Na acht uren achtereen bezig te zijn geweest met
werkzaamheden die niets met schrijven te maken hebben, maar die mij wel de
gelegenheid hebben geboden om na te denken over de voortzetting van een roman
(soms prikkelt een voorval in mijn nabije omgeving dusdanig, dat ik denk: later
- misschien al over een paar dagen – zal ik onder aangenamere temperaturen weer
een heel eind vooruit komen), en na anderhalf uur reizen in achtereenvolgens een
wild door bochten slingerende benauwd stinkende bus en een sterk onderkoelde
trein, terwijl enkelen, of misschien wel tallozen van jullie op een terras of
aan het strand zaten te genieten onder een parasol (nee, ik ben niet jaloers,
want kijk:), na dan eindelijk zonder al te veel vertragingen thuis gekomen te
zijn – de verleiding getrotseerd iets van een snackbar te halen – daar is het
toch te heet voor - en na mij flink gedoucht te hebben en mijn lichaam gevoed
met een door mijzelf toebereide rauwkost schotel, bestaande uit een komkommer, een
tomaat en drie olijven (nee, ik wil met dit alles geen medelijden wekken; ik
wil alleen maar een mooie, zo lelijke mogelijke zin bouwen van ik weet niet
hoeveel woorden met aan het slot – wat nog het aller schandaligst is, maar onder deze temperaturen vergeeflijk – een tegenvallende wending– hier komt hij),
heb ik toch nog de energie gevonden om jullie mee te delen dat ik bang ben
geworden, mensen naar de mond te praten, of dingen te herhalen die al door
anderen zijn gezegd of geschreven.
woensdag 25 juli 2018
woensdag 6 juni 2018
Van kort verhaal naar volwaardige roman: ‘Eksteroogs diagnose’ – deel XI
Behouden droomfragment
De vorige keer vertelde ik waarom
een bepaald fragment uit ‘Eksteroogs diagnose’ is geschrapt. Hij leek te veel
op eentje uit ‘De IJskoning.’
De vorige keer liet ik jullie het uit
‘Eksteroogs diagnose’ geschrapte fragment lezen. Deze keer is het de beurt aan
het behouden fragment uit ‘De IJskoning.’
Ik lig
opgebaard in mijn netste pak. Nooit geweten dat ik er een had. De
Latijns-Amerikaanse met de glanzende borsten is in het zwart gekleed.
Ze licht haar rouwsluier op en samen met Lilian Gish buigt ze zich over mij
heen. Rudolph Valentino en Siegfried voegen zich bij hen. Gevieren bedekken zij
mijn borst met heldenmedailles. In een koets lig ik opgebaard, een koets die Rudolph
Valentino en Siegfried in het water duwen. Hebben ze dan niet door dat ik nog
leef? Ik lig alleen maar in coma, ik hoor en zie alles. Jullie willen toch niet
dat ik verdrink? Geef me op zijn minst een rietje mee, zodat ik kan blijven
ademhalen!
Langzaamaan
voel ik mijn rug nat worden, langzaam klotst het water onder mij heen en weer, langzaam
komt het water tot aan mijn schouders. Aan de oever staan de kinderen van de
Overmaats te schateren van plezier. Ik zink onder de waterspiegel. Om mij heen
zwemmen zeehonden en dolfijnen.
(De
IJskoning, fragment uit Hoofdstuk 73. Een leeg, zwart-wit geblokt plein)
N.B.: ‘Eksteroogs
diagnose’ heet tegenwoordig ‘De geschonken tijd’
woensdag 23 mei 2018
Van kort verhaal naar volwaardige roman: ‘Eksteroogs diagnose’ – deel X
Afgewezen droomfragment
Gooi
niets weg
Met
name om de vaart en de spanning er in te houden, zijn er in de loop der jaren uit
de roman Eksteroogs diagnose’ heel wat overbodige woorden en zinnen, ja zelfs
hele lappen tekst verwijderd.
Uit
een enkele zin zou een heel nieuw verhaal kunnen voortvloeien. En die hele lappen tekst zouden na kleine
aanpassingen als zelfstandig verhaal door het leven kunnen gaan. Mits zo’n
verhaal niet te veel lijkt op de roman waarin hij geboren is.
Bestaansrecht
Uit
‘Eksteroogs diagnose’ is een lap tekst verwijderd die m.i. wel interessant is,
maar die geen bestaansrecht heeft. Hij lijkt te veel op een scene uit die
andere roman, ‘De IJskoning.’ De woorden en de zinnen zijn anders, maar de
situatie is bijna identiek.
