Posts tonen met het label Boekenweek. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Boekenweek. Alle posts tonen

donderdag 28 maart 2019

De moeder de vrouw


Bij het afscheid wilde mijn moeder me omhelzen, maar dat weigerde ik. Ze kneep me in mijn bovenarmen en keek me aan, alsof ik nooit meer terug zou komen. De laatste dagen had ik haar ’s avonds en ’s ochtends in haar hobbykamer aangetroffen, mediterend, de hielen op de knieholtes, met een cirkel van waxinelichtjes om zich heen. Als ze haar zin had gekregen, dan zou ze vanuit haar hobbykamer zeker ook waxinelichtjes op de overloop hebben neergezet. En op de trap naar beneden. In de woonkamer, als extra aanvulling tussen de geraniums en de primula’s in de vensterbank. In de keuken, naast de vrouwentongen op de koelkast. In de bijkeuken en terug de gang door, helemaal naar de voordeur toe. Op de stoep van het huis, langs het grindpad en de coniferen. In elke straat van onze wijk, in de hele stad, in heel Nederland: de waxinelichtjes van mijn moeder. En elk waxinelichtje was bestemd voor mijn behouden terugkeer.

(fragment uit ‘De IJskoning’)

vrijdag 24 maart 2017

Het Literair Kletscafé


Hoge verwachtingen
Arnhem, op een vrijdagavond meer dan tien jaar geleden, Café Dudok. Een statig voormalige bankgebouw met hoge ramen, een hoge stoep en chique deuren. Alleen een rode loper ontbrak. Maar ook zonder rode loper voelde ik mij een schrijver die voor het eerst het boekenbal betreedt.
Nee, dicht bij de grond blijven, dacht ik, al zwol mijn hart van verwachting. Voor de derde keer in mijn leven had ik meegedaan aan een schrijfwedstrijd, misschien won ik vanavond wel een prijs.

Een werkelijk groot auteur
Mijn hart zwol vooral ook omdat er voorafgaande aan de prijsuitreiking en nadat vier lokaal bekende amateurschrijvers uit eigen werk hadden voorgedragen, een werkelijk groot auteur zou worden geïnterviewd. Een werkelijk groot auteur die met een van zijn boeken miljonair was geworden. Jan Siebelink.
Met mijn schrijverij miljonair worden, dat wilde ik ook wel. Ik zou graag uit Siebelinks mond willen horen hoe hij het ‘m had geflikt.

Sisklanken
Ik was niet de enige die weinig meekreeg van wat de lokaal bekende amateurschrijvers uit eigen werk voor te dragen hadden. Regelmatig klonken er sisklanken op uit het luisterend publiek. Uit het luisterend publiek keek ook menigeen achterom.
Ja, het kwam van het buffet. Achter het buffet stond personeel afgewassen en afgedroogde kopje en schoteltjes en glazen luidruchtig op hun plek terug te zetten. Vóór het buffet zaten en stonden hele drommen mensen, onder het genot van een drankje kletsten ze er vrolijk op los.
Die waren niet gekomen voor de prijsuitreiking. Evenmin waren ze gekomen voor de lokaal bekende amateurschrijvers. Zelfs niet voor een werkelijk groot auteur als Jan Siebelink. Hoogstens waren ze gekomen voor de rockband, die na de prijsuitreiking zou zorgen voor muziek waarop kon worden gedanst.

Van geen kwaad bewust
Die zich van geen kwaad bewuste drommen mensen aan het buffet moeten hebben gedacht: Wat is er in de zaal gaande? Waarom moet dat hier plaatsvinden, in ons stamcafé? Omdat het hun stamcafé was, konden ze moeilijk na elk gesis langer dan twee minuten stil blijven.

Akoestiek
Maar het lag niet alleen aan de bedrijvigheid van cafépersoneel. Het lag niet alleen aan het telkens weer op gang komen van het vrolijk geklets van de stamgasten. De sprekers op het podium waren ook om andere redenen moeilijk te verstaan. De woorden van de presentator en die van de lokaal bekende amateurschrijvers klonken ongekend dof. Die woorden leken na het verlaten van de luidsprekerboxen onmiddellijk te worden geabsorbeerd door de kleren van de mensen voor mij. En niet alleen achter mij maar ook tot hoog boven mij hoorde ik het rumoer van het buffet in tienvoud.

