vrijdag 26 augustus 2016

‘De IJskoning’: klaar voor de uitgever? - deel VI


Wrijving met één specifiek historisch feit: Sarajevo 1992

In mijn vorige blog had ik beloofd, terug te zullen komen op één specifiek historisch feit dat ik in mijn roman ‘De IJskoning’ opgenomen had: de beschieting van Sarajevo in het voorjaar van 1992.
In mijn schrijverslogboek schrijf ik daarover:

‘Maandag, 9 mei 2016
Betreft beschieting vredesdemonstranten in Sarajevo, gedaan door sluipschutters vanuit de bergen. Die had ik jaren geleden in mijn roman laten plaatsvinden in maart 1992. Daar had ik op papier nog aantekeningen van. Maar dit jaar kon ik deze beschieting nergens terugvinden op het internet. Verificatie en nadere uitwerking in de roman leek onmogelijk.
Tot vannacht. Toen ik met Engelse woorden ging zoeken.
Wat ik in ‘De IJskoning’ beschrijf, blijkt zich niet begin maart, maar begin april 1992 te hebben afgespeeld. Dat van begin maart was – zwart-wit gezegd – een beschieting van bruiloft-vierende moslims die met een vlag stonden te zwaaien.
Toen ik de juiste datum eenmaal te pakken had, was het een klein kunstje om via Delpher er de krantenartikelen bij te halen.’


(wordt vervolgd)

vrijdag 12 augustus 2016

‘De IJskoning’: klaar voor de uitgever? - deel V

Wrijving met de feiten

Wat vooraf ging
Nu ik aan de hand van een uitgebreide synopsis alle gebeurtenissen een voorlopig definitieve plek binnen de roman had gegeven en in die synopsis deze gebeurtenissen van een datum had voorzien, kon ik vervolgens nagaan of de feiten nog wel klopten.
Dit was echt wel nodig voor roman als ‘De IJskoning’, die zo duidelijk in een historische tijd (1989-1993) is geplaatst.

Historische feiten
In deze blogserie over de vraag of ‘De IJskoning’ klaar is voor de uitgever’, heb ik al eens aangegeven dat het noemen van Goede Tijden, Slechte Tijden in het voorjaar van 1990 echt fout was, omdat deze soap pas in het najaar van 1990 zijn eerste aflevering had.
Uren heb ik op Delpher in gedigitaliseerde kranten gezocht naar alternatieven. De meeste toen spelende soaps bleken in de middag te zijn uitgezonden. Dus kan Zita na het avondeten onmogelijk aan haar vader vragen, of die en die soap al begonnen is. Maar ze kan hem wel vragen een andere video te gebruiken, omdat zij met de video die in de videorecorder zit haar soaps opneemt.

Zo controleerde ik nog meer gebeurtenissen op hun historische juistheid:
Werd in de jaren 1989-1993 Telebingo nog uitgezonden? (Nee, was al jaren van het scherm);
Liep in de film Siegfried van Fritz Lang Brünnhilde wel zo onrustig heen en weer zoals ik het in mijn roman beschreven heb? (Jawel);
Kijkt Brünnhilde echt wel zo naar Siegfried omhoog zoals ik het in mijn roman beschreven heb? (Jawel).
Kloppen datum en omstandigheden rond de in mijn roman kort aangehaalde beschieting van Sarajevo (1992) nog wel? (Nee. Ik kom hier in een volgende aflevering op terug).

Ook belangrijk was, na te gaan wanneer de vakanties vielen, wanneer een bepaald schooljaar in een bepaald regio begon, wanneer in 1990 de voorjaarskermis in het centrum van Arnhem gehouden werd (mijn roman speelt zich voor groot deel af in Arnhem).

Technische feiten
In ‘De IJskoning’ wordt getennist. In één scène wordt een tennismatch expliciet beschreven. Ik tennis niet. Mijn meelezer wel. Met aanwijzingen van mijn meelezer heb ik de tennisscene aangepast. Nu bleek het technisch allemaal wel te kloppen, maar het was te lang om het verhaal spannend te houden. Dus de technische beschrijving flink ingekort.