In
2009 besloot ik voor de tekst van ‘De IJskoning’ te kiezen. Vanaf dat moment
kon die van ‘Eksteroogs diagnose’ alleen nog in een blog als voorbeeld dienen
van een verwijderd fragment.
Bij
deze.
Voorbeeld
Een
langzaam schuin naar beneden hellende gang met rechts vooraan een spiegel, waar
overheen een laken is gehangen. Het laken beweegt op de stroming van de lucht,
er moet ergens een deur open staan. Ja, achter mij. Het daglicht komt door een
kier naar binnen vallen, het licht van een zomerse dag.
Knerpend
grint. Voetstappen. Er verschijnt een vrouw die de deur verder opent en met
twee kinderen voor zich naar binnen stapt. Het is Wenneke. Ze geeft Ronny en
Rianne een zetje. Eerst willen ze niet, maar dan maken ze zich van haar los en
beginnen ze giechelend op haar schaduw te trappen. Janet zegt dat ze daarmee
moeten ophouden, maar ze trappen steeds harder op
haar schaduw, die bij elke stap die ze verder in de gang doet als maar langer
wordt.
Tegenover
de spiegel is een deur. Ze wil aankloppen, maar haar wordt al opengedaan.
Een
donker vertrek, de raamgordijnen zijn gesloten. Ook hier bevindt zich een
toegedekte spiegel. In het midden staat een bed. Er ligt iemand op. Alleen
stukjes van zijn broekspijpen en colbert zijn te zien, er zijn mensen om dat
bed heen gedromd. Een man met een amechtige borst, een vrouw met een
driedubbele onderkin, een man met krukken, een vrouw in een paarse jurk, een
man met een ringbaardje en een wrat naast zijn neus.
Ik
stap tussen hen door en meng mij tussen Dolf en Evelien met hun baby en Peter en
Annet met hun baby die nog met de navelstreng zijn verbonden met de moederbuik.
Het bed stinkt. De dekens voelen vochtig aan. Er zit vast schimmel in, ik ruik
paddenstoelen.
Aan
de andere kant van het bed staat Hubert. Hij buigt zich over de persoon die
daar ligt heen en ik hoor hem fluisteren: ‘Ga maar. Ga naar het licht.’
Die
persoon die daar ligt, dat ben ik.
Op
de gang slaat de buitendeur dicht en de spiegel zowel in de gang als hier in
deze ruimte vallen aan gruzelementen.
(scene uit Hoofdstuk 60. Een aangenaam, vloeibaar en warm
licht)
N.B.:
‘Eksteroogs diagnose’ heet tegenwoordig ‘De geschonken tijd’
donderdag 10 mei 2018
Van kort verhaal naar volwaardige roman: ‘Eksteroogs diagnose’ – deel IX
De grootste angst van iedere pc-schrijver
Vervolmaking
De afgelopen maand ben ik o.a. bezig geweest met het vervolmaken van de synopsissen van ‘Eksteroogs diagnose’
en ‘De IJskoning’. Ik was van plan beide romans tegelijkertijd naar
verschillende uitgevers op te sturen. Ook heb ik in de afgelopen maand gewerkt
aan een begeleidend schrijven voor elk van die uitgevers. Op maandag 30 april
was ik met deze bezigheden bijna klaar. En wat gebeurt er? Mijn computer
springt op zwart.
Verdwazing
Met een knal, als van
een springende gloeilamp. Mijn bureaulamp bleek het ook niet meer te doen, in
heel de woonkamer was geen stroom. Ik werd omgeven door een intense stilte,
alsof de wereld was vergaan.
Ik keek naar buiten.
Waarom eigenlijk? Ik verwachtte een stroomstoring in de wijk. Maar daarvoor
hoef je op klaarlichte dag niet naar buiten te kijken. Op klaarlichte dag branden
er geen straatlantaarns. En de overburen hadden ook geen lamp branden, want
daar scheen de zon recht naar binnen.
Het naar buiten kijken
was puur een vorm van verdwazing. Mijn verstand wist wel dat het mijn computer
was, maar mijn gevoel hoopte op een andere oorzaak.
Verdwaasd bleven verstand
en gevoel uiteindelijk bij hetzelfde hangen: als mijn bestanden en vooral mijn
verhalen, novellen en romans, waar ik in de afgelopen jaren zo veel energie in
heb gestopt, maar niet verloren zijn gegaan. De angst van iedere pc-schrijver.
