Posts tonen met het label 'Gestolde Liefde'. Alle posts tonen
Posts tonen met het label 'Gestolde Liefde'. Alle posts tonen

zondag 28 december 2025

Neussnuivers

Ze waren laat. Kort voor hun vertrek had hij een zware buik gekregen en plotseling naar de wc had gemoeten. Er was niks gekomen. Om het weer een beetje goed te maken, snelde hij een eindje voor papa uit. 
In de bocht van de Dorpstraat zag hij hem verschijnen. 
‘Hij komt er al aan!’ Hij stak zijn hand in de hoogte. ‘O, nee. Die moeten we niet hebben, die is Gereformeerd.’
Papa grinnikte om hem en toen zag ook hij zijn vergissing in.
 
Het was een lange rit, met in het begin twee keer overstappen. Daarna gingen ze over een weg langs een kanaal met hier en daar rijtjes arbeiderswoningen die zich een hoogst enkele keer uitbreidden tot een dorp. Behalve als er werd gestopt en weer verder gereden, maakte de bus een en het zelfde kalme ronkgeluid. Verveeld vroeg hij: ‘Waarom zitten er bijna geen bochten in de weg?’
‘Omdat het kanaal recht is,’ zei papa. ‘Lang geleden hebben ze hem aangelegd voor het vervoer van turf. Ze haalden hier massa’s veen uit de grond. Turf, dat is gedroogd veen. Al die dingen hebben ze jou toch wel onderhand op school geleerd?’

Dat de rit zo lang duurde, was aan een kant ook wel fijn. Hij was een beetje bang voor daarna. Om die angst weg te drukken, dacht hij terug aan de vissnoergitaar die papa voor hem had gebouwd. Hijzelf had in klankkast een spijkertje krom getikt en daaraan een koord gehaakt dat oorspronkelijk bedoeld was om er ondergordijnen mee in ramen op te hangen. Het andere uiteinde had hij achter de Erres radio laten verdwijnen. Onder de glazen asbak. Die was zwaar genoeg. De radio bovenop het dressoir, dat was zijn versterker.

Waren er geen arbeiderswoningen, dan had je links en rechts uitgestrekte bietenvelden, velden bedekt met aardappelloof of vol korenstoppels met bij de oprit opeengestapelde stropakken. Ook weilanden met koeien. Soms paarden. Je kon kijken tot aan de wolken die vlak boven de horizon hingen. Het enige echt interessante was eigenlijk die lange rij hoogspanningsmasten waartussen slap gespannen draden hingen.

De vissnoersnaren, die waren strak gespannen. Ze hadden elk een andere toonhoogte. Met een beetje fantasie – en dat had hij – speelde hij zo mee met The Rolling Stones en The Beatles. Die konden een heel bijzonder geluid uit hun gitaren halen. Het snerpende aan het begin van I Can’t Get No Satisfaction dat in elk refrein terugkeerde. En dan die nog nooit eerder gehoorde Nnnnouwahhh! waarmee I feel Fine begon.

Tegenover het treinstation van Assen dronken ze in een café een glaasje ranja. In zijn verbeelding ging hij door met gitaar spelen. Zijn fans gilden al net zo hard om hem als om The Beatles en The Rolling Stones. Voor zijn neus stond de standaard van mama’s stuk geraakte droogkap. Dat was zijn microfoonstandaard, de daaraan met plakband vastgemaakte koplamp van een fiets de microfoon. Welk liedje zou hij gaan zingen? I Can’t Get No, of toch I Feel fine?

Nadat hij een tweede gevulde koek had gekregen en opgegeten, zei papa dat het zo langzamerhand tijd werd.

Ze liepen een eindje over een straat, gingen een spoorwegovergang over, volgden weer een straat die evenwijdig aan het spoor lag. Hij voelde zijn hart kloppen en zijn buik werd weer zwaar.
Links doemde voorbij struiken een rechthoekig gebouw op. Het had een puntdak. In het midden, dwars op die puntdak, was er nog een puntdak, met daarachter een kleine, smalle torenspits. Net een kerk. 

