p.s. Ondanks de drukte van het dozen vullen, plannen en regelen, heeft Eric kans gezien om onder zijn eigen naam
een verhaal in te zenden
voor een schrijfwedstrijd
Voor de nieuwe bezoeker: alsjeblieft eerst mijn vorige blog lezen. Dan weet je dat er voor mij op het computerbeeldscherm een verhalenbundel
van eigen makelij stond, die mank bleek te gaan aan te veel personages die zich
identiek gedroegen, dezelfde opmerking maakten, hetzelfde zagen, etc. Ook kwam
er nogal eens in totaal verschillende verhalen dezelfde zinswending of een
bijna identieke beschrijving voor. En nog steeds: te veel dezelfde woorden
te dicht op elkaar. En dat ondanks… Lees mijn vorige blog. Hier ga ik verder
met de vraag: hoe pak je dit soort ongewenste herhalingen aan?
Eerste stap: simpel beginnen
Laat de identieke gedragingen, de bijna dezelfde
zinswendingen en bijna identieke observaties of beschrijvingen voorlopig rusten.
Begin met in je Word-bestand met de zoekfunctie alle overige
ongewenste herhalingen vet te maken. Niet allemaal tegelijk. Begin simpel. Eerst
maar eens de ‘O, jawels.’ Daar zijn er in mijn verhalenbundel maar twee van.
Vraag je af: past deze opmerking bij het personage in
verhaal 1 wel en bij het personage in verhaal 4 niet? Of kan die opmerking niet gewoon
weg?
Ga vervolgens naar de volgende ongewenste herhaling
en maak ook die vet. Los het probleem op. Werk zo van eenvoudig naar moeilijk op te lossen herhalingen.
Tweede stap: synoniemen zoeken en zinvariaties
bedenken
Daarna ga je op jacht naar dezelfde woorden die te
vaak voorkomen c.q. te dicht op elkaar staan. Ook die vet maken. En ook weer:
niet allemaal tegelijk. Werk het ene woord na het andere woord af.
Overweeg wat weg kan. Bij twijfel: meteen
verwijderen, het woord en de zin waarin hij is opgenomen. Schrijven is schrappen.
Woorden die echt niet weg kunnen en toch irritant blijven
omdat ze zo dicht op elkaar staan, daar zoek je synoniemen voor.
Kanttekening: oppassen met synoniemen
Met synoniemen moet je trouwens oppassen. Te veel
synoniemen te dicht op elkaar, dat komt gekunsteld over en zal de lezer uit het
verhaal halen.
Als je op één bladzijde schrijft:
‘Op dat moment keek Peter in…
En jawel, Peter blikte over…
Peter observeerde…
Zag Peter dat wel goed?’
Dan zegt die lezer: ‘Huh?’ Dat is niet fijn, als een
lezer zo reageert. Een lezer hoort te vergeten dat hij aan het lezen is. Een
lezer hoort weg te dromen in een verhaal.
Dus: niet te veel synoniemen vlak achter elkaar.
Beter is dan: de hele zin vervangen, een andere omschrijving zoeken.
Derde stap: de zware probleemgevallen.
Wat blijft over? Of beter gezegd: wie blijven er over?
De identieke gedragingen, de bijna identieke observaties door verschillende personages,
de nogal op elkaar lijkende beschrijvingen gedaan door de schrijver, dezelfde
zinswendingen.
Dat zijn de moeilijkste gevallen, is mijn ervaring.
Ik ben er nu een tijdje mee bezig. Het valt niet mee.
Soms trekt een verhaal helemaal krom wanneer ik een herhaling in gedrag, observatie,
beschrijving of zinswending verwijder.
Wat doe je in zo’n geval? Piekeren. In overweging
nemen. Een tijdje laten rusten. Heroverwegen: waar een ongewenste herhaling van
de hierboven genoemde soort echt niet weg kan, haar laten staan?
