zondag 28 december 2025

Neussnuivers

Ze waren laat. Kort voor hun vertrek had hij een zware buik gekregen en plotseling naar de wc had gemoeten. Er was niks gekomen. Om het weer een beetje goed te maken, snelde hij een eindje voor papa uit. 
In de bocht van de Dorpstraat zag hij hem verschijnen. 
‘Hij komt er al aan!’ Hij stak zijn hand in de hoogte. ‘O, nee. Die moeten we niet hebben, die is Gereformeerd.’
Papa grinnikte om hem en toen zag ook hij zijn vergissing in.
 
Het was een lange rit, met in het begin twee keer overstappen. Daarna gingen ze over een weg langs een kanaal met hier en daar rijtjes arbeiderswoningen die zich een hoogst enkele keer uitbreidden tot een dorp. Behalve als er werd gestopt en weer verder gereden, maakte de bus een en het zelfde kalme ronkgeluid. Verveeld vroeg hij: ‘Waarom zitten er bijna geen bochten in de weg?’
‘Omdat het kanaal recht is,’ zei papa. ‘Lang geleden hebben ze hem aangelegd voor het vervoer van turf. Ze haalden hier massa’s veen uit de grond. Turf, dat is gedroogd veen. Al die dingen hebben ze jou toch wel onderhand op school geleerd?’

Dat de rit zo lang duurde, was aan een kant ook wel fijn. Hij was een beetje bang voor daarna. Om die angst weg te drukken, dacht hij terug aan de vissnoergitaar die papa voor hem had gebouwd. Hijzelf had in klankkast een spijkertje krom getikt en daaraan een koord gehaakt dat oorspronkelijk bedoeld was om er ondergordijnen mee in ramen op te hangen. Het andere uiteinde had hij achter de Erres radio laten verdwijnen. Onder de glazen asbak. Die was zwaar genoeg. De radio bovenop het dressoir, dat was zijn versterker.

Waren er geen arbeiderswoningen, dan had je links en rechts uitgestrekte bietenvelden, velden bedekt met aardappelloof of vol korenstoppels met bij de oprit opeengestapelde stropakken. Ook weilanden met koeien. Soms paarden. Je kon kijken tot aan de wolken die vlak boven de horizon hingen. Het enige echt interessante was eigenlijk die lange rij hoogspanningsmasten waartussen slap gespannen draden hingen.

De vissnoersnaren, die waren strak gespannen. Ze hadden elk een andere toonhoogte. Met een beetje fantasie – en dat had hij – speelde hij zo mee met The Rolling Stones en The Beatles. Die konden een heel bijzonder geluid uit hun gitaren halen. Het snerpende aan het begin van I Can’t Get No Satisfaction dat in elk refrein terugkeerde. En dan die nog nooit eerder gehoorde Nnnnouwahhh! waarmee I feel Fine begon.

Tegenover het treinstation van Assen dronken ze in een café een glaasje ranja. In zijn verbeelding ging hij door met gitaar spelen. Zijn fans gilden al net zo hard om hem als om The Beatles en The Rolling Stones. Voor zijn neus stond de standaard van mama’s stuk geraakte droogkap. Dat was zijn microfoonstandaard, de daaraan met plakband vastgemaakte koplamp van een fiets de microfoon. Welk liedje zou hij gaan zingen? I Can’t Get No, of toch I Feel fine?

Nadat hij een tweede gevulde koek had gekregen en opgegeten, zei papa dat het zo langzamerhand tijd werd.

Ze liepen een eindje over een straat, gingen een spoorwegovergang over, volgden weer een straat die evenwijdig aan het spoor lag. Hij voelde zijn hart kloppen en zijn buik werd weer zwaar.
Links doemde voorbij struiken een rechthoekig gebouw op. Het had een puntdak. In het midden, dwars op die puntdak, was er nog een puntdak, met daarachter een kleine, smalle torenspits. Net een kerk. 

Binnen moesten ze even zitten wachten op een bank en toen werden ze door een aardige mevrouw naar een ruimte gebracht, waar ze aan een tafel plaats namen. Het rook hier vreemd. Naar een scherp schoonmaakmiddel. Alles was hier vreemd. Er zaten mensen bijeen, maar er werd bijna niets gezegd. Het gerinkel van de lepeltjes in koffie- en theekopjes klonk daardoor extra hard. 

Vlak achter hem zat iemand heel diep adem te halen. Dat ging vast door een neus vol haartjes of snot. Het ging maar door. Echt een neussnuiver. Of snuifster. Sliep die persoon?
Hij wilde zich omdraaien, maar liet zijn aandacht al weer gaan naar iemand anders. Een man die wiegende bewegingen maakte en afwisselend zijn linkeroor aanraakte en een haarlok voor zijn ogen wegschoof. Ook die snoof diep. Als je goed luisterde, bleken er nog heel wat meer mensen die dat deden. De ruimte zat vol neussnuivers.

