dinsdag 11 november 2014

Verhuizen en wedstrijden







Eric Steiner gaat verhuizen
In januari is hij weer terug op deze site
(misschien ook eerder)

Sophia Deçàdent

p.s.
Ondanks de drukte van het dozen vullen, plannen en regelen, 
heeft Eric kans gezien
om onder zijn eigen naam
een verhaal in te zenden
 voor een
 schrijfwedstrijd

dinsdag 14 oktober 2014

Ongewenste herhalingen in verhalen

Probleemstelling
Voor de nieuwe bezoeker: alsjeblieft eerst mijn vorige blog lezen. Dan weet je dat er voor mij op het computerbeeldscherm een verhalenbundel van eigen makelij stond, die mank bleek te gaan aan te veel personages die zich identiek gedroegen, dezelfde opmerking maakten, hetzelfde zagen, etc. Ook kwam er nogal eens in totaal verschillende verhalen dezelfde zinswending of een bijna identieke beschrijving voor. En nog steeds: te veel dezelfde woorden te dicht op elkaar. En dat ondanks… Lees mijn vorige blog. Hier ga ik verder met de vraag: hoe pak je dit soort ongewenste herhalingen aan?

Eerste stap: simpel beginnen
Laat de identieke gedragingen, de bijna dezelfde zinswendingen en bijna identieke observaties of beschrijvingen voorlopig rusten.
Begin met in je Word-bestand met de zoekfunctie alle overige ongewenste herhalingen vet te maken. Niet allemaal tegelijk. Begin simpel. Eerst maar eens de ‘O, jawels.’ Daar zijn er in mijn verhalenbundel maar twee van.
Vraag je af: past deze opmerking bij het personage in verhaal 1 wel en bij het personage in verhaal 4 niet? Of kan die opmerking niet gewoon weg?
Ga vervolgens naar de volgende ongewenste herhaling en maak ook die vet. Los het probleem op. Werk zo van eenvoudig naar moeilijk op te lossen herhalingen.

Tweede stap: synoniemen zoeken en zinvariaties bedenken
Daarna ga je op jacht naar dezelfde woorden die te vaak voorkomen c.q. te dicht op elkaar staan. Ook die vet maken. En ook weer: niet allemaal tegelijk. Werk het ene woord na het andere woord af.
Overweeg wat weg kan. Bij twijfel: meteen verwijderen, het woord en de zin waarin hij is opgenomen. Schrijven is schrappen.
Woorden die echt niet weg kunnen en toch irritant blijven omdat ze zo dicht op elkaar staan, daar zoek je synoniemen voor.

Kanttekening: oppassen met synoniemen
Met synoniemen moet je trouwens oppassen. Te veel synoniemen te dicht op elkaar, dat komt gekunsteld over en zal de lezer uit het verhaal halen.
Als je op één bladzijde schrijft:
‘Op dat moment keek Peter in…
En jawel, Peter blikte over…
Peter observeerde…
Zag Peter dat wel goed?’
Dan zegt die lezer: ‘Huh?’ Dat is niet fijn, als een lezer zo reageert. Een lezer hoort te vergeten dat hij aan het lezen is. Een lezer hoort weg te dromen in een verhaal.
Dus: niet te veel synoniemen vlak achter elkaar. Beter is dan: de hele zin vervangen, een andere omschrijving zoeken.