Dat zal de lezer irriteren. Weer is hij of zij uit het
verhaal gehaald. En ongetwijfeld: bij de zoveelste aangetroffen herhaling smijt
hij je verhalenbundel in de hoek van de kamer. Daarvoor heb je toch niet al
die uren aan je schrijfbureau doorgebracht?
Als je in het schrijven het voor jou hoogst haalbare
wilt bereiken, dan is het verstandig om een verhaal, novelle of roman na
voltooiing een tijdje te laten rusten. Sommigen beweren dat je zo lang moet
wachten tot je niet meer precies weet wat je geschreven hebt, hoe je het hebt
verwoord. Pas dan kun je met een frisse blik de tekst nog eens goed onder
handen nemen en hem vervolmaken tot het voor jou hoogst haalbare.
Dit is geen eenmalig proces. Het geschrevene een
tijdje laten rusten geldt na voltooiing van de eerste, tweede, derde, tot
en met de door jou geachte laatste versie.
Verschillende versies
Al een tijdje had ik in mijn computer een aantal
verspreid liggende verhalen laten rusten. Die waren in de afgelopen twee jaar
geschreven. Er zat ook eentje tussen die van veel oudere datum is en die begin
april zijn ‘uiteindelijke’ vorm gekregen heeft. Verder waren er twee verhalen die
tussen 30 januari en 11 maart zijn voortgekomen uit fragmenten
die ik als overbodig materiaal uit mijn roman ‘De IJskoning’ had gelicht.
Behalve die laatste twee verhalen, bestonden er van elk
verhaal twee of drie of zelfs vier versies. Versies die door proeflezers in de
afgelopen twee jaar waren voorzien van opmerkingen, die ik gedeeltelijk nog
niet had verwerkt omdat ik er toen geen raad mee wist. Versies ook met en
zonder die ene alinea waar ik op dat moment geen besluit over durfde te nemen.
Knopen doorhakken
Uit die verschillende versies van de verspreid
liggende verhalen heb ik tussen 14 maart en 2 augustus de in mijn kunnen meest
acceptabele definitieve versie samengesteld. Ook heb ik voor een laatste keer dezelfde woorden die te dicht op elkaar stonden vervangen door synoniemen.
Waar dit niet mogelijk was heb ik de zin veranderd.
Opname in een bundel
Die verspreid liggende verhalen hebben allen één
grondthema: de liefde. Degene die mij al een tijdje volgt, weet dat die
verspreid liggende verhalen uitermate geschikt zijn om opgenomen te worden in mijn
verhalenbundel in wording: 'Gezichten in het Struikgewas.' Die bundel gaat over
de liefde in de ruimste zin van het woord. Liefde voor je geliefde, de
erotische liefde, de platonische liefde, de ouderliefde, vader- en
moederliefde, naastenliefde, eigenliefde, dierenliefde, liefde voor je werk, liefde
voor dingen, liefde voor de kunst, noem maar op.
Maar eerst…
Voordat ik de definitieve versies van de verspreid
liggende verhalen in deze bundel opnam, heb ik de al in deze bundel aanwezige
verhalen onder de loep genomen. Ook zij hebben hun in mijn kunnen meest
acceptabele definitieve vorm gekregen. Het oudste verhaal daarvan stamt uit
2000 en is, net als al de daarop volgende verhalen in de loop der jaren nog meerdere
keren verbeterd en/of herzien. Nu dus voor de laatste keer.
Een trots hart en een jammerlijke
constatering
Maandag 4 augustus 2014 was voor mij een merkwaardige
dag. Nadat ik de verspreid liggende verhalen had ingevoegd aan de hand van een
van te voren gemaakte inhoudsopgave van bestaande en nog te schrijven verhalen,
zag ik onder in het beeldscherm dat ‘Gezichten in het Struikgewas’ was aangegroeid
van 130 naar 243 bladzijden. Met een trots hart scrolde ik door de lappen tekst
heen. Ik genoot ervan en ik was er helemaal klaar voor om op korte termijn te
beginnen aan de rest van de verhalen bestemd voor ‘Gezichten in het
Struikgewas.’
