten. Ook hier bevindt zich een toegedekte spiegel. In het midden staat een bed. Er ligt iemand op. Alleen stukjes van zijn broekspijpen en colbert zijn te zien, er zijn mensen om dat bed heen gedromd. Een man met een amechtige borst, een vrouw met een driedubbele onderkin, een man met krukken, een vrouw in een paarse jurk, een man met een ringbaardje en een wrat naast zijn neus.

Ik stap tussen hen door en meng mij tussen Dolf en Evelien met hun baby en Peter en Annet met hun baby die nog met de navelstreng zijn verbonden met de moederbuik. Het bed stinkt. De dekens voelen vochtig aan. Er zit vast schimmel in, ik ruik paddenstoelen.

Aan de andere kant van het bed staat Hubert. Hij buigt zich over de persoon die daar ligt heen en ik hoor hem fluisteren: ‘Ga maar. Ga naar het licht.’
Die persoon die daar ligt, dat ben ik.

Op de gang slaat de buitendeur dicht en de spiegel zowel in de gang als hier in deze ruimte vallen aan gruzelementen.

(scene uit Hoofdstuk 60. Een aangenaam, vloeibaar en warm licht)


donderdag 10 mei 2018

Van kort verhaal naar volwaardige roman: ‘Eksteroogs diagnose’ – deel IX


De grootste angst van iedere pc-schrijver

Vervolmaking
De afgelopen maand ben ik o.a. bezig geweest met het vervolmaken van de synopsissen van ‘Eksteroogs diagnose’ en ‘De IJskoning’. Ik was van plan beide romans tegelijkertijd naar verschillende uitgevers op te sturen. Ook heb ik in de afgelopen maand gewerkt aan een begeleidend schrijven voor elk van die uitgevers. Op maandag 30 april was ik met deze bezigheden bijna klaar. En wat gebeurt er? Mijn computer springt op zwart.

Verdwazing
Met een knal, als van een springende gloeilamp. Mijn bureaulamp bleek het ook niet meer te doen, in heel de woonkamer was geen stroom. Ik werd omgeven door een intense stilte, alsof de wereld was vergaan.
Ik keek naar buiten. Waarom eigenlijk? Ik verwachtte een stroomstoring in de wijk. Maar daarvoor hoef je op klaarlichte dag niet naar buiten te kijken. Op klaarlichte dag branden er geen straatlantaarns. En de overburen hadden ook geen lamp branden, want daar scheen de zon recht naar binnen.
Het naar buiten kijken was puur een vorm van verdwazing. Mijn verstand wist wel dat het mijn computer was, maar mijn gevoel hoopte op een andere oorzaak.
Verdwaasd bleven verstand en gevoel uiteindelijk bij hetzelfde hangen: als mijn bestanden en vooral mijn verhalen, novellen en romans, waar ik in de afgelopen jaren zo veel energie in heb gestopt, maar niet verloren zijn gegaan. De angst van iedere pc-schrijver.

Ontnuchtering
In de gang bleek ik ook geen stroom meer te hebben. Het licht in de badkamer deed het nog wel. In de meterkast in de gang frummelde ik wat aan schakelaars, en toen had ik overal weer stroom. Verderop, in de woonkamer, hoorde ik de printer zichzelf opstarten.
En mijn computer? Wat ik ook probeerde, die bleef dood.

Verlies
Mijn ICT-man gebeld. Om kort te gaan: vijf dagen later stond er op mijn bureau een gloednieuwe computer.
En de bestanden van de ouwe: zijn er geen verloren gegaan?
Uiteraard beschik ik over een externe harde schijf voor back-ups. Die was de avond voorafgaande aan de crash nog om 23:00 uur geactualiseerd. In afwachting van mijn nieuwe computer was ik er maar vanuit gegaan, dat daar niet de kortsluiting in had huisgehouden.
Nog zo’n angst van de pc-schrijver. Honderd ICT-mannen en –vrouwen kunnen mij vertellen dat de kans op een van een computer naar een externe harde schijf ‘doorgeslagen kortsluiting’ 0,1 % is - ik als halve digibeet blijf die angst in mijn hoofd en maag voelen, tot ik met eigen ogen heb gezien dat alles behouden is gebleven.

Urenverlies
Waar het mij speciaal om ging, waren de laatste twee uur vóór de crash. Juist in die uren was ik bezig geweest met een voor een bepaalde uitgever bestemde synopsis, die telkens net een regel over het toegestane aantal bladzijden heen ging. Daar heb ik intensief aan zitten sleutelen, om precies te zijn aan één enkele zin, om een antwoord te krijgen op de vraag: hoe krijg ik dezelfde hoeveelheid informatie met een regel minder aan tekst? Het was me nog gelukt ook.
Een kwartier later sprong dus mijn computer op zwart, en hevig verontrust kon ik me niet meer herinneren of ik in dat laatste kwartier wel tussentijds had opgeslagen.

Geruststelling
De back-up van de externe harde schijf bleek niet te hoeven worden aangesproken. Alle bestanden van de oude computer konden zonder problemen naar de nieuwe overgeheveld worden. En alles stond er op, inclusief mijn laatste synopsisverbetering.
Ik kan weer verder.