Derde stap: de zware probleemgevallen.
Wat blijft over? Of beter gezegd: wie blijven er over? De identieke gedragingen, de bijna identieke observaties door verschillende personages, de nogal op elkaar lijkende beschrijvingen gedaan door de schrijver, dezelfde zinswendingen.
Dat zijn de moeilijkste gevallen, is mijn ervaring.
Ik ben er nu een tijdje mee bezig. Het valt niet mee. Soms trekt een verhaal helemaal krom wanneer ik een herhaling in gedrag, observatie, beschrijving of zinswending verwijder.
Wat doe je in zo’n geval? Piekeren. In overweging nemen. Een tijdje laten rusten. Heroverwegen: waar een ongewenste herhaling van de hierboven genoemde soort echt niet weg kan, haar laten staan?
Dat zal de lezer irriteren. Weer is hij of zij uit het verhaal gehaald. En ongetwijfeld: bij de zoveelste aangetroffen herhaling smijt hij je verhalenbundel in de hoek van de kamer. Daarvoor heb je toch niet al die uren aan je schrijfbureau doorgebracht?
(wordt vervolgd)

woensdag 1 oktober 2014

De lange adem van de schrijver

Het hoogst bereikbare
Als je in het schrijven het voor jou hoogst haalbare wilt bereiken, dan is het verstandig om een verhaal, novelle of roman na voltooiing een tijdje te laten rusten. Sommigen beweren dat je zo lang moet wachten tot je niet meer precies weet wat je geschreven hebt, hoe je het hebt verwoord. Pas dan kun je met een frisse blik de tekst nog eens goed onder handen nemen en hem vervolmaken tot het voor jou hoogst haalbare.
Dit is geen eenmalig proces. Het geschrevene een tijdje laten rusten geldt na voltooiing van de eerste, tweede, derde, tot en met de door jou geachte laatste versie.

Verschillende versies
Al een tijdje had ik in mijn computer een aantal verspreid liggende verhalen laten rusten. Die waren in de afgelopen twee jaar geschreven. Er zat ook eentje tussen die van veel oudere datum is en die begin april zijn ‘uiteindelijke’ vorm gekregen heeft. Verder waren er twee verhalen die tussen 30 januari en 11 maart zijn voortgekomen uit fragmenten die ik als overbodig materiaal uit mijn roman ‘De IJskoning’ had gelicht.
Behalve die laatste twee verhalen, bestonden er van elk verhaal twee of drie of zelfs vier versies. Versies die door proeflezers in de afgelopen twee jaar waren voorzien van opmerkingen, die ik gedeeltelijk nog niet had verwerkt omdat ik er toen geen raad mee wist. Versies ook met en zonder die ene alinea waar ik op dat moment geen besluit over durfde te nemen.

Knopen doorhakken
Uit die verschillende versies van de verspreid liggende verhalen heb ik tussen 14 maart en 2 augustus de in mijn kunnen meest acceptabele definitieve versie samengesteld. Ook heb ik voor een laatste keer dezelfde woorden die te dicht op elkaar stonden vervangen door synoniemen. Waar dit niet mogelijk was heb ik de zin veranderd.

Opname in een bundel
Die verspreid liggende verhalen hebben allen één grondthema: de liefde. Degene die mij al een tijdje volgt, weet dat die verspreid liggende verhalen uitermate geschikt zijn om opgenomen te worden in mijn verhalenbundel in wording: 'Gezichten in het Struikgewas.' Die bundel gaat over de liefde in de ruimste zin van het woord. Liefde voor je geliefde, de erotische liefde, de platonische liefde, de ouderliefde, vader- en moederliefde, naastenliefde, eigenliefde, dierenliefde, liefde voor je werk, liefde voor dingen, liefde voor de kunst, noem maar op.

Maar eerst…
Voordat ik de definitieve versies van de verspreid liggende verhalen in deze bundel opnam, heb ik de al in deze bundel aanwezige verhalen onder de loep genomen. Ook zij hebben hun in mijn kunnen meest acceptabele definitieve vorm gekregen. Het oudste verhaal daarvan stamt uit 2000 en is, net als al de daarop volgende verhalen in de loop der jaren nog meerdere keren verbeterd en/of herzien. Nu dus voor de laatste keer.

