maandag 25 november 2013

Reisvoordeel.

Terug naar de aarde
In plaats van na een werkdag een hoop in bus en trein zitten dutten, zou ik vaker wakker moeten blijven en meer uit mijn doppen moeten kijken.
Wat ik soms te zien en/of te horen krijg, ook wachtend op zo’n bus of trein.
Een enkele keer is het zo heftig dat ik het onmogelijk in een blog kan neerzetten. Niemand zit te wachten op het moment dat zijn of haar levensverhaal, telefoongesprek, ruzie of trieste plan door een wildvreemde op het internet is gezet.

Idiote ideeën
Waar ik momenteel aan denk - wat ik samen met tientallen anderen heb gezien en gehoord, dat is al weer een hele tijd geleden. En nog steeds is het beter om er niet over in detail te treden, hier op deze plek. Nee, ik kan er niet over schrijven, ik wil niemand op idiote ideeën brengen, zodat er binnenkort toch nog een begrafenis of crematie is.

Inspiratiebron
Maar privé kan ik er niet omheen. Los van elkaar staande gebeurtenissen – in tijd en in plaats – voegen zich in mijn hoofd samen. Die gebeurtenissen vormen een inspiratiebron voor een nieuw op te zetten of een al bestaand en verder te verdiepen verhaal. De literatuur ligt op straat.

Terug naar je bureau?
Toeval bestaat niet. En het is de keuze aan jou wat je met al die schijnbaar toevallige voorvallen doet. Laat het je koud en geef je toe aan je slaap? Of blijf je wakker, in de stille, misschien wel egoïstische hoop dat je iets voor ogen krijgt, waar je eenmaal thuis na het avondeten mee aan de slag kunt als schrijver?

maandag 18 november 2013

Het Kleine Eric Steiner Interview.

Ik geloofde er geen ene sikkepit van
Zaterdagmiddag, twee uur. Daar zat ie dan. Voor es een keertje niet achter, maar voor de computer. Op de bank. Naast zich: een trots stapeltje boeken, met de ruggen naar mij toegekeerd. Tien keer viel d’r onder elkaar te lezen: ‘Lezen en laven.’ Tien exemplaren van de verhalenbundel, waarin ook zijn verhaal ‘Zoek’ opgenomen was.
Hij zag d’r een beetje moe uit.
‘En hoe is ’t gegaan, de presentatie?’ vroeg ik.
‘Geweldig,’ zei ie. Ik geloofde er geen ene sikkepit van.

Warm bad
‘Het was alsof ik langzaamaan in een warm bad werd gelegd,’ ging ie verder. ‘Dat kwam denk ik vooral door mijn vrienden en kennissen. Een paar keer werd ik overrompeld door wie er nu weer op mij toe stapte om mij de hand te drukken, of een zoen te geven, een bos bloemen te overhandigen.’

Opzet
‘Dat warme bad kwam denk ik ook door de opzet van de avond. Een cafésfeer. Je hoefde niet naar voren, het podium op. Je kon gewoon aan je tafeltje blijven zitten, tussen je vrienden en kennissen. Als het je beurt was, kreeg je een microfoon aangereikt.


Twee probleempjes, misschien wel drie.
‘Ik had een paar probleempjes tijdens het voorlezen. Het licht. Dat was toch net niet voldoende.
En de tekst. Mijn tekst die ik voor het eerst in boekvorm voor mijn neus had. Niet zoals thuis uitgeprint of op de computer, waarop ik had geoefend om zo goed mogelijk het fragment uit mijn verhaal voor te kunnen dragen. Maar hier, tussen al mijn vrienden en kennissen, in dat warme bad… Het was alsof ik die tekst voor het eerst zag. En zo las ik ‘m ook voor. 
Misschien lag het toch vooral aan het licht.
Maar wat mij het nog meest verbaasde. Ik las voor met trillende stem. Hoe was dat nu mogelijk? Ik had wel eens eerder voorgelezen voor een wat groter publiek, en ik had mij goed voorbereid. Ik hoefde toch niet zenuwachtig te zijn? Ik voelde mij ook niet zenuwachtig. Heel vreemd.’