Weerkundige feiten
De vader van mijn hoofdpersonage doet elk jaar mee aan carnaval. Voor de romanscènes waarin carnaval ter sprake komt, was het noodzakelijk om na te gaan op welke data carnaval precies viel. Ook belangrijk was het om via Delpher te achterhalen hoe de weersomstandigheden waren.
Tijdens het carnaval van 1991 was het extreem koud, met wind en gladheid. Door dit te benoemen, wordt het opeens veel verklaarbaarder waarom er uitgerekend tijdens deze extreem koude dagen in ‘De IJskoning’ vreemdgegaan wordt. Het geeft ook een extra lading aan de naam van de roman.

Ten slotte
Ook tijdens de controle op de feiten was ik genoodzaakt, regelmatig de data nog iets bij te stellen. Soms ook niet. Dan bleken verhaal, datum en feit een prachtige drie-eenheid te vormen. Een geschenk van de Muze.

(wordt vervolgd)

donderdag 21 juli 2016

‘De IJskoning’: klaar voor de uitgever? - deel IV


Het nut van een uitgebreide synopsis

(Fragment uit ‘De IJskoning’, versie oktober 2013)

Wat is de snelste weg om er achter te komen of je niet geheel chronologisch geschreven roman klopt qua hoeveelheid gebeurtenissen geplaatst tussen tijdstip A en tijdstip B? Dat is het maken van een uitgebreide synopsis, waarin per hoofdstuk alle gebeurtenissen kort worden benoemd.

Elke gebeurtenis dient daarbij van een datum/tijdstip te worden voorzien. Daarna maak je een kopie van deze uitgebreide synopsis. Die zet je dan in chronologische volgorde. En voilà: in een paar oogopslagen zie je waar de hoeveelheid gebeurtenissen binnen tijdstip A en B  wringt. En dan is het enkel nog zaak van data verschuiven.

Voor hoofdstuk 24 van ‘De IJskoning’ komt de synopsis er dan ongeveer zo uit te zien (Uiteraard heb ik later vanwege het van november naar juli, dus meer naar voren plaatsen van de gebeurtenissen, alle verwijzingen naar Goede Tijden Slechte Tijden geschrapt, omdat deze soap in juli 1990 nog niet op tv verschenen was):



(wordt vervolgd)

zaterdag 9 juli 2016

‘De IJskoning’: klaar voor de uitgever? - deel III

Wrijving met de tijd


Controle op feit en tijd
In mijn vorige blog berichtte ik van twee onvergeeflijke fouten die er in mijn roman ‘De IJskoning’ waren geslopen: beukennootjes rapen in het voorjaar en Goede Tijden Slechte Tijden kijken in juni 1990. Ik vreesde dat ik nog meer van dit soort fouten in mijn roman zou aantreffen.
Ik berichtte ook over mijn gevoel dat er hier en daar in mijn roman te veel gebeurde tussen de in de roman aangegeven tijdstippen.
Een grondige controle van de hele tekst op feit en tijd achtte ik noodzakelijk.

Allereerst: de tijd
Het allereerst zou ik de tijd ter hand moeten nemen. Want pas wanneer je een scene hebt verplaatst van de november naar juni, kun je controleren of het voor je personages dan nog wel mogelijk is om te kijken naar Goede Tijden, Slechte Tijden.

Wrijving met de tijd door vooruitspringen en samenvatten
In ‘De IJskoning’ maak ik af en toe sprongen in de tijd vooruit (‘twee weken later’), vat ik hier en daar samen (‘vijf dagen achtereen’). Juist door dit soort opmerkingen kreeg ik twijfels of het wel klopte met de hoeveelheid gebeurtenissen tussen de in de roman aangegeven tijdstippen A en B.
Ik had ook wel zo’n beetje het idee, op welke twee plekken in mijn roman de tijd in ieder geval wreef.
Mijn twijfels bleken terecht te zijn. Conclusie: ik zou de hele roman moeten controleren op nog meer aanwezige wrijvingen met de tijd. Waar ik ze aantrof, zou ik tijdstip A en B verder van elkaar af moeten plaatsen, (met alle gevolgen van dien voor de rest van de roman), dan wel een of meerdere gebeurtenissen moeten schrappen.

