donderdag 20 oktober 2016

‘De IJskoning’: klaar voor de uitgever? - deel VIII

Is geschiedenis in een roman eigenlijk wel toegestaan? – nogmaals Sarajevo 1992

Theorie:

Geen geschiedenis in een roman, tenzij…
Historische feiten horen thuis in geschiedenisboeken. Over het algemeen dient in een roman geen geschiedenis te worden opgenomen, zelfs als een van je personages geïnteresseerd is in geschiedenis. Geschiedkundige feiten mogen alleen worden opgenomen, wanneer zij iets te maken hebben met de roman zelf. Een liefdesverhaal dat zich in het Nederland van mei 1940 afspeelt, daarin kunnen bijvoorbeeld moeilijk Duitse uniformen en bommenwerpers ontbreken.

Indien geschiedenis in een roman, dan zo weinig mogelijk
Wanneer je geschiedkundige feiten in je roman opneemt, pas dan op dat het geen geschiedenisboek wordt en jij daarmee automatisch verandert van een fictieschrijver in een historicus, of in het ergste geval een leraar die de indruk wekt de lezer de les te willen lezen.

Research is onontbeerlijk
Als fictieschrijver dien je veel van de in je roman op te nemen geschiedenis af te weten. Je personages dienen meer te weten dan er in de roman komt te staan. Zij dienen over geschiedkundige feiten met elkaar van gedachten te kunnen wisselen. Zij zitten immers in de tijd?
Kortom: een schrijver weet meer van geschiedenis af dan wat er aan geschiedenis in de roman komt te staan, en het personage weet uiteindelijk weer meer dan de schrijver.

Praktijk:

Wat heeft mijn roman ‘De IJskoning’ te maken met de beschieting van Sarajevo?
Patrick is geïnteresseerd in het wereldgebeuren, in de tweede helft van de roman gaat hij Geschiedenis studeren. Maar dat is dus geen reden om de beschieting van Sarajevo in de roman op te nemen.
Al speelt de roman zich voor een deel in 1990 af, er wordt ook geen woord gerept over de Irak crisis. Omdat deze geen verbinding heeft met de personages.

De beschieting van Sarajevo in 1992 heeft dat wel. Waarom? Niet omdat het gezin jarenlang op vakantie is geweest in Joegoslavië. Dat is een te magere reden om aandacht te besteden aan de beschieting. Voldoende reden om er wel aandacht te besteden, ligt hoofdzakelijk bij Patricks ouders.

Patricks ouders waren in hun studentenjaren (eind jaren zestig) politiek geëngageerd. Maar nu zullen ze tegenover elkaar komen staan in hun mening over de uitgebroken oorlog in Joegoslavië.
De eerste keer dat ze het er over zullen hebben, is naar aanleiding van de bovengenoemde beschieting. Hun regelmatig terugkerende woordenwisselingen in de maanden daarna monden uiteindelijk uit in een flinke ruzie, wanneer de moeder besluit Joegoslavische vluchtelingen in huis op te nemen.
Het moge duidelijk zijn dat Joegoslavië slechts een zoveelste verontschuldiging is om elkaar in de haren te kunnen vliegen, want het botert al jaren niet meer tussen die twee.

Ik had de beschieting van Sarajevo ook nodig om mijn hoofdpersonage Patrick Vernooi zijn vertroebelde vriendschap met Caspar van Blokland te kunnen laten herstellen: 



woensdag 12 oktober 2016

‘De IJskoning’: klaar voor de uitgever? - deel VII

Wrijving tussen romantijd en historische feit: Sarajevo 1992


Nu ik de datum van de beschieting van vredesdemonstranten in Sarajevo ongeveer te pakken had (zondag 5 of maandag 6 april 1992), kon ik dit incident in ‘De IJskoning’ een concretere plek geven.
Heel wat manuscriptversies achtereen stond het incident geplaatst op maart 1992. Nu schoof hij dus een maand op, vlak voor Patricks verjaardag (zondag 12 april). Een mooie toevallige bijkomstigheid. Zijn verjaardag kon ik nu uiteraard moeilijk nog overslaan. En tekst had ik er ook voor. Ik gebruikte die van Pasen (19 en 20 april). Pasen hoefde slechts even genoemd te worden, om daarna meteen door te kunnen stomen naar de twee volgende hoofdstukken, en een van de grote wendingen in de roman: de viering van het vijfenzeventig jarig bestaan van het bedrijf waarvan Patricks vader mededirecteur is.
Maar laat ik niet op de feiten vooruitlopen, en vooral niet te veel van het verhaal verklappen.
Ik beperk mij tot het Sarajevo-incident.