Intelligente en fijnzinnige hersentjes
‘Ja, meneer Steiner,’ zei ik, ‘je intelligente en fijnzinnige hersentjes dachten dat je niet zenuwachtig was. Maar je stembanden wisten wel beter. Heb je je geschaamd?’
‘Nee,’ zei ie, en ik geloofde hem, omdat ie niet in de verdediging schoot. ‘Achteraf kon ik er hartelijk om lachen. Het gaf niet, die trillende stem. Wel vond ik belangrijk of ik verstaanbaar was geweest. En dat was ik volgens een van de toehoorders. Ik hoop wel dat het voor de laatste keer is geweest, die trilling in de stem.’
‘Maak je daar nu maar geen zorgen over,’ zei ik. ‘Het is gewoon een kwestie van ervaring. Des te vaker je het doet, des te gemakkelijker het je zal afgaan. - Wanneer de gelegenheid zich weer voordoet, zou ik voorlopig wel een eigen printje van je tekst meenemen. En een leeslampje. Je hebt tegenwoordig hele kleine, die kun je zó op de rand van je boek klemmen. Dan hoeft ’t in ieder geval daar niet meer aan te liggen. – Hoe was de rest van de avond?’

Geïntroduceerd
‘Uitgever Ton van Eck deed de presentatie en leidde de schrijvers in. Toen hij bij mij was aangekomen, zei hij dat ik in ‘Lezen en Laven’ nog onder eigen naam stond afgedrukt. Of hij mijn pseudoniem alvast mocht noemen? Dat vond ik goed.
Eric Steiner & Co. Waar die Co. voor stond, wilde hij graag van me weten. Dus vertelde ik hem dat Co. voor Compagnon staat. En dat die Compagnon Sophia Deçàdent heet. Dat jij mijn muze en stok achter de deur bent en dat jij er voor zorgt dat ik mij regelmatig aan het schrijven zet.’
‘Misschien moet je voorlopig maar ’s wat meer onder de mensen,’ zei ik. ‘Dat zal je voorlezen zeker ten goede komen.’

Sophia Deçàdent absent
Hij reageerde er niet op, dat schrijvertje van me. Hij vertelde dat ie die uitgever en de hele zaal liet weten dat ik hier op deze blog ook af en toe een stukkie schrijf. En dat die uitgever toen vroeg, waarom ik eigenlijk niet meegekomen was, naar deze avond.
‘En wat heb je gezegd?’
‘Gewoon de waarheid. Dat je een beetje verlegen bent en liever onbekend wilt blijven voor zo’n groot publiek. En toen vroeg hij of misschien ook jijzelf een pseudoniem was. Daar heb ik maar Ja op gezegd.’

Handtekeningen zetten en kapper bezoeken
‘En zijn er op de avond al veel bundels verkocht?’
‘Heb ik niet zo op gelet. Ik mocht wel veel handtekeningen zetten. En straks ga ik naar mijn kapper om hem een exemplaar te overhandigen. Toen hij me vrijdagochtend knipte en vroeg of ik nog leuke dingen ging doen van ’t weekend, vertelde ik ‘m van die boekenpresentatie. Hij wist dat ik schreef en zei dat hij er graag eentje van mij wilde kopen. Die breng ik ‘m dus straks, met een opdracht er in.’
‘Weet je zeker dat je dat vanmiddag nog wilt doen? Die avond heeft je heel veel gedaan. Je ziet er moe uit.’
‘Ja, ik heb een gat in de dag geslapen.’

Grenzen stellen en nagenieten
‘Alles op zijn tijd, Eric. Die kapper kun je volgende week ook nog wel bezoeken. Geniet nou eerst maar eens lekker na van die avond. Ga de stad in. Een wandeling over de markt en een terrasje zullen je goed doen. Ik nodig je uit.’
‘Ja, en dan kunnen we gezellig verder praten. Ik heb je nog zo veel te vertellen, Sophia. Over al die andere schrijvers. Over…’
Ik moest ‘m de mond snoeren. Voorlopig was het eventjes genoeg. Anders zou dit interview nog uitmonden in een heel boek, en dat kon toch moeilijk de bedoeling zijn.

Groetjes,

Sophia Deçàdent.


N.B.: ‘Lezen en Laven – reisverhalen voor dorstigen’ is samengesteld door uitgever Ton van Eck en Femmy Fijten. De bundel is o.a. te bestellen via bol.com.
Voor wie meer wil weten over de boekenpresentatie van ‘Lezen en Laven’, op de website van Femmy staat een mooie impressie.



zondag 10 november 2013

Een publicatie en een optreden, wat wenst een auteur nog meer?