Een trots hart en een jammerlijke constatering
Maandag 4 augustus 2014 was voor mij een merkwaardige dag. Nadat ik de verspreid liggende verhalen had ingevoegd aan de hand van een van te voren gemaakte inhoudsopgave van bestaande en nog te schrijven verhalen, zag ik onder in het beeldscherm dat ‘Gezichten in het Struikgewas’ was aangegroeid van 130 naar 243 bladzijden. Met een trots hart scrolde ik door de lappen tekst heen. Ik genoot ervan en ik was er helemaal klaar voor om op korte termijn te beginnen aan de rest van de verhalen bestemd voor ‘Gezichten in het Struikgewas.’
Vandaag nog niet. Vandaag mocht ik met mijn trotse hart in volle teugen van de al voltooide 243 bladzijden genieten.
Ik begon te lezen. Langzaamaan, na zo’n stuk of vier verhalen… En toen ik de uren daarop verder ging zoeken en vond, steeds maar weer vond en hervond - toen kwam ik tot een jammerlijke constatering.


Te veel
Een jeremiade! Teveel ongewenste verbanden! In mijn zo prachtige verhalenbundel reageren totaal verschillende personages in hun eigen, op zichzelf staande verhaal vaak op precies dezelfde manier! Zoals bij teleurstelling de rug tegen de stoelleuning laten rusten. Nog steeds wordt er in diverse verhalen te vaak een personage aangekeken, draaien te veel personages zich om of wenden hun hoofd af. Er gebeuren veel te vaak dingen op schouderhoogte. Er wordt te veel met een ‘Och’ verontschuldigd of te vaak begint een monoloog met: ‘Kijk.’ Twee totaal verschillende vrouwen hebben in hun eigen verhaal kuiltjes in de wangen. Twee personages – een man en een vrouw, zeventig bladzijden van elkaar verwijderd - vouwen aan tafel gezeten de handen onder de kin. Drie mannen in drie verschillende verhalen zien een aura om de vrouw op wie zij verliefd zijn geraakt. Twee personages flikken het zelfs om dezelfde opmerking te maken: als je iemand voor het eerst ontmoet, moet het meteen klikken. Er zijn er ook die niet helemaal zeker zijn van wat zij beweren en hun bewering afsluiten met een ‘toch?’ En twee reageren op een ontkenning met: ‘O, jawel!’

maandag 15 september 2014

Ninakwamnie – deel XII

Reeks over een Nina Hagen concert dat op 23 mei werd afgelast en dat daardoor bij mij allerlei herinneringen opriep.

Een allegaartje als epiloog

Inleiding
De vakanties zijn voorbij. Het wordt tijd om te stoppen met deze Ninakwamnie reeks. Het wordt tijd om terug te keren naar waar het op deze site werkelijk om gaat: verslag doen van mijn vorderingen op het gebied van het schrijven van verhalen, novellen en romans.

Definitief Afgelast
Het is ook tijd om met deze Ninakwamnie reeks te stoppen, omdat ik vorige week een paar uur lang behoorlijk ontstemd ben geweest. Afgelopen dinsdag ontving ik het bericht dat er geen vervangende datum is gevonden voor het op 23 mei afgelaste Nina Hagen concert in Hengeloos’ poppodium Metropool.

Gewetensnood
Verder is het tijd om te stoppen omdat ik in gewetensnood ben geraakt.
In 'Ninakwamnie - deel III' had ik beloofd, mijn jeugdvriend Hans op een later tijdstip nog eens uitvoerig aan het woord te laten. Volgend op mijn Nina Hagen concertverslag van twee weken geleden, zou nu deze belofte ingelost moeten worden. Maar wat blijkt? Ik krijg geen woord op papier dat ik hier op deze plek voor publicatie geschikt acht. 

Privacy
Tot nu had ik er weinig moeite mee om iemand uit mijn omgeving fictief op te voeren in een verhaal, novelle of roman. In een verhaal, novelle en roman kun je zo’n persoon en de gebeurtenissen daaromheen volledig naar je hand lichten, en wel zó dat niemand de persoon in kwestie zou kunnen herkennen. Zelfs de persoon in kwestie zelf zou zich niet meer herkennen. Conclusie: privacy gewaarborgd. 