Binnen moesten ze even zitten wachten op een bank en toen werden ze door een aardige mevrouw naar een ruimte gebracht, waar ze aan een tafel plaats namen. Het rook hier vreemd. Naar een scherp schoonmaakmiddel. Alles was hier vreemd. Er zaten mensen bijeen, maar er werd bijna niets gezegd. Het gerinkel van de lepeltjes in koffie- en theekopjes klonk daardoor extra hard. 

Vlak achter hem zat iemand heel diep adem te halen. Dat ging vast door een neus vol haartjes of snot. Het ging maar door. Echt een neussnuiver. Of snuifster. Sliep die persoon?
Hij wilde zich omdraaien, maar liet zijn aandacht al weer gaan naar iemand anders. Een man die wiegende bewegingen maakte en afwisselend zijn linkeroor aanraakte en een haarlok voor zijn ogen wegschoof. Ook die snoof diep. Als je goed luisterde, bleken er nog heel wat meer mensen die dat deden. De ruimte zat vol neussnuivers.

Een mevrouw een eindje links van hem begon te lachen. De mensen aan haar tafel bleven ernstig. Ze had vast een mop voor zichzelf bedacht.
Hij keek weer naar de wiegende man.
Let maar niet op hem, die is toch gek.’
Het was de neussnuiver achter hem die dat had gezegd. Hij droeg een wilde baard en hij knikte vriendelijk. Nadat de vrouw aan zijn tafel hem had gevraagd ‘En hoe is het nu met je?’ begon hij weer te neussnuiven.

‘Daar is mama!’
Een zuster bracht haar naar binnen. Hij wilde naar haar toe rennen, maar papa greep hem bij de arm. ‘Eerst zien hoe het met haar is.’ 
 Mama glimlachte. Toen ze was gaan zitten en de zuster was verdwenen, legde hij even zijn hoofd in haar schoot.

Mama bleef maar naar hem glimlachen. ‘Hoe gaat het op school?’
Dat vond hij een vreemde vraag. Was ze dan vergeten dat hij over mocht en dat zijn vakantie pas volgende week voorbij zou zijn?
Hij keek papa aan. Papa had hem verteld dat hij niets moest zeggen wat haar verdrietig kon maken. Mama wist niet meer waar ze mee moest beginnen, eerst de afwas, of toch maar stofzuigen. Daarom was ze hier.
Hij dacht aan de here God die alles zag en hoorde. Ook dat je loog.
Een klein leugentje, dat zou de here God hem toch wel willen vergeven? Vooral als het was om je mama niet verdrietig te maken?

‘Gaat wel,’ zei hij.
Hij wist meteen dat ze zijn leugentje doorzag. Omdat hij over zijn antwoord zo lang gedaan had. Dacht ze nu dat het met hem niet goed ging op school? Gelukkig maar dat hij haar niet had verteld dat Fred weer bij hem in de klas kwam, want dan had hij haar moeten uitleggen dat die op zijn beurt wel was blijven zitten en dat zou haar ook verdrietig kunnen maken. Maar dat hij in de klas weer een vriendje kreeg, dat zou ze fijn vinden, daar werd ze toch weer blij van?

Je ziet er goed uit,’ zei papa. 
Ja’, zei ze. ‘Wanneer mag ik weer naar huis.’
‘Dat kunnen we beter aan de artsen overlaten.’ 
‘Maar het huishouden.’ 
‘Maak je daar nou maar geen zorgen over, we krijgen binnenkort gezinshulp. Het belangrijkste is dat je weer beter wordt.’
De mevrouw een eindje links van hem begon weer te lachen.

Papa en mama hadden het nog over andere dingen. Ze zag er misschien wel goed uit, ze praatte toch anders. Langzamer en ook een beetje op dezelfde toon. De meeste tijd zeiden papa en mama niks.