Ontnuchtering
In de gang bleek ik
ook geen stroom meer te hebben. Het licht in de badkamer deed het nog wel. In
de meterkast in de gang frummelde ik wat aan schakelaars, en toen had ik overal
weer stroom. Verderop, in de woonkamer, hoorde ik de printer zichzelf opstarten.
En mijn computer? Wat
ik ook probeerde, die bleef dood.
Verlies
Mijn ICT-man gebeld.
Om kort te gaan: vijf dagen later stond er op mijn bureau een gloednieuwe
computer.
En de bestanden van de
ouwe: zijn er geen verloren gegaan?
Uiteraard beschik ik over
een externe harde schijf voor back-ups. Die was de avond voorafgaande
aan de crash nog om 23:00 uur geactualiseerd. In afwachting van mijn nieuwe
computer was ik er maar vanuit gegaan, dat daar niet de kortsluiting in had
huisgehouden.
Nog zo’n angst van de
pc-schrijver. Honderd ICT-mannen en –vrouwen kunnen mij vertellen dat de kans op
een van een computer naar een externe harde schijf ‘doorgeslagen kortsluiting’ 0,1
% is - ik als halve digibeet blijf die angst in mijn hoofd en maag voelen, tot
ik met eigen ogen heb gezien dat alles behouden is gebleven.
Urenverlies
Waar het mij speciaal
om ging, waren de laatste twee uur vóór de crash. Juist in die uren was ik
bezig geweest met een voor een bepaalde uitgever bestemde synopsis, die telkens
net een regel over het toegestane aantal bladzijden heen ging. Daar heb ik
intensief aan zitten sleutelen, om precies te zijn aan één enkele zin, om een
antwoord te krijgen op de vraag: hoe krijg ik dezelfde hoeveelheid informatie
met een regel minder aan tekst? Het was me nog gelukt ook.
Een kwartier later sprong
dus mijn computer op zwart, en hevig verontrust kon ik me niet meer herinneren
of ik in dat laatste kwartier wel tussentijds had opgeslagen.
Geruststelling
De back-up van de externe
harde schijf bleek niet te hoeven worden aangesproken. Alle bestanden van de
oude computer konden zonder problemen naar de nieuwe overgeheveld worden. En
alles stond er op, inclusief mijn laatste synopsisverbetering.
Ik kan weer verder.
N.B.:
‘Eksteroogs diagnose’ heet tegenwoordig ‘De geschonken tijd’
woensdag 11 april 2018
Officiële mededeling met betrekking tot ‘Eksteroogs diagnose’
‘Vanuit een hoek
van de voorkamer waggelt Annet langzaam naar mij toe, de handen om haar buik,
alsof ze onder haar ochtendjapon een struisvogelei verborgen houdt. Ze ziet er
moe uit. Haar buik is zo groot, zo groot, dat het diep binnen in mij steekt van
afgunst. Wat ze anderhalf jaar geleden had uitgeroepen, nadat Dolf en Evelien
hadden verteld dat zij zwanger waren: ‘O, maar dan wil ik ook!’ – ‘Eksteroogs diagnose’, p. 189
William-Adolphe Bouguerea (1825-1905)
– Maternal Admiration (1869), fragment
Blij en dankbaar geven wij kennis van de
geboorte van
de definitieve versie van de roman
‘EKSTEROOGS DIAGNOSE’
geboren op 9 april 2018
‘Eksteroogs diagnose’ hebben wij nog niet gewogen,
maar hij telt 61 hoofdstukken, 272 bladzijden en 76.368 woorden.
Wij wensen hem van harte toe dat hij zijn
weg mag vinden naar de lezers.
Een blik op ons kindje kunt u alvast werpen
door hierop te klikken.
Eric Steiner en zijn Muze Sophia Désedan
N.B.:
‘Eksteroogs diagnose’ heet tegenwoordig ‘De geschonken tijd’
woensdag 21 maart 2018
Van kort verhaal naar volwaardige roman: ‘Eksteroog’ – deel VIII B
door
Sophia Désedan
Hadden je meelezers nog meer kritiekpunten?
Een paar spelling- of taalfoutjes, een
verkeerde uitdrukking. Hier en daar kon nog wel een te uitleggerig zinnetje
worden geschrapt.
Een van de nieuwe meelezers had zo zijn twijfels bij
de relevantie van sommige Kefaloniafragmenten, of die het verhaal wel
ondersteunden.