Vandaag nog niet. Vandaag mocht ik met mijn trotse hart in volle teugen van de al voltooide 243 bladzijden genieten.
Ik begon te lezen. Langzaamaan, na zo’n stuk of vier
verhalen… En toen ik de uren daarop verder ging zoeken en vond, steeds maar
weer vond en hervond - toen kwam ik tot een jammerlijke constatering.
Te veel
Een jeremiade! Teveel ongewenste verbanden! In mijn
zo prachtige verhalenbundel reageren totaal verschillende personages in hun
eigen, op zichzelf staande verhaal vaak op precies dezelfde manier! Zoals bij
teleurstelling de rug tegen de stoelleuning laten rusten. Nog steeds wordt er
in diverse verhalen te vaak een personage aangekeken, draaien te veel
personages zich om of wenden hun hoofd af. Er gebeuren veel te vaak dingen op schouderhoogte. Er wordt te
veel met een ‘Och’ verontschuldigd of te vaak begint een monoloog met:
‘Kijk.’ Twee totaal verschillende vrouwen hebben in hun eigen verhaal kuiltjes
in de wangen. Twee personages – een man en een vrouw, zeventig bladzijden van
elkaar verwijderd - vouwen aan tafel gezeten de handen onder de kin. Drie mannen in
drie verschillende verhalen zien een aura om de vrouw op wie zij verliefd zijn geraakt.
Twee personages flikken het zelfs om dezelfde opmerking te maken: als je iemand
voor het eerst ontmoet, moet het meteen klikken. Er zijn er ook die niet
helemaal zeker zijn van wat zij beweren en hun bewering afsluiten met een
‘toch?’ En twee reageren op een ontkenning met: ‘O, jawel!’
Reeks over een Nina Hagen concert dat op 23 mei werd
afgelast en dat daardoor bij mij allerlei herinneringen opriep.
Een
allegaartje als epiloog
Inleiding
De vakanties zijn voorbij. Het wordt tijd om te
stoppen met deze Ninakwamnie reeks. Het wordt tijd om terug te keren naar waar
het op deze site werkelijk om gaat: verslag doen van mijn vorderingen op het
gebied van het schrijven van verhalen, novellen en romans.
Definitief Afgelast
Het is ook tijd om met deze Ninakwamnie reeks te
stoppen, omdat ik vorige week een paar uur lang behoorlijk ontstemd ben
geweest. Afgelopen dinsdag ontving ik het bericht dat er geen vervangende datum
is gevonden voor het op 23 mei afgelaste Nina Hagen concert in Hengeloos’ poppodium
Metropool.
Gewetensnood
Verder is het tijd om te stoppen omdat ik in
gewetensnood ben geraakt.
In 'Ninakwamnie - deel III' had ik beloofd, mijn jeugdvriend Hans op een later tijdstip nog
eens uitvoerig aan het woord te laten. Volgend op mijn Nina Hagen
concertverslag van twee weken geleden, zou nu deze belofte ingelost moeten
worden. Maar wat blijkt? Ik krijg geen woord op papier dat ik hier op deze plek
voor publicatie geschiktacht.
Privacy
Tot nu had ik er weinig moeite mee om iemand uit mijn
omgeving fictief op te voeren in een verhaal, novelle of roman. In een verhaal,
novelle en roman kun je zo’n persoon en de gebeurtenissen daaromheen volledig
naar je hand lichten, en wel zó dat niemand de persoon in kwestie zou kunnen
herkennen. Zelfs de persoon in kwestie zelf zou zich niet meer herkennen. Conclusie:
privacy gewaarborgd.
Wat als?