Een mevrouw een eindje links van hem begon te lachen. De mensen aan haar tafel bleven ernstig. Ze had vast een mop voor zichzelf bedacht.
Hij keek weer naar de wiegende man.
Let maar niet op hem, die is toch gek.’
Het was de neussnuiver achter hem die dat had gezegd. Hij droeg een wilde baard en hij knikte vriendelijk. Nadat de vrouw aan zijn tafel hem had gevraagd ‘En hoe is het nu met je?’ begon hij weer te neussnuiven.

‘Daar is mama!’
Een zuster bracht haar naar binnen. Hij wilde naar haar toe rennen, maar papa greep hem bij de arm. ‘Eerst zien hoe het met haar is.’ 
 Mama glimlachte. Toen ze was gaan zitten en de zuster was verdwenen, legde hij even zijn hoofd in haar schoot.

Mama bleef maar naar hem glimlachen. ‘Hoe gaat het op school?’
Dat vond hij een vreemde vraag. Was ze dan vergeten dat hij over mocht en dat zijn vakantie pas volgende week voorbij zou zijn?
Hij keek papa aan. Papa had hem verteld dat hij niets moest zeggen wat haar verdrietig kon maken. Mama wist niet meer waar ze mee moest beginnen, eerst de afwas, of toch maar stofzuigen. Daarom was ze hier.
Hij dacht aan de here God die alles zag en hoorde. Ook dat je loog.
Een klein leugentje, dat zou de here God hem toch wel willen vergeven? Vooral als het was om je mama niet verdrietig te maken?

‘Gaat wel,’ zei hij.
Hij wist meteen dat ze zijn leugentje doorzag. Omdat hij over zijn antwoord zo lang gedaan had. Dacht ze nu dat het met hem niet goed ging op school? Gelukkig maar dat hij haar niet had verteld dat Fred weer bij hem in de klas kwam, want dan had hij haar moeten uitleggen dat die op zijn beurt wel was blijven zitten en dat zou haar ook verdrietig kunnen maken. Maar dat hij in de klas weer een vriendje kreeg, dat zou ze fijn vinden, daar werd ze toch weer blij van?

Je ziet er goed uit,’ zei papa. 
Ja’, zei ze. ‘Wanneer mag ik weer naar huis.’
‘Dat kunnen we beter aan de artsen overlaten.’ 
‘Maar het huishouden.’ 
‘Maak je daar nou maar geen zorgen over, we krijgen binnenkort gezinshulp. Het belangrijkste is dat je weer beter wordt.’
De mevrouw een eindje links van hem begon weer te lachen.

Papa en mama hadden het nog over andere dingen. Ze zag er misschien wel goed uit, ze praatte toch anders. Langzamer en ook een beetje op dezelfde toon. De meeste tijd zeiden papa en mama niks.

Opeens stond de zuster achter haar. ‘Zo, mevrouw Buck, ik kom u weer ophalen.’ Tegen papa zei ze: ‘Neem rustig afscheid, ik wacht wel bij de bar.’ 
Toen ze weg was, vroeg papa of hij de volgende keer iets voor haar moest meenemen. ‘Kleren? Pyjama’s, kousen, ondergoed? Een geurtje, iets lekkers?’ 
Mama snifte. Ging ze nou ook neussnuiven? Er gleed een traan over haar wang. Papa was al opgestaan en zij bleef zitten. Ze keek om zich heen en zei: ‘Ik wil hier weg. Ik wil hier weg.’
Hij legde zijn hoofd terug in haar schoot.


(Hoofdstuk 14 van ‘Gestolde Passie’ – roman in uitvoering)



woensdag 8 oktober 2025

Op de Longlist van de Elders literair reisverhalenwedstrijd

 


Al dat schrijven, herschrijven, schiften en herordenen aan de verschillende versies van mijn verhaal ‘De rollen van Despoblado’ heeft uiteindelijk zijn vruchten afgeworpen!

‘De jury van Eldersliterair, bestaande uit de schrijvers Kristien De Wolf, Arjen van Meijgaard en Kees Ruys, las en besprak de 115 inzendingen voor de reisverhalenwedstrijd ‘Elders’ (zonder de namen van de auteurs te kennen) en kwam tot de volgende longlist van 15. Op alfabetische volgorde:


Heeji Jacobs – Moederland
Hanneke Koppers – Knuffel uit Bilbao
Cristy Leonard – De koffer
Matilde Meertens – Tot hier
Mariano Perez van Poecke – Zomers die blijven
Gidi Pols – Barış, na de wind
Brenda Poppenk – Ruimtereis Manifestation 11
Henk Rouw – De rollen van Despoblado
Marjanne Sevenant – Lieve Dana
Dirk Straaijer – Benidorm
Lily Talapessy – Voor Michael
Pieter Van de Walle – De man uit Abu Dhabi
Joke Vander Laenen – Rome zien en sterven
Michael Vonk – De ezelsoren der Zijderoute
Indra Versmesse – Stay Hotel Porto Aeroporto. Kamer 412

Eind oktober maakt de jury de namen bekend van de drie kandidaten die tot de shortlist behoren. De uiteindelijke winnaar wordt bekendgemaakt tijdens de presentatie van Elders literair 6 – een reisnummer – op zaterdagavond 22 november in Theater in de Steeg in Den Haag (aanvang 20.15 uur).
Houd onze website in de gaten voor meer informatie en het bestellen van tickets voor deze avond!’



vrijdag 25 april 2025

Een teken van leven

 

door Sophia Désedan

 

 

Hoe ik ‘m in z’n ivoren schrijverstorentje aantrof

Tussen de rommel. Ik ging me zowaar nog schuldig voelen ook en begon meteen de handen uit de mouwen te steken. Maar toen wilde ie ‘t zelf doen.
‘Laat nou maar,’ zei ik. ‘Als ik ’t doe, is ’t zo gebeurd.’