En wat heb je d’r mee gedaan, met die laatste opmerking?
Ik heb die fragmenten
nog meer in verband proberen te brengen met de hoofdthema’s van de roman.
Zoveel kritiekpunten waren d’r dus niet. Waarom heeft ‘t dan nog zo lang
geduurd, voordat je je bereid verklaarde voor dit interview?
Dat komt omdat ik niet meteen en ook
niet zonder onderbrekingen met de opmerkingen en kanttekeningen aan de slag ben
gegaan. Op mijn beurt heb ik van de twee nieuwe meelezers elk een manuscript
doorgelezen en beoordeeld. Verder heb ik de hele maand november gebruikt om
mijn National Novel Writing Month roman te schrijven: ‘Gesprekken met mijn moeder.’
Pas in december kon ik echt de slag
gaan met de opmerkingen van mijn drie meelezers.
En dan nog vind ik dat je d'r behoorlijk
lang over gedaan hebt
Ik heb echt niet stilgezeten, hoor.
Nou ja, dus wel. Achter de computer.
Nog heel wat meer zaken heb ik
binnen de roman met elkaar in verbinding gebracht. Zinnen die te veel op elkaar
leken en bepaalde uitdrukkingen, geëlimineerd. Daarbij ontdekte ik dat ik nogal
vaak bepaalde ‘stopwoorden’ gebruikte: misschien, heel, vaak, soms, veel, dus,
toch, maar en hun synoniemen. In boeken van gerenommeerde schrijvers bleken die
nauwelijks voor te komen. Ook in de roman ‘De IJskoning’ en ander werk van mij
kwam ik die stopwoorden tegen. Vervolgens ben ik beide romans per stopwoord ter
hand gaan nemen.
Daarna het geheel nog eens doorgelezen om te zien of
door al dat vele schrappen de zinnen niet opeens geforceerd overkomen. Sommige
woorden moesten toch weer terug worden geplaatst.
Vreemd hoor, dat je nu pas achter die
stopwoorden gekomen bent.
Afstand schept inzicht.
Leg dat eens uit?
Eerst probeer je in het verhaal te
komen, vervolgens in het hoofd van je personage. Als je verhaal en je
hoofdpersonage er eenmaal staan, dan ga je kijken naar de stijl, zoek je naar verbanden,
voeg je verbanden toe om er echt een eenheid van te maken. Daarna is het tijd
om de hele tekst strak te trekken. Je zit nog steeds bovenop de woorden. Pas
wanneer je wat afstand hebt kunnen nemen van het verhaal en je hoofdpersonage,
ben je in staat om de kleine onvolkomenheden als bepaalde stopwoorden te
ontdekken. Nu ik me er bewust van geworden ben dat ik ze gebruik, zal ik in denk
ik ook staat zijn om ze direct bij eerste herlezing lezing te schrappen. –
Afstand schept inzicht.
En na die schrappingen was je dan eindelijk
klaar?
Bijna, bijna. Tussen 17 en 27 februari heb ik zowel ‘Eksteroog’
als ‘De IJskoning’ in zijn totaliteit nog één keer doorgelezen. Daarbij ben ik toch
nog weer een paar tegenstrijdigheden tegengekomen (ja, nu pas, want ook hier
geldt: afstand schept inzicht). Die heb ik weggewerkt. Ook tijdens een laatste
spellingscontrole kwam ik nog een paar spellingfouten tegen die Word tot nu toe
over het hoofd had gezien. Vreemd eigenlijk…
Maar goed, beide romans zijn nu dus definitief klaar voor de uitgever.
Geloof je ‘t zelf? Over ‘De IJskoning’ heb je zo vaak gezegd dat die klaar zou zijn voor de
uitgever. En telkens weer kwam je d’r op terug.
‘t Wordt tijd om ze los te laten, Eric! Bij
elke herlezing zul je weer een foutje of een punt ter verbetering ontdekken.
Maar dat zal een uitgever ook doen. Dus, loslaten! Stuur die beide romans
eindelijk eens op. Nu!
Gelijk heb je.
N.B.:
‘Eksteroogs diagnose’ heet tegenwoordig ‘De geschonken tijd’
woensdag 14 maart 2018
Van kort verhaal naar volwaardige roman: ‘Eksteroog’ – deel VIII A
door
Sophia Désedan
’t Was 30 augustus dat je voor ’t laatst
iets te melden had over je vorderingen aangaande je roman ‘Eksteroog.’ Heel wat
lezers zullen zich afvragen hoe ‘t daar
in vredesnaam mee gesteld is. Had je een writers block of zo?