Opeens stond de zuster achter haar. ‘Zo, mevrouw Buck, ik kom u weer ophalen.’ Tegen papa zei ze: ‘Neem rustig afscheid, ik wacht wel bij de bar.’ 
Toen ze weg was, vroeg papa of hij de volgende keer iets voor haar moest meenemen. ‘Kleren? Pyjama’s, kousen, ondergoed? Een geurtje, iets lekkers?’ 
Mama snifte. Ging ze nou ook neussnuiven? Er gleed een traan over haar wang. Papa was al opgestaan en zij bleef zitten. Ze keek om zich heen en zei: ‘Ik wil hier weg. Ik wil hier weg.’
Hij legde zijn hoofd terug in haar schoot.


(Hoofdstuk 14 van ‘Gestolde Passie’ – roman in uitvoering)



vrijdag 25 april 2025

Een teken van leven

 

door Sophia Désedan

 

 

Hoe ik ‘m in z’n ivoren schrijverstorentje aantrof

Tussen de rommel. Ik ging me zowaar nog schuldig voelen ook en begon meteen de handen uit de mouwen te steken. Maar toen wilde ie ‘t zelf doen.
‘Laat nou maar,’ zei ik. ‘Als ik ’t doe, is ’t zo gebeurd.’


 Waar heb je toch al die tijd uitgehangen!
‘Zo, meneer Steiner. Je bent een meester in afwezigheid. Waar heb je toch al die tijd uitgehangen! Niet alleen maar achter je schrijfbureau, mag ik hopen?’
‘En waar ben jij geweest. Jij hebt al vanaf 2018 geen teken van leven meer gegeven op deze website.’
‘Da’s niet waar. In 2023 heb ik nog “Het Grote Eric Steiner Interview” voor je geactualiseerd. Kort daarop plaatste jij je laatste stukkie.’
‘De pot verwijt dus de ketel. Sophia, je bent mijn compagnon. Helemaal aan het begin beloofde je mij, ook eens af en toe op deze site een artikel te plaatsen, in het bijzonder wanneer ik het te druk heb.’


Noem me geen ‘Soof’ 
‘Te druk? Te druk?! Noem jij dat te druk? Wat zitten schrijven aan verhalen en romans? Je bent zeker vergeten dat ik ‘n zoon heb, hè? Daar heb ik m’n handen vol aan. Ja, nog steeds. Vertel mij wat over het te druk hebben, Eric! Jij gaat nog wel anders praten als je zelf kinderen hebt!’
‘Mijn verhalen en romans, dat zijn mijn kinderen, Soof.’ 
‘Noem me geen “Soof”. Mooi gezegd: je verhalen en romans je kinderen noemen! Ze verplichten je tot niks, mijn Johan wel. Nou, kom op! Vertel me waar jij de laatste tijd zo druk mee bent geweest.’
‘O, zo veel.’

Verplichtingen

O, zo veel? Dan kan ’t ook niks zijn geweest, Eric. Je hebt vast weer zitten schiften op komma’s en punten. Da’s heel wat anders dan een zoon van negentien weer in huis nemen, zorgen dat ie goed te eten krijgt, z’n studie blijft volgen, niet te veel op social media rondhangt en op tijd naar bed gaat. Een moeder alleen, da’s heel wat anders dan een schrijver alleen, Eric! Wat voor verplichtingen heb jij nou naar je verhalen en romans toe.’
‘Ze willen uitgegeven worden.’


Die hang naar perfectie van hem!
‘En daarom moet je ze keer op keer nog ‘n stukkie perfecter maken, hè? Ik ken je. Je blijft er net zo lang mee bezig, met dat zogenaamde verbeteren, tot je er dood bij neer zult vallen.’
‘Je hebt wel een beetje gelijk, Sophia. Maar daarnaast ben ik met een heel groot project bezig.’
‘Vertel.’