(wordt vervolgd)

vrijdag 26 augustus 2016

‘De IJskoning’: klaar voor de uitgever? - deel VI


Wrijving met één specifiek historisch feit: Sarajevo 1992

In mijn vorige blog had ik beloofd, terug te zullen komen op één specifiek historisch feit dat ik in mijn roman ‘De IJskoning’ opgenomen had: de beschieting van Sarajevo in het voorjaar van 1992.
In mijn schrijverslogboek schrijf ik daarover:

‘Maandag, 9 mei 2016
Betreft beschieting vredesdemonstranten in Sarajevo, gedaan door sluipschutters vanuit de bergen. Die had ik jaren geleden in mijn roman laten plaatsvinden in maart 1992. Daar had ik op papier nog aantekeningen van. Maar dit jaar kon ik deze beschieting nergens terugvinden op het internet. Verificatie en nadere uitwerking in de roman leek onmogelijk.
Tot vannacht. Toen ik met Engelse woorden ging zoeken.
Wat ik in ‘De IJskoning’ beschrijf, blijkt zich niet begin maart, maar begin april 1992 te hebben afgespeeld. Dat van begin maart was – zwart-wit gezegd – een beschieting van bruiloft-vierende moslims die met een vlag stonden te zwaaien.
Toen ik de juiste datum eenmaal te pakken had, was het een klein kunstje om via Delpher er de krantenartikelen bij te halen.’


(wordt vervolgd)

vrijdag 12 augustus 2016

‘De IJskoning’: klaar voor de uitgever? - deel V

Wrijving met de feiten

Wat vooraf ging
Nu ik aan de hand van een uitgebreide synopsis alle gebeurtenissen een voorlopig definitieve plek binnen de roman had gegeven en in die synopsis deze gebeurtenissen van een datum had voorzien, kon ik vervolgens nagaan of de feiten nog wel klopten.
Dit was echt wel nodig voor roman als ‘De IJskoning’, die zo duidelijk in een historische tijd (1989-1993) is geplaatst.

Historische feiten
In deze blogserie over de vraag of ‘De IJskoning’ klaar is voor de uitgever’, heb ik al eens aangegeven dat het noemen van Goede Tijden, Slechte Tijden in het voorjaar van 1990 echt fout was, omdat deze soap pas in het najaar van 1990 zijn eerste aflevering had.
Uren heb ik op Delpher in gedigitaliseerde kranten gezocht naar alternatieven. De meeste toen spelende soaps bleken in de middag te zijn uitgezonden. Dus kan Zita na het avondeten onmogelijk aan haar vader vragen, of die en die soap al begonnen is. Maar ze kan hem wel vragen een andere video te gebruiken, omdat zij met de video die in de videorecorder zit haar soaps opneemt.

Zo controleerde ik nog meer gebeurtenissen op hun historische juistheid:
Werd in de jaren 1989-1993 Telebingo nog uitgezonden? (Nee, was al jaren van het scherm);
Liep in de film Siegfried van Fritz Lang Brünnhilde wel zo onrustig heen en weer zoals ik het in mijn roman beschreven heb? (Jawel);
Kijkt Brünnhilde echt wel zo naar Siegfried omhoog zoals ik het in mijn roman beschreven heb? (Jawel).
Kloppen datum en omstandigheden rond de in mijn roman kort aangehaalde beschieting van Sarajevo (1992) nog wel? (Nee. Ik kom hier in een volgende aflevering op terug).

Ook belangrijk was, na te gaan wanneer de vakanties vielen, wanneer een bepaald schooljaar in een bepaald regio begon, wanneer in 1990 de voorjaarskermis in het centrum van Arnhem gehouden werd (mijn roman speelt zich voor groot deel af in Arnhem).