Wat als?
Maar hoe pas je dit toe in een blog, als je je voorgenomen hebt daarin zo veel mogelijk de waarheid te schrijven? En wat als datgene wat je wilt schrijven, behoorlijk diep gaat? En wat als de persoon over wie je wilt schrijven niet meer in leven is en zich dus niet kan verweren? En wat als blijkt dat datgene wat je voor ogen hebt om te schrijven, allerlei herinneringen bij je oproept, herinneringen die je nog steeds persoonlijk aangrijpen? 

Een roman waard
In mijn vorige blog schreef ik dat mijn vriendschap met Hans een roman waard is en dat die roman er misschien ooit nog eens zal komen.
Eerlijk gezegd: voor 3/4e is die roman er al. In zijn eerste versie. Ik heb die in drie etappes geschreven tijdens de  National Novel Writing Month van 2009, 2010 en 2011.
Het heeft mij heel wat opgeleverd: een meer afstandelijke kijk op de gebeurtenissen en een beter zicht op de drijfveren, de kwaliteiten en tekortkomingen van alle betrokkenen, inclusief die van mijzelf. .

Onvoltooid
Maar het is niet zo maar dat ik het schrijven van het vierde deel heb uitgesteld tot de dag van vandaag. Dat vierde deel gaat over de laatste jaren van Hans. Daarin krijgt ook het Nina Hagenconcert van 2001, waarover ik in mijn vorige blog schreef, een plek.

‘Ave Hans’
Hier op deze plek was ik van plan geweest, verslag te doen van de uren na dat Nina Hagenconcert. In een volgende blog zou ik dan een ‘Ave Hans’ willen schrijven, een soort hommage.
Maar voor beide blogs kreeg en krijg ik dus om bovengenoemde redenen geen woord op papier dat ik hier geschikt acht.

Een klein requiem
Een ‘Ave Hans’ had hier op deze plek wel goed gepast. De Ninakwamnie reeks is vrij associatief ontstaan. Naast mijn passie voor een rock diva, werd het als vanzelf een klein requiem voor een paar mensen uit mijn omgeving die niet meer in leven zijn: mijn moeder, Hans en ook een andere vriend: Frans, met wie ik mijn laatste concert van Nina Hagen heb bijgewoond.

Het vijfde Nina Hagenconcert
Tijdstip: 1 oktober 2009. Plaats: Enschede. Locatie: Atak. Over dit concert kan ik kort zijn. Terwijl Nina Hagen zich van te voren verontschuldigde dat ze verkouden was en er waarschijnlijk weinig van zou bakken, bleek zij in topvorm. Ook Frans, die haar slechts van haar eerste twee elpees kende en die van het concert in Atak niet zo veel had verwacht, eigenlijk alleen maar voor de gezelligheid was meegegaan, vond het een goed optreden. ‘Maar,’ voegde hij er aan toe, ‘ze is wel oud geworden.’

Epiloog op de epiloog
En daar gaan we weer. Ik zou zó een blog kunnen schrijven over Nina Hagen en ouder worden. Ik doe het niet. Ik stop met deze Ninakwamnie reeks. Anders blijf ik maar doorgaan met associëren en herinneringen ophalen. Nee: het wordt tijd om weer te schrijven over het schrijven. Wat zeg ik? Ik ben al begonnen.
En misschien? Misschien moet ik in november weer mee gaan doen met de National Novel Writing Month. Het vierde deel van die roman schrijven. Al was het alleen maar om vijfentwintig jaar vriendschap eens goed af te kunnen sluiten. 

dinsdag 2 september 2014

Ninakwamnie – deel XI

Reeks over een Nina Hagen concert dat op 23 mei werd afgelast en dat daardoor bij mij allerlei herinneringen opriep.