Een ‘nieuw’ project 
‘Ik heb "Gestolde Liefde" weer ter hand genomen. Je weet wel, die roman die ik in eerste versie tijdens National Novel Writing Month heb geschreven in 2009, 2010, 2011, 2015 en 2021. 
Het heet nu "Gestolde Passie." Die titel dekt beter de lading. Van die NaNoWriMo-manuscripten is nu een tweede versie af. Ik heb ook een heel nieuw deel geschreven. Dat behandelt de eerste veertien jaar van mijn hoofdpersonage: ‘Batmans cape.’ Dat is nu ook in tweede versie.
"Gestolde Passie" beslaat nu zo’n 1000 bladzijden. Maar dat zegt niets. Alleen de scenes die met elkaar te maken hebben mogen bewaard blijven. Nog veel te de doen dus.
Vandaar mijn afwezigheid hier op deze plek.’


Was ’t nou zo moeilijk?
‘Goed zo, Eric. Was dat nou zo moeilijk, om mij en je lezerspubliek weer een beetje op de hoogte te brengen van je literaire activiteiten?’
‘Het valt me een stuk gemakkelijker als ik het jou vertel. Als jij er nou eens een leeswaardig artikel van maakte’
‘Ammehoela! …Oké, alleen deze keer dan. Daarna mag je zelf hier weer aan de slag, schrijvertje! Probeer het maar eens, tijdens vorige projecten is het je ook gelukt.’
Ik kwam overeind en pakte m’n spullen bijeen. ‘Als je je best doet, misschien doe ik dan ook weer mee.’
‘Ja, mama.’
‘Noem me geen mama. Grrr, mannen! Vooral schrijvers! Ik krijg er ’n punthoofd van.’


Groetjes,
Sophia Désedan.

zondag 22 januari 2017

Schrijversjaarverslag 2016

                                                   
                                 'Wat heb ik allemaal geschreven in 2016?'

Het kan nog net. In januari een terugblik geven van mijn schrijfactiviteiten in het afgelopen jaar. Daarvoor heb ik mijn Schrijverslogboek als bronmateriaal gebruikt. In een lopend verhaal samengevat, komen mijn schrijfactiviteiten hier op neer.

Kleine projecten I
In november 2015 had ik meegedaan aan National NovelWriting Month om de eerste versie van deel vier van mijn roman ‘Gestolde Liefde’ te kunnen schrijven. Als warming up voegde ik daar begin januari 2016 notitienummers van nog te verwerken materiaal aan toe.

In januari, mei en juni reviseerde ik een verhaal dat ik december 2015 geschreven had voor het Schrijverscafé*: ‘Patti Smith en de knuffelbeesten.’ Een aantal lezers van het Schrijverscafé vond dat er te veel dramatiek in zat. Daarop besloot ik het fragment over het overlijden van een kat af te koppelen en daar een apart verhaal van te maken, verteld door de puberende knaap die in ‘Patti Smith en de knuffelbeesten’ de antagonist is.

Grote projecten
Tussen 11 januari en 25 mei en tussen 1 en 10 oktober verwerkte ik in mijn roman ‘De IJskoning’ opmerkingen en tips van een meelezer/collega schrijver. Ik ken haar sinds 2012, dankzij het Schrijverscafé. Zij heeft inmiddels twee romans gepubliceerd en alleen daarom al acht ik haar oordeel over mijn werk van grote waarde.
Haar opmerkingen en tips waren zó inspirerend, dat ik nog eens met een kritisch oog door ‘De IJskoning’ heen ging en allerlei wijzigingen aanbracht. Daarbij kwam ik er achter dat ik nogal vaak het woord ‘niet’ gebruikte. Tussen 8 november en 27 december heb ik waar mogelijk alternatieven voor het woord ‘niet’ in het manuscript opgenomen.