Maar hoe pas je dit toe in een blog, als je je voorgenomen
hebt daarin zo veel mogelijk de waarheid te schrijven? En wat als datgene wat
je wilt schrijven, behoorlijk diep gaat? En wat als de persoon over wie je wilt
schrijven niet meer in leven is en zich dus niet kan verweren? En wat als
blijkt dat datgene wat je voor ogen hebt om te schrijven, allerlei
herinneringen bij je oproept, herinneringen die je nog steeds persoonlijk aangrijpen?
Een roman waard
In mijn vorige blog schreef ik dat mijn vriendschap
met Hans een roman waard is en dat die roman er misschien ooit nog eens zal
komen.
Eerlijk gezegd: voor 3/4e is die roman er al. In zijn
eerste versie. Ik heb die in drie etappes geschreven tijdens de National Novel Writing Month van 2009,
2010 en 2011.
Het heeft mij heel wat opgeleverd: een meer
afstandelijke kijk op de gebeurtenissen en een beter zicht op de drijfveren, de
kwaliteiten en tekortkomingen van alle betrokkenen, inclusief die van mijzelf. .
Onvoltooid
Maar het is niet zo maar dat ik het schrijven van het
vierde deel heb uitgesteld tot de dag van vandaag. Dat vierde deel gaat over de
laatste jaren van Hans. Daarin krijgt ook het Nina Hagenconcert van 2001,
waarover ik in mijn vorige blog schreef, een plek.
‘Ave Hans’
Hier op deze plek was ik van plan geweest, verslag te
doen van de uren na dat Nina Hagenconcert. In een volgende blog zou ik dan een
‘Ave Hans’ willen schrijven, een soort hommage.
Maar voor beide blogs kreeg en krijg ik dus om
bovengenoemde redenen geen woord op papier dat ik hier geschikt acht.
Een klein requiem
Een ‘Ave Hans’ had hier op deze plek wel goed gepast.
De Ninakwamnie reeks is vrij associatief ontstaan. Naast mijn passie voor een
rock diva, werd het als vanzelf een klein requiem voor een paar mensen uit
mijn omgeving die niet meer in leven zijn: mijn moeder, Hans en ook een andere
vriend: Frans, met wie ik mijn laatste
concert van Nina Hagen heb bijgewoond.
Het vijfde Nina Hagenconcert
Tijdstip: 1 oktober 2009. Plaats: Enschede. Locatie:
Atak. Over dit concert kan ik kort zijn. Terwijl Nina Hagen zich van te voren
verontschuldigde dat ze verkouden was en er waarschijnlijk weinig van zou
bakken, bleek zij in topvorm. Ook Frans, die haar slechts van haar eerste twee
elpees kende en die van het concert in Atak niet zo veel had verwacht, eigenlijk
alleen maar voor de gezelligheid was meegegaan, vond het een goed optreden. ‘Maar,’
voegde hij er aan toe, ‘ze is wel oud geworden.’
Epiloog op de epiloog
En daar gaan we weer. Ik zou zó een blog kunnen
schrijven over Nina Hagen en ouder worden. Ik doe het niet. Ik stop met deze
Ninakwamnie reeks. Anders blijf ik maar doorgaan met associëren en
herinneringen ophalen. Nee: het wordt tijd om weer te schrijven over het
schrijven. Wat zeg ik? Ik ben al begonnen.
En misschien? Misschien moet ik in november weer
mee gaan doen met de National Novel Writing Month. Het vierde deel van die roman schrijven. Al was het alleen maar om vijfentwintig
jaar vriendschap eens goed af te kunnen sluiten.
Reeks over een Nina Hagen concert dat op 23 mei werd
afgelast en dat daardoor bij mij allerlei herinneringen opriep.
Schritt für Schritt ins Paradies
Verjaardagscadeautje
Het vierde concert van Nina Hagen beleefde ik juli
2001 in het Oost-Friese Leer. Het was een verjaardagscadeau van mijn jeugdvriend
Hans, waar ik hem nog steeds erg dankbaar voor ben. Hij heeft ook voor vervoer
gezorgd. Ferdi.* Die was als enige in Hans’ vriendenkring op dat moment in het
bezit van een auto.