Wrijving met de tijd door complexe romanstructuur
Mijn roman speelt zich grotendeels af tussen oktober 1989 en maart 1993. Zoals ik in mijn vorige blog aangegeven heb, gaan de eerste honderdzestig bladzijden over de relatie tussen Patrick Vernooi en Zita Rozenmond. Daarnaast is Patrick bevriend met de cynicus Caspar van Blokland.
Onder ander vanwege de spanningsopbouw heb ik de ontwikkeling van deze twee vriendschappen niet altijd chronologisch weergegeven. Een paar hoofdstukken achtereen behandel ik Patricks relatie met Zita, om daarna – soms terugspringend in de tijd – een paar hoofdstukken te wijden aan zijn vriendschap met Caspar. Een enkel hoofdstuk behandelt zowel de vriendschap met Zita als met Caspar.
Zo is ongeveer de hele roman opgebouwd.
Door deze niet geheel chronologische opbouw wordt het dus moeilijk om na te gaan of er tussen de in de roman aangegeven tijdstippen A en B wel of niet te veel gebeurt. Eigenlijk zou ik de hele roman in chronologische volgorde moeten zetten. Dit is natuurlijk onbegonnen werk. Maar wat is het alternatief?
(wordt vervolgd)

vrijdag 1 juli 2016

‘De IJskoning’: klaar voor de uitgever? - deel II


Twee onvergeeflijke fouten


Voor het goede begrip
De gebeurtenissen in mijn roman ‘De IJskoning’ vinden grotendeels plaats tussen november 1989 en maart 1993. Het perspectief is vanuit het hoofdpersonage, de scholier en student Patrick Vernooi. De eerste honderdzestig bladzijden gaan o.a. over Patricks relatie met Zita Rozenmond.

Op de valreep dingen veranderen
Een paar weken voor de voltooiing van ‘De IJskoning’ vond ik dat er tussen Patricks kennismaking en de breuk met Zita Rozenmond te veel gebeurde in een te kort tijdsbestek. De kennismaking had ik in de eerste week van het zesde schooljaar (1990) van het Gymnasium geplaatst, de definitieve breuk op 1 december.
Op de valreep verschoof ik de kennismaking naar maart van het vijfde schooljaar. Daar paste ik de hele tekst rond de relatie tussen Zita en Patrick op aan. Dat dacht ik tenminste. Want toen ik dit jaar de opmerkingen van mijn meelezer in de roman aan het verwerken was, ontdekte ik dat ik op zijn minst twee dingen over het hoofd had gezien.

1 Beukennootjes rapen
In de versie vóór de dataverschuiving rapen Patrick en Zita in de herfst beukennootjes. Na de dataverschuiving doen ze dit in april. Maar dan liggen er dus nog helemaal geen beukennootjes op de grond.

2 ‘Goede tijden, Slechte Tijden’ kijken
In juni vraagt Zita aan haar ouders of op tv Goede Tijden, Slechte Tijden al begonnen is. Vóór de dataverschuiving vraagt ze dit in november. Dat kan. Maar in juni? De eerste aflevering van Goede Tijden, Slechte tijden werd pas 1 oktober 1990 uitgezonden.

Twijfel gerezen
Twee onvergeeflijke fouten, die ik pas twee jaar na voltooiing van de roman ontdekte. Dat gaf te denken. Hoe zat het met de rest van de feiten die ik in de loop der jaren in ‘De IJskoning’ had opgenomen? Die toevoegingen had ik destijds weliswaar op hun juistheid gecontroleerd, maar het leek mij verstandig dit nog eens te doen.
Sowieso had ik tijdens het in de roman verwerken van de opmerkingen van mijn meelezer de indruk gekregen dat er ook na de breuk met Zita Rozenmond te veel gebeurde in een veel te korte tijd.
Een grondige controle van de hele tekst achtte ik noodzakelijk.