Schritt für Schritt ins Paradies

Verjaardagscadeautje
Het vierde concert van Nina Hagen beleefde ik juli 2001 in het Oost-Friese Leer. Het was een verjaardagscadeau van mijn jeugdvriend Hans, waar ik hem nog steeds erg dankbaar voor ben. Hij heeft ook voor vervoer gezorgd. Ferdi.* Die was als enige in Hans’ vriendenkring op dat moment in het bezit van een auto.
Gedrieën vertrokken wij vanuit het dorp waar ik ben opgegroeid en waar ik toen al negentien jaar niet meer woonde, maar waar ik nog regelmatig kwam om Hans en mijn moeder, die sinds ’82 een dorpje verderop in een bejaardentehuis zat, te kunnen bezoeken. Nadat zij was overleden in 1996 kwam ik iets minder vaak in het dorp van mijn jeugd. Waarom? Als ik hierover zou beginnen… Dat is een heel ander verhaal, een roman waard. Misschien komt die er ooit nog eens.

Doodsangst nummer I: De Duitse snelweg op
Het was drukkend warm die dag. Misschien lag het aan de warmte dat ik in paniek raakte toen Ferdi een paar kilometer voorbij de grens van Bourtange de oprit naar de snelweg nam. Ik wist zeker dat hij op de linker weghelft zat.


‘Stop!’ riep ik. ‘Keer om! Je bent een spookrijder, straks zit je onder een vrachtwagen en dan zijn we hartstikke dood!’
Hans, die vaker dan ik bij mensen in de auto over Duitse wegen meegereden was, kalmeerde mij op zijn nuchtere toon. Ik schaamde mij een beetje. Dat ik me zo had laten gaan. Hij draaide zich om naar mij, ik die zoals gewoonlijk altijd op de achterbank zat als we samen reisden omdat hij voluit met de bestuurder wilde spreken. Hij zei: ‘Je bent een beetje zenuwachtig, hè? Dat je haar weer te zien krijgt, je Nina Hagen?’

Ostfriesische Gemütlichkeit
Toen wij in Leer aangekomen waren en uitstapten, was het nog steeds drukkend warm. We liepen van de parkeerplaats af richting Zollhaus, een uit rood baksteen opgetrokken Negentiende Eeuws fabrieksachtig gebouw, waarin het concert van Nina Hagen zou plaatsvinden.
De concertzaal was lang en hoog met veel oud hout. Achteraan had het een bar met krukken die de zaal in stak. Vooraan, nee het was overal al tamelijk vol. Het viel mij op dat wij moeiteloos tussen de mensen naar voren konden lopen voor een geschikte plek. Wat mij ook opviel was de hoeveelheid ruimte die de mensen elkaar lieten. En toen het echt vol was geraakt, kreeg je nog steeds de ruimte om een stap opzij, naar voren of naar achteren te doen.
Links en rechts hingen aan de wanden posters van Nina Hagen. Ik zei tegen Hans en Ferdi: ‘Als het concert afgelopen is, moeten we er voor zorgen dat we op zijn minst er eentje van te pakken krijgen.’

De concertaanvang
De lampen dimden, de muzikanten verschenen op het podium en zetten een nummer in. Een nieuw nummer, maar toch meende ik het te herkennen. Ja, het was een cover van de Duitse groep Ton, Steine, Scherben, ik had het zelf op plaat: Schritt für Schritt ins Paradies. Hans kende het nummer ook. We raakten enthousiast.
Nina Hagen begon te zingen. Zonder dat zij op het podium verscheen. Logisch, want de eerste regels van het nummer luiden: ‘Je hoort mij zingen, maar je ziet mij niet. Je weet niet voor wie ik zing, maar ik zing voor jou.’


Wie zo een concert begint, heeft in de eerste seconde de mensen mee en kan zonder schroom het podium opstappen, een podium huiselijk gemaakt met tapijt, sofa en schemerlamp.