Gedrieën vertrokken wij vanuit het dorp waar ik ben
opgegroeid en waar ik toen al negentien jaar niet meer woonde, maar waar ik nog
regelmatig kwam om Hans en mijn moeder, die sinds ’82 een dorpje verderop in
een bejaardentehuis zat, te kunnen bezoeken. Nadat zij was overleden in 1996
kwam ik iets minder vaak in het dorp van mijn jeugd. Waarom? Als ik hierover zou
beginnen… Dat is een heel ander verhaal, een roman waard. Misschien komt die er
ooit nog eens.
Doodsangst nummer I: De Duitse snelweg op
Het was drukkend warm die dag. Misschien lag het aan
de warmte dat ik in paniek raakte toen Ferdi een paar kilometer voorbij de
grens van Bourtange de oprit naar de snelweg nam. Ik wist zeker dat hij op de
linker weghelft zat.
‘Stop!’ riep ik. ‘Keer om! Je bent een spookrijder,
straks zit je onder een vrachtwagen en dan zijn we hartstikke dood!’
Hans, die vaker dan ik bij mensen in de auto over
Duitse wegen meegereden was, kalmeerde mij op zijn nuchtere toon. Ik schaamde
mij een beetje. Dat ik me zo had laten gaan. Hij draaide zich om naar mij, ik
die zoals gewoonlijk altijd op de achterbank zat als we samen reisden omdat hij
voluit met de bestuurder wilde spreken. Hij zei: ‘Je bent een beetje
zenuwachtig, hè? Dat je haar weer te zien krijgt, je Nina Hagen?’
Ostfriesische
Gemütlichkeit
Toen wij in Leer aangekomen waren en uitstapten, was
het nog steeds drukkend warm. We liepen van de parkeerplaats af richting Zollhaus, een uit rood baksteen
opgetrokken Negentiende Eeuws fabrieksachtig gebouw, waarin het concert van
Nina Hagen zou plaatsvinden.
De concertzaal was lang en hoog met veel oud hout.
Achteraan had het een bar met krukken die de zaal in stak. Vooraan, nee het was
overal al tamelijk vol. Het viel mij op dat wij moeiteloos tussen de mensen
naar voren konden lopen voor een geschikte plek. Wat mij ook opviel was de
hoeveelheid ruimte die de mensen elkaar lieten. En toen het echt vol was
geraakt, kreeg je nog steeds de ruimte om een stap opzij, naar voren of naar
achteren te doen.
Links en rechts hingen aan de wanden posters van Nina
Hagen. Ik zei tegen Hans en Ferdi: ‘Als het concert afgelopen is, moeten we er
voor zorgen dat we op zijn minst er eentje van te pakken krijgen.’
De concertaanvang
De lampen dimden, de muzikanten verschenen op het
podium en zetten een nummer in. Een nieuw nummer, maar toch meende ik het te
herkennen. Ja, het was een cover van de Duitse groep Ton, Steine, Scherben, ik had het zelf op plaat: Schritt für Schritt ins
Paradies. Hans kende het nummer ook. We raakten enthousiast.
Nina Hagen begon te zingen. Zonder dat zij op het
podium verscheen. Logisch, want de eerste regels van het nummer luiden: ‘Je
hoort mij zingen, maar je ziet mij niet. Je weet niet voor wie ik zing, maar ik
zing voor jou.’
Wie zo een concert begint, heeft in de eerste seconde
de mensen mee en kan zonder schroom het podium opstappen, een podium huiselijk
gemaakt met tapijt, sofa en schemerlamp.