Hoe een Literair Kletscafé succesvol op te zetten
Dat de organisatoren uitgerekend dit café voor hun literaire bijeenkomst hadden uitgekozen. Zij moeten hebben gedacht:
zorg voor een hoge ruimte met hoge ramen, waarin het geluid flink kan galmen;
zorg voor een slechte geluidsinstallatie;
zorg voor niet meer dan één microfoon die met veel ruis en gepiep van de ene spreker naar de andere spreker kan gaan;
zorg ter opluistering en lokkertje voor een rockband, waar vooral niet-literatuurgeïnteresseerden op afkomen;
zorg dat het Literair Kletscafé voor iedereen gratis toegankelijk is, zodat er zo veel mogelijk mensen op afkomen die vooral niet in literatuur zijn geïnteresseerd;
en om de zaal compleet vol te krijgen: kies voor de vrijdag- of zaterdagavond!

Interview
De presentator kondigde Jan Siebelink aan. Ik zag het gebeuren, tussen de schouders door van het applaudisserend publiek voor mij: een werkelijk groot auteur nam plaats.
Het eerste wat hij in de naar hem uitgestoken microfoon zei, was: ‘Ik weet niet of het wel zo veel nut heeft om mij te interviewen. Daarvoor is de zaal veel te rumoerig en de installatie komt er niet bovenuit. Van wat er tot nu toe vanavond is gesproken, heb ik nauwelijks de helft meegekregen. Ik kom liever een andere keer terug en dan op een andere plek.’
Op herhaaldelijk aandringen van de presentator bleef Siebelink toch zitten. Op elke vraag van de interviewer gaf hij een antwoord. Een paar keer kwam hij er op terug, dat het weinig zin had. Dan werd er opnieuw vanuit het naar hem aandachtig luisterend publiek gesist. De presentator verzocht zelfs een keer om 'Stilte, daar aan het buffet.'

Prijzen winnen en miljonair worden
Siebelink, ik heb zo veel van hem verstaan dat ik nog steeds niet weet hoe je met je schrijverij miljonair kan worden. En een prijs gewonnen met mijn voor die schrijfwedstrijd ingezonden verhaal heb ik ook niet. Prijzen winnen zou mij pas jaren later lukken. Dat is fijn en hoopgevend. Maar met mijn proza miljonair worden, dat wil ik allang niet meer. Als schrijver kun je maar beter dicht bij de grond blijven. Maar een rode loper naar het boekenbal, dat sla ik niet af.

donderdag 18 februari 2016

De vijftig beste NPO Boekenweek Schrijfwedstrijdverhalen

Voorselectie
Op 10 februari middernacht kon het allerlaatste verhaal voor de NPO Boekenweek Schrijfwedstrijd worden ingezonden. In totaal zijn er de afgelopen weken ruim 1300 verhalen door de redactie ontvangen.
Deze redactie, bestaande uit twintig mannen en vrouwen, toog aan het werk. Zij maakte een voorselectie van de vijftig beste verhalen, die vervolgens zouden worden voorgelegd aan de jury.
De redactie was er na zes dagen al uit.
Mijn verhaal ‘De vergelding’ zit niet tussen de vijftig beste.

Waardering oogsten
Dat is een teleurstelling. Ook omdat mijn verhaal in een eerdere en langere versie door meerdere personen grote waardering heeft geoogst. Ook omdat er drie aardige commentaren onder mijn NPO Boekenweek Schrijfwedstrijdverhaal waren geplaatst. Ook omdat mijn verhaal door deze lezers vijf waarderingssterren kreeg. En vooral ook omdat iemand opmerkte dat er verhalen in de voorselectie staan die echt minder zijn dan die van mij.

Is alles wel gelezen?
Diezelfde persoon merkte ook op dat een redactie echt niet zo snel goed kan kijken. Je bent dan geneigd om te denken: zou die redactie dan van elk verhaal alleen de eerste regel hebben gelezen?
Maar twintig personen op 1300 verhalen, is vijfenzestig verhalen per persoon. En dat is gemiddeld tien verhalen per persoon per dag.
Dus weg met die gedachte dat de redactie onmogelijk alles goed gelezen kan hebben.

Wat overblijft
Teleurstelling. Ook dat hoort bij het schrijverschap. Leren omgaan met teleurstellingen. Teleurstellingen kun je maar beter zo snel mogelijk accepteren. Zodat je monter kunt verder gaan met datgene waarvoor je hier op aarde gekomen bent: schrijven. 

dinsdag 11 maart 2014

Een vrije associatie op het thema van de Boekenweek

Dooddoeners
Laat ik met een paar dooddoeners beginnen. Zoals iedereen weet, is het thema van de Boekenweek dit jaar: reizen. Wie reist, kan veel meemaken. Maar je hoeft er niet veel of al te lang voor onderweg te zijn. Forensen is soms al voldoende.