Het concert samengevat
Alleen die verdraaide hitte. De kleren begonnen je aan het lijf te plakken, eerst onder je oksels, daarna aan je rug, je borstkas, buik en ten slotte je benen. Links en rechts werden de nooduitgangen geopend om voor wat verkoeling te zorgen. Ook bier zorgde enigszins voor verkoeling. Arme Ferdi. Die mocht zichzelf koel houden met spa rood.
Van die hitte scheen Nina Hagen geen last te hebben. Zij gaf zich honderd procent. Het was het beste en het mooiste concert dat ik van haar heb gezien. Ze zong goed, ze deed vriendelijk en relaxed, niet meer zo theatraal als tijdens eerdere bijgewoonde concerten. Ze speelde thuis, in eigen land. Lag het daaraan? Of had ook zij iets van die Ostfriesische Gemütlichkeit geproefd?

Het concertverloop
Na Schrit für Schrit ins Paradies volgden er tussen haar eigen nummers door nog meer covers. My Sweet Lord van George Harrison, I’m a Believer van de Monkees, Good Vibrations van de Beach Boys. Uiteraard veel werk van haar in februari 2001 verschenen album ‘Return of the Mother’, waaronder – al weer een cover - Der Wind Hat Mir Ein Lied Erzählt, in de jaren veertig van de vorige eeuw bekend geworden door Zarah Leander.
Ook bracht zij traditionele Hindoemuziek ten gehore. Chanties, zeg maar mantra’s, waarbij ze zichzelf begeleidde op een Indiaas harmonium.
Toen de laatste tonen van de laatste toegift geklonken hadden, was het uitkijken naar de Nina Hagen posters aan de zijwanden. Maar die waren al weg.

Doodsangst nummer II: De grijsblauwe nacht in
Op weg naar huis, voldaan en tevreden, Hans en ik een beetje roezig van het bier en Ferdi als bestuurder van zijn auto zo nuchter als maar kon. Ik vond hem een beetje stil. Opnieuw begon ik doodsangsten uit te staan. Met een behoorlijke snelheid op een kaarsrechte weg naderden wij een scherpe bocht naar links. Even dacht ik dat Ferdi bezig was in te dutten. Naast hem leek Hans ook niets door te hebben. Dat voor ons was geen weg die opging in de grijsblauwe nacht. Wanneer Ferdi niet binnen een minuut zou afremmen om die bocht te kunnen nemen, dan zouden wij regelrecht te pletter slaan tegen twee grijsblauwe sluisdeuren.
Ik had nog geen zin in het paradijs. Kalm en beheerst zei ik: ‘Zeg, Ferdi, zou je niet eens afremmen? Je moet zo meteen nog de bocht om.’
‘O ja,’ zei hij.

* U zult begrijpen dat Ferdi een pseudoniem is om de persoon in kwestie zo veel mogelijk in zijn privacy te beschermen. 

woensdag 20 augustus 2014

Ninakwamnie – deel X

Reeks over een Nina Hagen concert dat op 23 mei werd afgelast en dat daardoor bij mij allerlei herinneringen opriep.

Vele gezichten, viele Geschichten

Foto’s als inspiratiebron
Hierbij een door mij gemaakte fotocollage van Nina Hagen door de jaren heen, vanaf haar tamelijk lieve DDR-periode tot Le Grande Dame van nu. Achter elke foto steckt einer Geschichte, steekt een verhaal. Ik zou zeggen, vooral tegen de schrijvers onder ons: laat uw verbeelding spreken.


Ook op de bühne heeft Nina Hagen verschillende gezichten, qua acteertalent en mimiek, maar vooral natuurlijk op het muzikale en vocabulaire vlak. Kijk en luister maar eens naar de in 1986 door de ARD uitgezonden Nina Hagen’s TV show (met een gastoptreden van Herman Brood). Vergeet daarbij niet haar verhaal. Zij heeft werkelijk iets te vertellen, iets zinnigs en iets onzinnigs, maar altijd vindingrijk.


dinsdag 12 augustus 2014

Ninakwamnie – deel IX

Reeks over een Nina Hagen concert dat op 23 mei werd afgelast en dat daardoor bij mij allerlei herinneringen opriep.