Onder mijn eigen naam Henk Rouw is een van mijn verhalen opgenomen
in de hierboven afgebeelde verhalenbundel.
Deze zal worden uitgegeven door Nieuwe Druk, te Arnhem.

Vrijdag 15 november is de presentatie
in
de Openbare bibliotheek van Oosterbeek
aanvang 20:00 uur.

De negen deelnemende schrijvers lezen dan een fragment uit hun verhaal voor, 
of krijgen een fragment uit hun verhaal voorgelezen.
Uitgever Ton van Eck verzorgt de presentatie.
Verder treedt op:
winnaar van Giel van Beelens t.v.-programma
‘Beste singer-songwriter van Nederland.’

Inhoudsopgave van de bundel:

Lezen en laven- Ton van Eck (inleiding)
Trilobietoog- Yolande Belghazi -Timman
Het jaarlijkse uitje van Dionysos - Guus Dijkhuizen
Voor wie leven wil - R. Dubois
Ocean Spirit - Femmy Fijten
Receptenboek voor Gifmoordenaars - Heidi Hassenmüller
Zoek - Henk Rouw
De blinde man in de herberg met het uitzicht - Rob Verschuren
Vogelpest- Eus Wijnhoven

Neer informatie over ‘Lezen en laven’ vinden jullie in een artikel
 dat initiatiefneemster en collega-schrijfster Emmy Fijten op haar website heeft gezet.


Een publicatie en een optreden betekenen voor mij twee erg belangrijke stappen
in mijn schrijversloopbaan.
Daarom zou ik het fijn vinden wanneer ook jij op deze avond aanwezig zou zijn.
Je bent van harte welkom.

Adres van de Openbare bibliotheek van Oosterbeek:
Generaal Urquhartlaan 1
6861GE OOSTERBEEK

maandag 4 november 2013

De IJskoning – Over de titel en de vorm.

Verhaal
Zoals ik al in  'Het grote Eric Steiner Interview' heb aangegeven, was ‘De IJskoning’ oorspronkelijk als een wat langer verhaal bedoeld. Hij heette toen ook anders: ‘De Vier Seizoenen van de Liefde.’ Nadat iemand in mijn vriendenkring had opgewerkt dat dit toch wel een erg zware titel was, heb ik er ‘De Overwinning op de Liefde’ van gemaakt.
Ook zwaar.

Van novelle naar roman
‘De Overwinning van de Liefde’ kon al snel een novelle worden genoemd. Maar hij groeide en groeide voort. Dit kon niets anders dan een roman worden.
Toen kon ik nog niet vermoeden dat hij meer dan vierhonderd bladzijden zou gaan tellen.

Inhoud dekkende titel
Een titel als ‘De Overwinning van de Liefde’ dekt al behoorlijk de inhoud. Het verhaal gaat immers over iemand die niets van de liefde weten wil? Dit als contrast op al die verhalen die ik in de verhalenbundel 'Gezichten in het Struikgewas'  dacht en denk op te nemen, al die verhalen over mensen die verlangen naar liefde -  het ontvangen en het (gestalte) geven daarvan, in welke vorm dan ook.

Originele titel
Misschien denken sommige lezers dat ik ‘De IJskoning’ heb afgeleid van Hans Christian Andersons ‘De Sneeuwkoningin.’ Maar de romantitel had ik al, voordat Anderson in beeld kwam.
Via het internet probeerde ik na te gaan of ‘De IJskoning’ al als boektitel bestond. Browsend kwam ik hier en daar een ijssalon tegen. En toen dus dat sprookje van Hans Christian Anderson. Ik kende het niet, dus de volgende stap was: mij zo snel mogelijk dat verhaal aanschaffen.

Verhaal in een verhaal
Een paar maanden later lag er een pil van 818 pagina's op mijn bureau. Hans Christian Anderson / Sprookjes en vertellingen. Een uitgave uit 1975. Dus die Sneeuwkoningin kon ik mooi in mijn roman verwerken, aangezien mijn hoofdpersonage Patrick Vernooi in 1973 geboren is.

Ik stond verbaasd, hoe goed mij dit verhaal van pas kwam. Maar ik loop op de feiten vooruit. Dit is iets, om over te schrijven in een veel latere blog. De volgende keer wanneer ik ‘De IJskoning’ ter sprake breng, zal ik het hebben over het motto.