Studentes
Mij staat weer vers in het geheugen, die keer dat ik ’s ochtends vroeg in de trein zat en dat er een eindje verderop twee geneeskundestudentes uitvoerig met elkaar ervaringen zaten uit te wisselen. Tussen hun zinnen door peuzelden ze rustig en netjes hun boterhammetje op.

De vrouw naast hen
Ik was niet de enige die hun gesprek letterlijk kon – herstel: noodgedwongen moest volgen. Vooral de vrouw naast hen, aan de andere kant van het gangpad, had het denk ik moeilijk. Ik probeerde oogcontact met haar te maken, maar dat lukte niet. Ze staarde naar buiten en als het te erg werd wat er zo vlakbij haar linkeroor werd gezegd, dan keek ze de twee geneeskundestudentes ontzet aan.
Ze hadden niets door.

De eerste keer
De een zei: ‘Vond je het eng, de eerste keer?’
De ander antwoordde: ‘Helemaal niet. Je moet je er gewoon overheen zetten, want je leert er ontzettend veel van. Aardig toch? Dat zo’n persoon zijn lichaam ter beschikking heeft gesteld aan de medische wetenschap?’

De rest zal ik u besparen. Behalve dan hoe aan hun gesprek een abrupt einde kwam.

Die andere keer
Ze hadden het over die keer met de baby. Dat vond de ene studente toch wel een beetje zielig.
‘Nee, nee,’ zei de ander. ‘Dat vond ik nou juist het meest interessante van allemaal! Alles is nog zo klein en teer.’

Nog eens de vrouw naast hen
De vrouw naast hen aan de andere kant van het gangpad snoot haar neus. Ze zei: ‘Kunnen jullie alsjeblieft ergens anders over praten, of op zijn minst het volume temperen? Ik kan het allemaal letterlijk volgen en ik word er eerlijk gezegd niet goed van, zo op de nuchtere maag.’
‘Nou, sorry hoor,’ zei een van de geneeskundestudentes.
Er volgde een stilte.
De ene geneeskundestudente gniffelde. ‘Ik weet opeens niet meer waar ik het over zou kunnen hebben.’
‘Nee, ik ook niet,’ zei de ander.
Tot zover.

Iets ervan opsteken
Kunnen we in het kader van de Boekenweek uit het bovenstaande nog iets opsteken als schrijver? Jawel. Beperk u in het detail. Wees het tegenovergestelde van deze twee geneeskundestudentes. Suggestie doet zoveel meer dan duizend woorden.

maandag 25 maart 2013

Prijzenpakket eervolle vermeldingen schrijfwedstrijd.

Wat levert zo’n eervolle vermelding naast publicatie van het verhaal op de website van Indisch 3.0 en de felicitaties van familie, vrienden en kennissen verder nog op?

1. Een exemplaar van Schrijven Magazine. Daar ben ik al lid van. Maar met dat extra exemplaar kan ik misschien wel een andere schrijver enthousiast maken voor het nemen van een abonnement.

2. De op Indisch 3.0 geplaatste videoboodschap van jurylid Eveline Stoel. Daar ben ik heel erg blij mee.
Ze zegt daarin dat de verhalen die een eervolle vermelding gekregen hebben, ‘misschien nog wel beter zijn dan de drie winnende verhalen.’ Ze zijn echter daar niet tussen gekomen, ‘omdat ze uiteindelijk toch minder te maken hadden met het boekenweekthema.’
Specifiek over mijn verhaal ‘Afscheid’ zegt ze: ‘Heel goed geschreven, heel spannend, je wilt voortdurend weten hoe het verder gaat.’

3. En als bonus: Indisch 3.0 gaat de media in de woonplaatsen van degene die een eervolle vermelding gewonnen hebben, hierover inlichten! Citaat uit de betreffende mail: ‘Wie weet wat dat nog voor jullie aan publiciteit oplevert.’
Wat mij betreft, is de Boekenweek nog lang niet voorbij.

De publicatie van het eerste verhaal met een eervolle vermelding - 'Verloren gewaande gedachten' van  Nikolai Bloem  - is vandaag op de website van Indisch 3.O geplaatst. Morgen volgt het tweede - 'De Herinnering' van Christie Haalboom en woensdag is dan mijn verhaal 'Afscheid' aan de beurt. 

vrijdag 15 maart 2013

Eervolle vermelding voor verhaal.