(Wordt vervolgd)

vrijdag 24 juni 2016

‘De IJskoning’ – tijd voor een uitgever?


Een laatste redactieslag
‘Geweldig! Geweldig!’ had mijn meelezer eind vorig jaar nog maar eens over ‘De IJskoning’ opgemerkt. ‘Wanneer stuur je het op naar een uitgever?’
Daarvoor zou ik eerst haar opmerkingen moeten verwerken in die roman. Dat had ik sinds ik het manuscript februari 2014 van haar had teruggekregen, nog niet gedaan. Opzettelijk. Om afstand te kunnen scheppen, zodat ik met een frisse nuchtere blik haar correctievoorstellen zou kunnen beoordelen.
Januari van dit jaar ben ik daarmee begonnen. Ik dacht er een maandje mee zoet te zullen zijn. Dat viel dus anders uit.

Correcties en opmerkingen
Mijn meelezer had welgeteld 738 correcties en opmerkingen in mijn manuscript geplaatst. De correcties betroffen spellingfouten of hier en daar een vergeten letter of woord. De opmerkingen varieerden van ‘mooi’ en ‘prachtig’ tot ‘vaag’ en ‘schrappen.’
Over ‘mooi’ en ‘prachtig’ zal ik niet verder uitweiden. Ik ben een bescheiden mens.

Vaag en schrappen
Vaag: dat kwam volgens mijn meelezer o.a. door de zinsconstructie, of een wat onhandige omschrijving. Verder vond ze hier en daar de overgangen van verleden tijd naar tegenwoordige tijd en van tegenwoordige tijd naar verleden tijd verwarrend.
Schrappen: gelukkig achtte zij slechts een negental langere fragmenten (van ongeveer een halve bladzijde elk) nodig om te worden geschrapt. Niet omdat de zinnen omslachtig waren, maar omdat ze te vroeg bepaalde zaken prijsgaven en dus een zekere spanningsopbouw in de weg stonden. De overige schrapvoorstellen hadden betrekking op een enkel woord of een enkele uitdrukking.

Te veel (dezelfde) woorden
Het ging daarbij vooral om stopwoorden en dito tussenzinnetjes: ‘eigenlijk’, ‘allemaal’, ‘nu’, ‘nogal’, ‘weer’, ‘toch ook’, ‘ook wel’, ‘erg veel’, ‘zo meteen’, ‘is het wel?’ De meeste daarvan bleken terecht overbodig, een enkeling niet.
Ze wees mij ook op dezelfde woorden die te dicht op elkaar stonden. Vreemd dat die er nog in zaten, terwijl ik daar zo veel aandacht aan had besteed voordat ik het manuscript naar haar opstuurde.

Van het een komt het ander
Des te verder ik in de roman vorderde, des te vaker kwam ik dit soort schrapvoorstellen van mijn meelezer tegen. Zij scheen daarin met de bladzijde meer en meer plezier te hebben gekregen, of ze was per bladzijde beter en beter geworden. Reden genoeg om zelf de roman nog eens grondig door te nemen.
Sowieso moest ik de hele tekst nog eens door om te zien of door al die verwijderde woorden de zinnen nog wel liepen en klopten in hun context.
En toen stuitte ik op twee onvergeeflijke fouten, die mij noopte mijn roman nogmaals grondig door te nemen, nu op een heel ander vlak. Daarover de volgende keer meer.

donderdag 2 juni 2016

Mijn kat is dood


Ontwaken
Mijn kat is dood. Duizend keren is het door mijn hoofd gegaan en het gaat nog steeds door mijn hoofd. Mijn kat Berlioz is dood.
Ik was zaterdagnacht laat thuisgekomen van een verjaardagsfeest. Toen was alles nog goed. Alles was de volgende ochtend ook nog goed. Tegen een uur of elf waren mijn katten Maysha en Berlioz bij mij op bed gesprongen, hadden in dat laatste kwartiertje van verder ontwaken zich genesteld in mijn schoot. Toen ik aanstalten maakte om mij aan te kleden, ging Berlioz zelfs nog gewoontegetrouwe op zijn rug liggen, met zijn poten in de lucht. Duidelijk een aanwijzing dat hij wilde worden gestreeld.