Afgevoerd

Slechte zangprestaties
Teleurgesteld in vooral mijn omstanders die in Popcentrum Hedon Nina Hagen vanwege haar door een verkoudheid veroorzaakte slechte zangprestaties belachelijk hadden staan maken, liep ik onder een donkergrauwe hemel terug naar het station.

Omstanders en omstandigheden
Op het perron op een bank gezeten, de handen in de jaszakken en de benen gestrekt, begon ik een beetje te mokken. Mokken, ja. Op die omstanders. Waarom was ik er niet gebleven, waarom had de ME die zogenaamde fans niet afgevoerd?
Van het een kwam het ander, ik begon te mokken over en op van alles. Vooral op die NS, want door weersomstandigheden elders in het land mocht ik van hen in plaats van tien minuten minstens vijfenzeventig minuten wachten op mijn eerstvolgende trein. Ik had net zo goed op dat concert van Nina Hagen aanwezig kunnen blijven.

Nina Hagens verkoudheid
Intussen was het gaan stortregenen en mijn stemming werd er niet beter op. Waarom eigenlijk blijven mokken? Vijfenzeventig minuten zijn maar vijfenzeventig minuten, ik zat droog onder de booggewelven van het station en Nina Hagens verkoudheid, die ze vast tijdens een plensbui als deze had opgelopen, zou zeker overgaan en dan zou ik tijdens een volgend concert haar weer zien in volle glorie zónder spottende fans.

Ellendige regen
Bleef ik doorgaan met mokken, omdat ik mij was gaan vervelen? Alle winkels en kiosken op het station waren gesloten, achter mij stond een passagierstrein waarover linksboven daarvan een bord meldde: ‘Niet instappen’ en verder was er op mijn perron en op al die andere perrons niemand die of niets dat kon zorgen voor afleiding. Alleen die ellendige regen. Een paar meter van mij af, kletterde een hele stroom via een afvoerbuis zó op de tegels.

Nina Hagen fans?
Twee perrons verderop ontwaarde ik beweging. Een jongen en een meisje van een jaar of twintig, hand in hand en met gezwinde tred. Ook fans van Nina Hagen die net als ik minstens een uur voordat het concert afgelopen zou zijn Hedon hadden verlaten?
Een paar minuten later stonden ze voor mij. Ze waren een beetje doorweekt, keken niet op de borden en vroegen aan mij of de trein richting Nijmegen zo kwam. Nee, zei ik. Er was omgeroepen dat dit nog wel even kon duren. Ik wierp een blik op de klok achter hen. Nog minstens een half uur.
‘Zijn jullie ook naar het concert van Nina Hagen geweest?’ voegde ik er aan toe. Ik zou ze te grazen nemen, ik wist nog niet op welke manier, maar ik zou ze te grazen nemen als ze haar - mijn Nina Hagen! - door het slijk zouden halen.
Het meisje zei: ‘Nina Hagen, wie is dat?’

De zin van vroegtijdig een Nina Hagen concert verlaten
De jongen keek over mij heen en zei: ‘Ik zie een krant liggen.’ Beiden stapten de trein in, waar linksboven daarvan een bord nu juist meldde dat je er buiten moest blijven.
Kranten en tijdschriften bijeen verzamelend liepen ze naar voren. Voorbij de treinflank, helemaal aan het eind van het perron zag ik een sein op groen springen. Ikzelf sprong overeind en begon te zwaaien, naar de machinistencabine, naar de jongen en het meisje die zich omdraaiden toen de deuren dichtklapten. Mijn gebaren waren tevergeefs. De trein zette zich in beweging en reed het station uit.
De verkeerden waren afgevoerd en de Muze had mij er weer een anekdote bij gegeven.