Onder mijn eigen naam – ja, Eric Steiner is een pseudoniem - heb ik een eervolle vermelding gekregen voor mijn verhaal ‘Afscheid.’ Ik had het ingestuurd voor een door Indisch 3.0. uitgeschreven verhalenwedstrijd. Het thema daarvan borduurde voort op dat van de Boekenweek van dit jaar, maar dan meer gericht op de Indische kwestie, misschien wel Nederlands’ zwartste bladzijde sinds de Tweede Wereldoorlog.

Ik ben heel erg blij met deze eervolle vermelding. Het betekent dat mijn verhaal weliswaar niet tussen de beste drie is komen te staan, maar wel tussen de drie die daar meteen op volgen. Echt een opsteker.

Nog meer vreugde: vanmiddag werd bekend gemaakt dat als extra beloning de drie verhalen met een eervolle vermelding naast de drie winnaars zullen worden gepubliceerd op Indisch 3.0.*

Zoals ik al in 'Bekend worden als auteur' schreef, is het verhaal ‘Afscheid’ een sterke bewerking van twee fragmenten uit mijn tot nu toe nog onvoltooide en ter bezinking terug in de lade gelegde roman  'De Behouden Stilte.' Daarin geef ik het leven van mijn vader weer.
Over mijn (half)broer (die in ‘Afscheid’ een belangrijke rol speelt) en het effect van zijn Indië tijd zal ik ooit ook nog eens schrijven.
Met deze eervolle vermelding moet dit zeker gaan lukken.

*Eind 2014 is het e-magazine Indisch 3.0 opgehouden te bestaan. Maar hier is het verhaal te lezen.

vrijdag 15 februari 2013

Bekend worden als auteur


Schrijfwedstrijden
Een van de methoden om bekend te worden als auteur, is meedoen aan schrijfwedstrijden. Maar dan moet je er natuurlijk wel eentje winnen.

Boekenweek
De afgelopen tijd heb ik gewerkt aan twee verhalen, bestemd voor schrijfwedstrijden die voortborduren op het thema van de aanstaande Boekenweek.

Indisch verleden
Zoals jullie misschien wel zullen weten, is het thema van de Boekenweek dit jaar: ‘Gouden tijden, zwarte bladzijden.’ Ongewild ga je dan denken aan het Indisch verleden. Ik tenminste wel. Dat komt omdat mijn halfbroer als militair in Nederlands-Indië gezeten heeft tijdens de onafhankelijkheidsstrijd.

Het ene verhaal
Ik had er al iets over geschreven in ‘De Behouden Stilte,’ de roman over het leven van mijn vader. Logisch dat ik een paar van die fragmenten ter hand zou nemen om er een apart verhaal van te maken. Zijn bestemming: Indisch 3.0 Maximaal 1500 woorden. Voor mijn verhaal heb ik er 1412 nodig gehad.

Het andere verhaal
Het andere verhaal is eveneens een bewerking. In zijn oervorm had het niets te maken met het Indisch verleden.
Zijn bestemming: Avro's Opium. Maximaal aantal woorden: 500. Dat is al heel wat moeilijker. Dat is echt werken op de vierkante centimeter. Uiteindelijk had ik er precies 500.

En toen kwam voor beide verhalen...

De grote twijfel
Hoeveel uren ik wel niet besteed heb om via boeken en het internet er achter te komen:
- of de post van en naar die in Nederlands-Indië gelegerde militairen inderdaad werd overgevlogen door een Dakota (Ja);
- of dat wekelijks gebeurde (Ja, ongeveer);
- of er in Nederlands-Indië tulpen aan geliefden konden worden geschonken (Chrysanten liggen meer voor de hand);
- of de ‘Hollandse’ vrouwen er eigenlijk nog wel jarretelgordels droegen (Onwaarschijnlijk, omdat tijdens de Tweede Wereldoorlog zijde niet meer leverbaar was en nylon bijna volledig was opgegaan in de productie van parachutes).
- Etc.

Wetenschap en zelfvertrouwen
Zo kom je nog eens wat te weten. Zo breng je om geen blunders te slaan een van de verhalen terug van 500 naar 496 woorden. Inderdaad: de jarretelles zijn er uit gehaald.

En dan voor morgen: opsturen die verhalen. De kans om iets te winnen is klein. Teleurstelling ligt op de loer. Voor mezelf en voor iedereen die ook een verhaal voor een wedstrijd heeft ingestuurd of nog gaat insturen, kan ik alleen maar zeggen: geef niet op! 
Maar of je ooit een buste zal krijgen, als je eenmaal bekend geworden bent als auteur?