Naar aanleiding van opmerkingen van een andere meelezer/collega schrijver - ook dankzij het Schrijverscafé leren kennen, zij heeft een eerste roman gepubliceerd -  verbeterde ik tussen 4 juni en 25 augustus en tussen 11 oktober en 1 november mijn roman ‘Eksteroog.’ Ook voegde ik er in deze maanden zo’n dertig bladzijden aan toe.

Kleine projecten II
In ruil voor het lezen en beoordelen van ‘Eksteroog’, las en beoordeelde ik van mijn meelezer het manuscript van haar tweede roman. Dit deed ik tussen 12 augustus en 4 oktober.

Zowel in De IJskoning’ als in ‘Eksteroog’ was ik op ‘nieten’ jacht gegaan. Omdat alternatieven voor het woord ‘niet’ zoeken en plaatsen op een gegeven moment je concentratievermogen aantast, bovendien nogal saai wordt, heb ik tussendoor interessantere dingen ter hand genomen.
Zo heb ik twee wat oudere verhalen toegeschreven naar een Schrijverscafé-schrijfopdracht en heb ik met drie verhalenwedstrijden meegedaan. Een van de drie ingezonden verhalen is opgenomen in een bundelTussen 27 november en 2 december en tussen 12 en 22 december voerde ik een spellingscontrole uit over de vier delen van ‘Gestolde Liefde.’

Leven en schrijven
En heb ik in 2016 ook nog geleefd en iets beleefd? Dat zullen ongetwijfeld sommige lezers zich afvragen. Indien niet alleen voor mijzelf interessant en als de Muze het toestaat, vinden jullie een antwoord op die vraag te zijner tijd terug in mijn verhalen en romans. Maar daarvoor moeten ze dus wel eerst zijn gepubliceerd. Misschien zou ik ondertussen ergens al iets kunnen gaan voordragen uit eigen werk?

*) Het Schrijverscafé is een door Daretoo in het leven geroepen LinkedIn groep, waarin schrijvers ervaringen kunnen uitwisselen. We geven elkaar tips, helpen bij de oplossing van een bepaald schrijfprobleem. Binnen het Schrijverscafé bestaat ook de mogelijkheid om elkaar schrijfopdrachten te geven. Iedereen kan daaraan meedoen, alle deelnemers kunnen een schrijfopdracht geven. De inzendingen kunnen door alle deelnemers worden beoordeeld. 

woensdag 2 december 2015

De National Novel Writing Month – De finale


In de zevende hemel
Het is mij gelukt! De eerste versie van het vierde deel van de roman ‘Gestolde liefde’ is af! 30 november om twaalf uur 's middags heb ik het manuscript digitaal ge-upload naar de website van de National Novel Writing Month. Even later kon ik er mijn certificaat van downloaden, samen met drie badges waarvan hierboven er eentje is afgebeeld. Ik voel mij gelauwerd.

Nogmaals: de kwantiteit
68067 Woorden gaf de teller aan. Dat zijn er weer heel wat meer dan tijdens de National Novel Writing Month van 2011, toen ik de eerste versie van het derde deel schreef. Maar dat is ook wel logisch, want ik wilde aan dit lijfelijk boek niet nog eens een National Novel Writing Month besteden.

Vatten we het nog even samen:
In 2009 schreef ik deel I:       59706 woorden;
In 2010 volgde deel II:           64144 woorden;
In 2011 deel III:                     60907 woorden.
De 68067 woorden van dit jaar erbij opgeteld, dan kom je uit op een lijvig werk van circa 860 bladzijden. Dat is iets om trots op te zijn.

En de tijd? En de kwaliteit?
‘Ja, maar,’ fluistert er iemand in mijn oor, ‘wanneer begin je nou eens met het herschrijven van al dat materiaal? Heb je daar eigenlijk wel tijd voor? Wat een klus lijkt me dat! Let op mijn woorden: wanneer je net lekker op gang gekomen bent, loopt het zeker al weer tegen november. En dan wil je natuurlijk opnieuw meedoen met de National Novel Writing Month. Wat schiet je er mee op? Je houdt alleen maar  tientallen Word documenten vol bagger over.’