Het concert samengevat
Alleen die verdraaide hitte. De kleren begonnen je
aan het lijf te plakken, eerst onder je oksels, daarna aan je rug, je borstkas,
buik en ten slotte je benen. Links en rechts werden de nooduitgangen geopend om voor wat verkoeling
te zorgen. Ook bier zorgde enigszins voor verkoeling. Arme Ferdi. Die mocht
zichzelf koel houden met spa rood.
Van die hitte scheen Nina Hagen geen last te hebben.
Zij gaf zich honderd procent. Het was het beste en het mooiste concert dat ik
van haar heb gezien. Ze zong goed, ze deed vriendelijk en relaxed, niet meer zo
theatraal als tijdens eerdere bijgewoonde concerten. Ze speelde thuis, in eigen
land. Lag het daaraan? Of had ook zij iets van die Ostfriesische Gemütlichkeit geproefd?
Het concertverloop
Na Schrit für
Schrit ins Paradies volgden er tussen haar eigen nummers door nog meer
covers. My Sweet Lord van George
Harrison, I’m a Believer van de
Monkees, Good Vibrations van de Beach
Boys. Uiteraard veel werk van haar in februari 2001 verschenen album ‘Return of
the Mother’, waaronder – al weer een cover - Der Wind Hat Mir Ein Lied
Erzählt,in de jaren veertig van de vorige eeuw
bekend geworden door Zarah Leander.
Ook bracht zij traditionele Hindoemuziek ten gehore.
Chanties, zeg maar mantra’s, waarbij ze zichzelf begeleidde op een Indiaas
harmonium.
Toen de laatste tonen van de laatste toegift
geklonken hadden, was het uitkijken naar de Nina Hagen posters aan de
zijwanden. Maar die waren al weg.
Doodsangst nummer II: De grijsblauwe nacht in
Op weg naar huis, voldaan en tevreden, Hans en ik een
beetje roezig van het bier en Ferdi als bestuurder van zijn auto zo nuchter als
maar kon. Ik vond hem een beetje stil. Opnieuw begon ik doodsangsten uit te
staan. Met een behoorlijke snelheid op een kaarsrechte weg naderden wij een
scherpe bocht naar links. Even dacht ik dat Ferdi bezig was in te dutten. Naast
hem leek Hans ook niets door te hebben. Dat voor ons was geen weg die opging in
de grijsblauwe nacht. Wanneer Ferdi niet binnen een minuut zou afremmen om die
bocht te kunnen nemen, dan zouden wij regelrecht te pletter slaan tegen twee grijsblauwe
sluisdeuren.
Ik had nog geen zin in het paradijs. Kalm en beheerst
zei ik: ‘Zeg, Ferdi, zou je niet eens afremmen? Je moet zo meteen nog de bocht om.’
‘O ja,’ zei hij.
* U zult begrijpen dat Ferdi een
pseudoniem is om de persoon in kwestie zo veel mogelijk in zijn privacy te
beschermen.
Reeks over een Nina Hagen concert dat op 23 mei werd
afgelast en dat daardoor bij mij allerlei herinneringen opriep.
Vele
gezichten, viele Geschichten
Foto’s als inspiratiebron
Hierbij een door mij gemaakte fotocollage van Nina
Hagen door de jaren heen, vanaf haar tamelijk lieve DDR-periode tot Le Grande Dame van nu. Achter elke
foto steckt einer Geschichte,
steekt een verhaal. Ik zou zeggen, vooral tegen de schrijvers onder ons: laat
uw verbeelding spreken.
Ook op de bühne heeft Nina Hagen verschillende
gezichten, qua acteertalent en mimiek, maar vooral natuurlijk op het muzikale
en vocabulaire vlak. Kijk en luister maar eens naar de in 1986 door de ARD
uitgezonden Nina Hagen’s TV show (met een gastoptreden van Herman Brood). Vergeet
daarbij niet haar verhaal. Zij heeft werkelijk iets te vertellen, iets zinnigs
en iets onzinnigs, maar altijd vindingrijk.