Technische feiten
In ‘De IJskoning’ wordt getennist. In één scène wordt een tennismatch expliciet beschreven. Ik tennis niet. Mijn meelezer wel. Met aanwijzingen van mijn meelezer heb ik de tennisscene aangepast. Nu bleek het technisch allemaal wel te kloppen, maar het was te lang om het verhaal spannend te houden. Dus de technische beschrijving flink ingekort.

Weerkundige feiten
De vader van mijn hoofdpersonage doet elk jaar mee aan carnaval. Voor de romanscènes waarin carnaval ter sprake komt, was het noodzakelijk om na te gaan op welke data carnaval precies viel. Ook belangrijk was het om via Delpher te achterhalen hoe de weersomstandigheden waren.
Tijdens het carnaval van 1991 was het extreem koud, met wind en gladheid. Door dit te benoemen, wordt het opeens veel verklaarbaarder waarom er uitgerekend tijdens deze extreem koude dagen in ‘De IJskoning’ vreemdgegaan wordt. Het geeft ook een extra lading aan de naam van de roman.

Ten slotte
Ook tijdens de controle op de feiten was ik genoodzaakt, regelmatig de data nog iets bij te stellen. Soms ook niet. Dan bleken verhaal, datum en feit een prachtige drie-eenheid te vormen. Een geschenk van de Muze.

(wordt vervolgd)

donderdag 21 juli 2016

‘De IJskoning’: klaar voor de uitgever? - deel IV


Het nut van een uitgebreide synopsis

(Fragment uit ‘De IJskoning’, versie oktober 2013)

Wat is de snelste weg om er achter te komen of je niet geheel chronologisch geschreven roman klopt qua hoeveelheid gebeurtenissen geplaatst tussen tijdstip A en tijdstip B? Dat is het maken van een uitgebreide synopsis, waarin per hoofdstuk alle gebeurtenissen kort worden benoemd.

Elke gebeurtenis dient daarbij van een datum/tijdstip te worden voorzien. Daarna maak je een kopie van deze uitgebreide synopsis. Die zet je dan in chronologische volgorde. En voilà: in een paar oogopslagen zie je waar de hoeveelheid gebeurtenissen binnen tijdstip A en B  wringt. En dan is het enkel nog zaak van data verschuiven.

Voor hoofdstuk 24 van ‘De IJskoning’ komt de synopsis er dan ongeveer zo uit te zien (Uiteraard heb ik later vanwege het van november naar juli, dus meer naar voren plaatsen van de gebeurtenissen, alle verwijzingen naar Goede Tijden Slechte Tijden geschrapt, omdat deze soap in juli 1990 nog niet op tv verschenen was):



(wordt vervolgd)

zaterdag 9 juli 2016

‘De IJskoning’: klaar voor de uitgever? - deel III

Wrijving met de tijd


Controle op feit en tijd
In mijn vorige blog berichtte ik van twee onvergeeflijke fouten die er in mijn roman ‘De IJskoning’ waren geslopen: beukennootjes rapen in het voorjaar en Goede Tijden Slechte Tijden kijken in juni 1990. Ik vreesde dat ik nog meer van dit soort fouten in mijn roman zou aantreffen.
Ik berichtte ook over mijn gevoel dat er hier en daar in mijn roman te veel gebeurde tussen de in de roman aangegeven tijdstippen.
Een grondige controle van de hele tekst op feit en tijd achtte ik noodzakelijk.

Allereerst: de tijd
Het allereerst zou ik de tijd ter hand moeten nemen. Want pas wanneer je een scene hebt verplaatst van de november naar juni, kun je controleren of het voor je personages dan nog wel mogelijk is om te kijken naar Goede Tijden, Slechte Tijden.

Wrijving met de tijd door vooruitspringen en samenvatten
In ‘De IJskoning’ maak ik af en toe sprongen in de tijd vooruit (‘twee weken later’), vat ik hier en daar samen (‘vijf dagen achtereen’). Juist door dit soort opmerkingen kreeg ik twijfels of het wel klopte met de hoeveelheid gebeurtenissen tussen de in de roman aangegeven tijdstippen A en B.
Ik had ook wel zo’n beetje het idee, op welke twee plekken in mijn roman de tijd in ieder geval wreef.
Mijn twijfels bleken terecht te zijn. Conclusie: ik zou de hele roman moeten controleren op nog meer aanwezige wrijvingen met de tijd. Waar ik ze aantrof, zou ik tijdstip A en B verder van elkaar af moeten plaatsen, (met alle gevolgen van dien voor de rest van de roman), dan wel een of meerdere gebeurtenissen moeten schrappen.