Chatarsis en terug naar de aarde
De hele maand heeft hij zich op mijn wens koest gehouden, die duivel. Wat mij betreft gaat hij nog even door met zeuren. Ik luister toch lekker niet naar hem.
Ik ben blij dat alles nu zwart op wit staat. Ik heb er veel van geleerd, ben tot andere inzichten gekomen. Tijd om het eens een flinke periode te laten bezinken. Wanneer ik gezond van lijf en geest mag blijven, dan komt die definitieve versie van ‘Gestolde liefde’ er wel. Maar nu dus nog even niet. Nu is het weer tijd om terug te keren naar de roman waaraan ik tot die eerste november gewerkt heb: ‘De behouden stilte.’

woensdag 25 november 2015

De National Novel Writing Month – halverwege de laatste week


Kwantiteit
Woensdagmiddag om twee uur heb ik het 55301e  woord gehaald. Dat is bijna tweehonderd bladzijden. De eerste versie van het vierde deel van mijn National Novel Writing Month roman voor 2015 ‘Gestolde Liefde’ is bijna af!

Dat ik net als in de novembermaanden van 2009, 2010 en 2011 ook dit jaar weer als een speer ga, komt misschien wel omdat ik tijdens NaNoWriMo’s tamelijk autobiografisch schrijf. Eigenlijk hoef ik niet lang stil te staan bij de vraag hoe het verder moet, de plot zit in mijn geheugen gegrift.

Verder rijg ik – om het eens duur te zeggen - vanuit een verlaagd bewustzijn de woorden aaneen. Alles wat mij te binnen schiet en past binnen het verhaal, zet ik om in woorden.

Wat levert het op?
Dat je daarbij soms een hele hoop omslachtige zinnen krijgt, zinnen die niet lopen, ja zelfs ontsporen - dat neem ik graag op de koop toe. Je krijgt er zo veel voor terug:

1) Binnen die omslachtigheden blijken heel veel ‘waarheden’ te zitten die bij een kritisch schrijven waarschijnlijk nooit aan het daglicht zouden zijn gekomen;

2) Zo langzamerhand meen ik mij ook de minder belangrijke gesprekken bijna letterlijk te kunnen herinneren;

3) Veel van wat er toen allemaal is gebeurd, wordt mij stukken duidelijker nu. Als het een beetje mee zit, word ik er nog wijzer van ook...


maandag 16 november 2015

De National Novel Writing Month – de eerste veertien dagen

Woord, zin en een halve alinea
Na twaalf dagen schrijven aan mijn roman voor de National Novel Writing Month (ik ben pas op dag twee begonnen en heb mij twee pauze-dagen veroorloofd), ben ik bij het 31621e woord aanbeland.

En het woord luidt: ‘kwam.’

Daar hoort natuurlijk een hele zin bij: ‘Ik had allang mijn conclusies getrokken wanneer ik er telkens weer met een kater vandaan kwam.’

En om die zin een beetje te begrijpen, een halve alinea: ‘Als je telkens met goede verwachtingen er naartoe gaat en er de meeste keren toch weer van terugkeert met een kater, een kater ja – want altijd is er wel iets voorgevallen waarover je tegenover ons zit te klagen. In plaats van die dingen met ons te bespreken, zou je ze met hem moeten bespreken. En als hij er geen oor naar heeft, dan moet je je conclusies trekken. Ik had allang mijn conclusies getrokken wanneer ik er telkens weer met een kater vandaan kwam.’

Of ik over deze zinnen tevreden mag zijn, laat ik deze hele NaNoWriMo in het midden. Het gaat deze maand immers niet om de kwaliteit, maar om de kwantiteit.