 Waar heb je toch al die tijd uitgehangen!
‘Zo, meneer Steiner. Je bent een meester in afwezigheid. Waar heb je toch al die tijd uitgehangen! Niet alleen maar achter je schrijfbureau, mag ik hopen?’
‘En waar ben jij geweest. Jij hebt al vanaf 2018 geen teken van leven meer gegeven op deze website.’
‘Da’s niet waar. In 2023 heb ik nog “Het Grote Eric Steiner Interview” voor je geactualiseerd. Kort daarop plaatste jij je laatste stukkie.’
‘De pot verwijt dus de ketel. Sophia, je bent mijn compagnon. Helemaal aan het begin beloofde je mij, ook eens af en toe op deze site een artikel te plaatsen, in het bijzonder wanneer ik het te druk heb.’


Noem me geen ‘Soof’ 
‘Te druk? Te druk?! Noem jij dat te druk? Wat zitten schrijven aan verhalen en romans? Je bent zeker vergeten dat ik ‘n zoon heb, hè? Daar heb ik m’n handen vol aan. Ja, nog steeds. Vertel mij wat over het te druk hebben, Eric! Jij gaat nog wel anders praten als je zelf kinderen hebt!’
‘Mijn verhalen en romans, dat zijn mijn kinderen, Soof.’ 
‘Noem me geen “Soof”. Mooi gezegd: je verhalen en romans je kinderen noemen! Ze verplichten je tot niks, mijn Johan wel. Nou, kom op! Vertel me waar jij de laatste tijd zo druk mee bent geweest.’
‘O, zo veel.’

Verplichtingen

O, zo veel? Dan kan ’t ook niks zijn geweest, Eric. Je hebt vast weer zitten schiften op komma’s en punten. Da’s heel wat anders dan een zoon van negentien weer in huis nemen, zorgen dat ie goed te eten krijgt, z’n studie blijft volgen, niet te veel op social media rondhangt en op tijd naar bed gaat. Een moeder alleen, da’s heel wat anders dan een schrijver alleen, Eric! Wat voor verplichtingen heb jij nou naar je verhalen en romans toe.’
‘Ze willen uitgegeven worden.’


Die hang naar perfectie van hem!
‘En daarom moet je ze keer op keer nog ‘n stukkie perfecter maken, hè? Ik ken je. Je blijft er net zo lang mee bezig, met dat zogenaamde verbeteren, tot je er dood bij neer zult vallen.’
‘Je hebt wel een beetje gelijk, Sophia. Maar daarnaast ben ik met een heel groot project bezig.’
‘Vertel.’


Een ‘nieuw’ project 
‘Ik heb "Gestolde Liefde" weer ter hand genomen. Je weet wel, die roman die ik in eerste versie tijdens National Novel Writing Month heb geschreven in 2009, 2010, 2011, 2015 en 2021. 
Het heet nu "Gestolde Passie." Die titel dekt beter de lading. Van die NaNoWriMo-manuscripten is nu een tweede versie af. Ik heb ook een heel nieuw deel geschreven. Dat behandelt de eerste veertien jaar van mijn hoofdpersonage: ‘Batmans cape.’ Dat is nu ook in tweede versie.
"Gestolde Passie" beslaat nu zo’n 1000 bladzijden. Maar dat zegt niets. Alleen de scenes die met elkaar te maken hebben mogen bewaard blijven. Nog veel te de doen dus.
Vandaar mijn afwezigheid hier op deze plek.’


Was ’t nou zo moeilijk?
‘Goed zo, Eric. Was dat nou zo moeilijk, om mij en je lezerspubliek weer een beetje op de hoogte te brengen van je literaire activiteiten?’
‘Het valt me een stuk gemakkelijker als ik het jou vertel. Als jij er nou eens een leeswaardig artikel van maakte’
‘Ammehoela! …Oké, alleen deze keer dan. Daarna mag je zelf hier weer aan de slag, schrijvertje! Probeer het maar eens, tijdens vorige projecten is het je ook gelukt.’
Ik kwam overeind en pakte m’n spullen bijeen. ‘Als je je best doet, misschien doe ik dan ook weer mee.’
‘Ja, mama.’
‘Noem me geen mama. Grrr, mannen! Vooral schrijvers! Ik krijg er ’n punthoofd van.’


Groetjes,
Sophia Désedan.