Verre van dat.
Zoals ik je in deel VI van deze
serie vertelde, was ik in februari 2017 begonnen de opmerkingen te verwerken
die mijn meelezer op de verbeterde versie van ‘Eksteroog’ had gemaakt. Je kunt
je misschien herinneren dat ze de roman nogal somber vond en wat meer lichtheid
wenste.
Hiervoor heb ik 8 hoofdstukken van
tezamen 40 pagina’s aan de roman toegevoegd, waarin onder andere de karakters
van en de relatie tussen mijn hoofdpersonage Reinier Verbriest en zijn
ex-vriendin Martha verder zijn uitgewerkt. Van die hoofdstukken spelen er zich
5 (23 pagina’s) af op het Griekse eiland Kefalonia, waar beiden zeven jaar
geleden op vakantie zijn geweest.
Wat ben je toch een boekhoudertje.
…Het zit in de genen. Mijn grootvader
van mijn moeders’ kant was kruidenier. …Zal ik verder gaan? Goed dan.
Ondanks de wens naar meer lichtheid,
achtte ik het gaandeweg nodig om
toch nog twee iets zwaardere hoofdstukken van elk 3 bladzijden tussen te
voegen. Ook kwam ik tot de conclusie dat bestaande tekst hier en daar iets moest
worden uitgebreid. Beide ‘acties’ waren vooral nodig om extra verbindingen te kunnen
leggen, om tot een nog betere structuur en spanningsboog te kunnen komen.
Uiteindelijk had ik na zeven maanden
arbeid een roman op mijn computerbeeldscherm staan dat van 202 naar 267
pagina’s was uitgegroeid.
Op 28 augustus heb ik deze compleet
nieuwe versie ter beoordeling naar mijn meelezer opgestuurd. Op haar verzoek
heb ik dat ook gedaan naar twee andere collega schrijvers.
In september en oktober mocht ik van alle drie het
manuscript met kanttekeningen en opmerkingen terugontvangen.
En hoe was hun oordeel?
Mijn eerste meelezer vond dat de
roman vergeleken met de vorige versie er stukken op vooruit is gegaan. Belangrijke
informatie wordt nu niet meer te lang achtergehouden. De gevoelens en gedachten van mijn hoofdpersonage Reinier Verbriest zijn voldoende
uitgewerkt. Vooral vond ze de roman meer in balans, minder somber. Ze
schreef: ‘Prachtig die gelukkige momenten
met Martha op een Grieks eiland en al die verwijzingen naar de mythologie.’ Over de door mij toegevoegde positieve laatste zin van de roman, merkte ze op: ‘Mooi,
mooi!’
Ook de twee nieuwe meelezers waren tevreden
over ‘Eksteroog.’ Van hen kreeg ik min of meer bevestigd wat mijn eerste
meelezer had opgemerkt. Alle drie ken ik overigens van
het Daretoo Schrijverscafé.*
Over de roman in zijn geheel was de
meest strelende opmerking wel deze: ‘een plezier om te lezen voor iemand als
ik, die stijl het allerbelangrijkst vindt.’
Zo, en nu heb ik wel genoeg veren in
mijn # gestoken!
Juist. Ook dat moet je nog een beetje beter
leren beheersen, Eric. Niet te bescheiden zoals in deel VI, en
niet te pocherig zoals nu.
Was er ook kritiek?
Een van de nieuwe meelezers was niet zo tevreden over
het eind, vond het zelfs een anticlimax. Sowieso had ze moeite met de laatste
bladzijden.
En de derde meelezer, die vond de
(toegevoegde) laatste zin geen lichter einde.
Als je drie verschillende oordelen
over het slot krijgt, dan kun je ervan uitgaan dat je goed zit. De derde meelezer
gaf mij daarin de doorslag. Hij las meer dan ik er in had gelegd.
Conclusie: het slot van ‘Eksteroog’
is multi interpreteerbaar. Wat wenst een schrijver nog meer?
(het
tweede deel van dit interview volgt volgende week)
*) Een door Daretoo in het leven
geroepen LinkedIn groep voor schrijvers, redacteuren, schrijfcoaches, etc.
N.B.:
‘Eksteroogs diagnose’ heet tegenwoordig ‘De geschonken tijd’
Abonneren op:
Posts (Atom)