Vorderingen en finish
Wanneer je de totaalscore op je profiel van NaNoWriMo invult, krijg je een balkje te zien, waarop staat aangegeven hoe ver je gekomen bent. Onder dat balkje is wat aanvullende informatie te vinden, bij voorbeeld dat ik behoorlijk voor op schema ben.
Verder staat er dat ik in dit tempo op 26 november de finish zal hebben bereikt. Dat zou mooi zijn, heel mooi. Want ik vermoed dat ik ook deze keer meer dan 50.000 woorden nodig zal hebben om het laatste deel van deze roman af te kunnen krijgen.

woensdag 21 oktober 2015

De National Novel Writing Month: dertig dagen rammen


Schrijfwedstrijd
NaNoWrimo, voluit de National Novel Writing Month komt er weer aan: een schrijfwedstrijd, waar duizenden over de hele wereld aan meedoen. De opdracht van deze wedstrijd luidt: schrijf in de maand november een roman van minimaal 50.000 woorden.
Dat zijn ongeveer 170 bladzijden. Dat betekent minimaal vijf bladzijden per dag. En dat betekent weer dat je soms meer dan vijf bladzijden per dag moet halen, want soms knijp je er ook wel eens een avondje tussenuit. Te moe van het dagelijkse werk op kantoor, of waar dan ook. Of je hebt doodeenvoudig sociale verplichtingen, zoals het bezoeken van een verjaardagsfeest. En natuurlijk kan het ook eens gebeuren dat gewoon je hoofd het vertikt om mee te werken.

Regels en tips
Zet van te voren niets concreets op papier. Verzin eventueel wel al een plot. Vertrouw trefwoorden aan je Word document toe die de aanleiding zouden kunnen vormen voor een scène of een hoofdstuk. Maar begin pas daadwerkelijk met schrijven op 1 november, om 00.00 uur. Wie op 30 november 00:00 uur of eerder de 50.000 woorden heeft gehaald, is een winnaar en ontvangt een certificaat. Daarvoor moet je wel eerst je roman naar de site van NaNoWriMo uploaden. Een computer telt dan het aantal woorden en zendt je een machtiging om het certificaat te downloaden.

Rammen met je onderwerp
Vijftigduizend woorden in één maand tijd en in een enigszins samenhangend verband op je p.c. produceren: dat betekent rammen op je toetsenbord. Ja, jullie lezen het goed: rammen is het. Het zijn tenslotte maar dertig dagen.

En wat ga ik dan wel rammen?
In de novembermaanden van 2009, 2010 en 2011 schreef ik de eerste drie delen van ‘Gestolde Liefde.’ (in 2008, toen ik voor het eerst meedeed, was dat de oerversie van ‘De behouden stilte.’) Dit jaar zal het gaan om het vierde en laatste deel.

Eindresultaat
Als het me lukt, zal het eindresultaat van deze vier een-maand-sessies een roman zijn van bijna achthonderd bladzijden. Vooralsnog zal dan die bladzijden niemand willen lezen. Het gaat namelijk om een allereerste versie, waarin een hele hoop omslachtige zinnen zullen voorkomen. Zinnen die niet mooi lopen, ja zelfs ontsporen. En ook niet uitgewerkte verhaallijnen zal je er in aantreffen. En personages die in die roman uiteindelijk niets te zoeken hebben. Of nog erger: personages die op bladzijde 25 een meter vijfentachtig zijn en intelligent en op bladzijde 225 twee meter tien en theemutsendom.

Zin en onzin
De National Novel Writing Month, waar is het allemaal goed voor? Om met Shakespeare te spreken: Much Ado About Nothing? Want het valt niet te ontkennen: in korte tijd een meesterwerk schrijven, dat lukt een enkele keer alleen maar een Multatuli (‘Max Havelaar’, 7 weken), een Campert (‘Het leven is vurrukkulluk’, 3 weken), of een Mulisch (‘Twee Vrouwen’, 8 weken).
Wie meedoet aan de National Novel Writing Month weet dat het niet gaat om de kwaliteit, maar om de kwantiteit. Na 1 december begint pas het echte werk, zoals moge blijken over mijn berichtgevingen over ‘De behouden stilte.’