Ontbijten
Tijdens het ontbijt kwam Berlioz niet naar zijn brokjes toe, die aan mijn stoel in een bakje op de grond lagen. Hij was tegen een muurwand gaan liggen, met zijn achterpoten opzij en zijn voorpoten recht voor zich. Eerst dacht ik nog: Heeft het zeker een beetje warm. Maar toen begon hij te miauwen. Hij liep verder de kamer in. Met doorgezakte heupen. Hij ging midden in de kamer liggen en bleef miauwen. Even later klauterde hij met moeite op de rugleuning van een fauteuil. Zijn achterpoten gleden telkens van de leuning af.

Handelen
Mijn ontbijt onderbroken, Berlioz in de kattenmand gedaan. Een vriend en de dierenarts gebeld. De dierenarts zei dat ik direct kon komen. Twee minuten later stond de vriend al met zijn auto voor de deur.

Diagnose I
De dierenarts bevoelde Berlioz’ rug en achterpoten. Ook tilde hij hem op om zijn achterpoten tegen de rand van de behandeltafel aan te kunnen tikken. De hele tijd bleef het arme beest maar miauwen en miauwen.
Niet veel later had de dierenarts zijn diagnose gesteld. Dit is niet goed, zei hij.

Voorgeschiedenis
In Berlioz’ eerste jaar is vastgesteld dat hij een lekkende hartklep heeft. Sindsdien kreeg hij medicijnen die zijn hartslag een beetje rustig zouden houden.

Diagnose II
Waarschijnlijk is er een bloedprop uit Berlioz’ hart geschoten en in een ader in zijn rug vast komen zitten. Daardoor was de bloeddoorstroming naar zijn heupen, achterpoten en staart gestopt. In de achterpoten had de dierenarts geen hartslag meer kunnen vaststellen, de poten reageerden ook niet toen hij die tegen de rand van de behandeltafel tikte.
Met een tangetje kneep hij even in een nagel van een van de achterpoten. Normaal zou een kat vergaan van de pijn, zei de arts. Berlioz voelde er helemaal niets meer van. Maar de verstopping in de ader, de bloedprop die deed wel verschrikkelijk veel pijn. Vandaar dat klagelijk miauwen.
We kunnen twee dingen doen, zei hij. Hem behandelen, maar de kans is minimaal dat hij er weer bovenop zal komen. En dan had hij het nog niet eens over de lijdensweg die het dier waarschijnlijk zou moeten ondergaan.

Besluiten
Hoeveel woorden en gevoelens er door je heen gaan. Maar uiteindelijk kun je maar tot één conclusie komen.

Hechten - onthechten
Ik kreeg ruim de gelegenheid om in een apart kamertje afscheid van Berlioz kunnen nemen.
De dierenarts vroeg of ik een kopje koffie wilde. Ik knikte. Maar even later concludeerde ik dat het voor Berlioz beter was dat hij nog vóórdat de koffie klaar was, zijn spuitje zou krijgen. Hij klaagde zo erg in mijn armen, hij was enkel even stil als hij zijn kopje in de plooi van mijn elleboog had. En dan streelde ik hem tussen zijn oren en zei ik: Rustig maar, het is zo over. Telkens weer ging dat kopje omhoog en kwam er van hem dat schelle gemiauw. Een keer dat hij zijn kopje oprichtte, beet hij me zelfs in de kin.

Ontslapen
De dierenarts had eerst nog een ander dier te behandelen. Daarna kwam hij bij ons zitten. Met een tondeuse schoor hij wat haar weg van Berlioz’ rechter voorpootje. Het duurt niet lang, zei hij, hij zal het amper beseffen.

Hij zette de naald van de spuit in de huid van de geschoren plek en spoot een blauwe vloeistof bij Berlioz naar binnen. Berlioz slikte twee, drie keer, en toen was hij al weg.