Reeks over een Nina Hagen concert dat op 23 mei werd
afgelast en dat daardoor bij mij allerlei herinneringen opriep.
Afgevoerd
Slechte zangprestaties
Teleurgesteld in vooral mijn omstanders die in Popcentrum
Hedon Nina Hagen vanwege haar door een verkoudheid veroorzaakte slechte
zangprestaties belachelijk hadden staan maken, liep ik onder een donkergrauwe hemel
terug naar het station.
Omstanders en omstandigheden
Op het perron op een bank gezeten, de handen in de jaszakken
en de benen gestrekt, begon ik een beetje te mokken. Mokken, ja. Op die
omstanders. Waarom was ik er niet gebleven, waarom had de ME die zogenaamde
fans niet afgevoerd?
Van het een kwam het ander, ik begon te mokken over en
op van alles. Vooral op die NS, want door weersomstandigheden elders in het
land mocht ik van hen in plaats van tien minuten minstens vijfenzeventig minuten wachten op mijn
eerstvolgende trein. Ik had net zo goed op dat concert van Nina Hagen aanwezig kunnen blijven.
Nina Hagens verkoudheid
Intussen was het gaan stortregenen en mijn stemming
werd er niet beter op. Waarom eigenlijk blijven mokken? Vijfenzeventig minuten zijn
maar vijfenzeventig minuten, ik zat droog onder de booggewelven van het station en
Nina Hagens verkoudheid, die ze vast tijdens een plensbui als deze had
opgelopen, zou zeker overgaan en dan zou ik tijdens een volgend concert haar
weer zien in volle glorie zónder spottende fans.
Ellendige regen
Bleef ik doorgaan met mokken, omdat ik mij was gaan
vervelen? Alle winkels en kiosken op het station waren gesloten, achter mij
stond een passagierstrein waarover linksboven daarvan een bord meldde: ‘Niet
instappen’ en verder was er op mijn perron en op al die andere perrons niemand
die of niets dat kon zorgen voor afleiding.Alleen die ellendige regen. Een paar meter van mij af, kletterde een hele
stroom via een afvoerbuis zó op de tegels.
Nina Hagen fans?
Twee perrons verderop ontwaarde ik beweging. Een
jongen en een meisje van een jaar of twintig, hand in hand en met gezwinde
tred. Ook fans van Nina Hagen die net als ik minstens een uur voordat het
concert afgelopen zou zijn Hedon hadden verlaten?
Een paar minuten later stonden ze voor mij. Ze waren
een beetje doorweekt, keken niet op de borden en vroegen aan mij of de trein richting Nijmegen zo kwam. Nee, zei
ik. Er was omgeroepen dat dit nog wel even kon duren. Ik wierp een blik op de klok achter
hen. Nog minstens een half uur.
‘Zijn jullie ook naar het concert van Nina Hagen
geweest?’ voegde ik er aan toe. Ik zou ze te grazen nemen, ik wist nog niet op
welke manier, maar ik zou ze te grazen nemen als ze haar - mijn Nina Hagen! - door
het slijk zouden halen.
Het meisje zei: ‘Nina Hagen, wie is dat?’
De zin van vroegtijdig een Nina Hagen
concert verlaten
De jongen keek over mij heen en zei: ‘Ik zie een krant
liggen.’ Beiden stapten de trein in, waar linksboven daarvan een bord nu juist
meldde dat je er buiten moest blijven.
Kranten en tijdschriften bijeen verzamelend liepen ze
naar voren. Voorbij de treinflank, helemaal aan het eind van het perron zag ik een
sein op groen springen. Ikzelf sprong overeind en begon te zwaaien, naar de
machinistencabine, naar de jongen en het meisje die zich omdraaiden toen de
deuren dichtklapten. Mijn gebaren waren tevergeefs. De trein zette zich in
beweging en reed het station uit.
De verkeerden waren afgevoerd en de Muze had mij er weer
een anekdote bij gegeven.