Wrijving met de tijd door complexe romanstructuur
Mijn roman speelt zich grotendeels af tussen oktober 1989 en maart 1993. Zoals ik in mijn vorige blog aangegeven heb, gaan de eerste honderdzestig bladzijden over de relatie tussen Patrick Vernooi en Zita Rozenmond. Daarnaast is Patrick bevriend met de cynicus Caspar van Blokland.
Onder ander vanwege de spanningsopbouw heb ik de ontwikkeling van deze twee vriendschappen niet altijd chronologisch weergegeven. Een paar hoofdstukken achtereen behandel ik Patricks relatie met Zita, om daarna – soms terugspringend in de tijd – een paar hoofdstukken te wijden aan zijn vriendschap met Caspar. Een enkel hoofdstuk behandelt zowel de vriendschap met Zita als met Caspar.
Zo is ongeveer de hele roman opgebouwd.
Door deze niet geheel chronologische opbouw wordt het dus moeilijk om na te gaan of er tussen de in de roman aangegeven tijdstippen A en B wel of niet te veel gebeurt. Eigenlijk zou ik de hele roman in chronologische volgorde moeten zetten. Dit is natuurlijk onbegonnen werk. Maar wat is het alternatief?
(wordt vervolgd)

vrijdag 1 juli 2016

‘De IJskoning’: klaar voor de uitgever? - deel II


Twee onvergeeflijke fouten


Voor het goede begrip
De gebeurtenissen in mijn roman ‘De IJskoning’ vinden grotendeels plaats tussen november 1989 en maart 1993. Het perspectief is vanuit het hoofdpersonage, de scholier en student Patrick Vernooi. De eerste honderdzestig bladzijden gaan o.a. over Patricks relatie met Zita Rozenmond.

Op de valreep dingen veranderen
Een paar weken voor de voltooiing van ‘De IJskoning’ vond ik dat er tussen Patricks kennismaking en de breuk met Zita Rozenmond te veel gebeurde in een te kort tijdsbestek. De kennismaking had ik in de eerste week van het zesde schooljaar (1990) van het Gymnasium geplaatst, de definitieve breuk op 1 december.
Op de valreep verschoof ik de kennismaking naar maart van het vijfde schooljaar. Daar paste ik de hele tekst rond de relatie tussen Zita en Patrick op aan. Dat dacht ik tenminste. Want toen ik dit jaar de opmerkingen van mijn meelezer in de roman aan het verwerken was, ontdekte ik dat ik op zijn minst twee dingen over het hoofd had gezien.

1 Beukennootjes rapen
In de versie vóór de dataverschuiving rapen Patrick en Zita in de herfst beukennootjes. Na de dataverschuiving doen ze dit in april. Maar dan liggen er dus nog helemaal geen beukennootjes op de grond.

2 ‘Goede tijden, Slechte Tijden’ kijken
In juni vraagt Zita aan haar ouders of op tv Goede Tijden, Slechte Tijden al begonnen is. Vóór de dataverschuiving vraagt ze dit in november. Dat kan. Maar in juni? De eerste aflevering van Goede Tijden, Slechte tijden werd pas 1 oktober 1990 uitgezonden.

Twijfel gerezen
Twee onvergeeflijke fouten, die ik pas twee jaar na voltooiing van de roman ontdekte. Dat gaf te denken. Hoe zat het met de rest van de feiten die ik in de loop der jaren in ‘De IJskoning’ had opgenomen? Die toevoegingen had ik destijds weliswaar op hun juistheid gecontroleerd, maar het leek mij verstandig dit nog eens te doen.
Sowieso had ik tijdens het in de roman verwerken van de opmerkingen van mijn meelezer de indruk gekregen dat er ook na de breuk met Zita Rozenmond te veel gebeurde in een veel te korte tijd.
Een grondige controle van de hele tekst achtte ik noodzakelijk.


(Wordt vervolgd)